Wordt Europa voor schone auto’s te afhankelijk van China?

0

Van de nieuwe auto’s die in het tweede kwartaal van dit jaar verkocht werden, was 10 procent volledig elektrisch. In 2035 moet dat 100 procent zijn. Het besluit van de Europese Unie (EU) dat er in de toekomst fossielvrij gereden moet gaan worden, biedt aan bedrijven zowel kansen als bedreigingen. Normaliter doet economen daar niet moeilijk over, maar het probleem is dat vooral Europese autofabrikanten in hun voortbestaan bedreigd zullen worden door het beleid van ‘Brussel’ en dat het aantal Chinese collega’s dat al handenwrijvend kansen ruikt, inmiddels niet meer te tellen is.

“Het is goed dat de Europese Unie dit wil en het is nodig dat het gebeurt,” zegt industrieel ecoloog René Kleijn van de Universiteit Leiden. “Maar er zijn hobbels op de weg. Europa loopt heel erg achter in de productie van elektrische auto’s ten opzichte van een grote speler als China. Onze afhankelijkheid van dat land zal enorm toenemen”, met alle gevolgen van dien. Europese autofabrikanten als Volvo, Lotus en (voor de helft) Smart zijn inmiddels al in Chinese handen beland. MG is alleen in naam nog Brits. En de Chinezen hebben nu ook hun zinnen gezet op Aston Martin. Wie volgt?

ChinaElektrischeAuto

Dat wij niet moeten willen dat wij (te) afhankelijk worden van een natie die nog een appeltje te schillen heeft met een buurland heeft de oorlog in Oekraïne aangetoond, zegt Benjamin Sprecher, die aan de TU Delft onderzoek heeft gedaan naar de productieketen van elektrische auto’s: “Die laat zien dat wij niet te afhankelijk moeten zijn van bepaalde landen voor onze grondstoffen”. Maar de afhankelijkheid van China is nu al groot, aldus Sprecher, waardoor ingrijpen tegen China bij een mogelijk conflict onszelf hard raakt. “Wat nou als ze Taiwan binnenvallen? Dan kunnen zij ons onder druk zetten”. De grondstoffen die gebruikt worden voor elektrische autobatterijen zoals kobalt en lithium komen vooral uit landen als Congo en Australië. “Maar hoe verder in de productieketen, hoe dominanter China wordt”, zegt industrieel ecoloog Kleijn.

De vraag is dus: hoe kan Europa omschakelen naar elektrisch rijden zonder zwaar te leunen op China? Europarlementariër Jan Huitema, die voor de VVD betrokken was bij het overleg over de emissievrije auto’s, erkent het belang hiervan: “Want die afhankelijkheid is niet alleen een probleem voor elektrische auto’s, maar ook voor de energietransitie. Het risico is dat wij afhankelijker worden van andere landen voor de grondstoffen voor onze windmolens en zonnepanelen”, Om dat te voorkomen, werkt de Europese Uniet aan wetgeving. Om minder afhankelijk te worden, kijken ambtenaren in Brussel onder meer naar eigen winning van grondstoffen en productie van autobatterijen in Europa. “Maar als je alleen al kijkt naar hoe lang het duurt om een nieuwe mijn te bouwen,” zegt Sprecher van de TU Delft. “Dat kan zo’n 15 jaar duren. Dit lukt dus niet meer voor 2035. China daarentegen zag het belang van de winning van kritische grondstoffen al in sinds de jaren 80”.

Maar niet alles hoeft uit Europa te komen. “De Europese Unie zal bijvoorbeeld voor grondstoffen ook naar andere landen kijken,” voegt René Kleijn toe. “Eerst naar de echte vrienden, zoals Australië of Canada. Maar daarna ook naar andere landen in Afrika bijvoorbeeld”. De afhankelijkheid van China kan ook worden afgebouwd door het repareren en recyclen van elektrische batterijen te optimaliseren. Hoe minder nieuwe batterijen er nodig zijn, hoe minder je uit China hoeft te halen, is de gedachte. “Dat is dan wel vooral voor de lange termijn”, nuanceert Sprecher. “Pas na de opbouwfase, als er jaren later auto’s stuk gaan, kun je die gaan recyclen. Maar de auto’s moeten er eerst komen”. Uiteindelijk kunnen autobatterijen ook voor een ander doel ingezet worden. “Dat heet second use”, vertelt Janet Kes van Auto Recycling Nederland. “Die batterijen kan je bijvoorbeeld gebruiken voor energieopslag op plaatsen waar je geen netstroom hebt”. Dat kan onder meer handig zijn in de bouw of op festivals, zo voegt zij eraan toe.

Mocht alles volgens het plan van de Europese Unie verlopen, dan is er toch nog een kanttekening te plaatsen bij de elektrische toekomst. Benjamin Sprecher: “Mijnbouw en zware industrie blijven gewoon nodig voor de productie van batterijen en de Europese Unie wil dat opschalen”. Dat kan volgens hem gevolgen hebben voor het milieu en de mensen die het zware en soms gevaarlijke werk moeten verzetten. Daarom is het ook zaak dat mensen minder vaak de auto pakken, ook al is die elektrisch, vindt hij: “Meer openbaar vervoer, meer deelauto’s, minder nieuwe auto’s kopen, dat is de echte oplossing”.

Toch is het niet alleen de politiek die hier aan zet is. Ook autofabrikanten dienen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te tonen en zich niet altijd door winst te laten leiden. De BMW Groep doet dat bijvoorbeeld wel door de productie van de elektrische Mini weg te halen uit Groot-Brittannië en te verplaatsen naar China. Dat is, kijkend naar de huidige verschuivende kooptrends, onbegrijpelijk en eigenlijk verbijsterend.

Reageren is niet mogelijk.