Volkswagen heeft haar fabriek in Rusland verkocht aan een lokale investeerder. Het Duitse autobedrijf had eerder al de productie in het land en de export naar Rusland stopgezet vanwege de oorlog in Oekraïne.
De Volkswagen Groep, waartoe ook onder meer Porsche, Seat en Skoda behoren, volgt het voorbeeld van honderden andere bedrijven die uit Rusland zijn vertrokken sinds de invasie in Oekraïne. Het gaat om de verkoop van een fabriek, opslagplaatsen en ondersteunende diensten voor de Russische markt. Het bedrijf wil geen financiële details melden over de verkoop.

Duitse media melden evenwel dat Volkswagen ongeveer 125 miljoen euro heeft gekregen voor haar Russische bezittingen. Dat zou ver onder de daadwerkelijke waarde zijn. De bouw van de fabriek kostte Volkswagen namelijk 774 miljoen euro. De productiefaciliteit opende in 2007 haar poorten in Kaluga, ten zuidwesten van Moskou. In 2021 maakte Volkswagen er afgerond 118.000 auto’s.
De hypermoderne fabriek in Kaluga had een maximale capaciteit van 225.000 auto’s per jaar. Ter vergelijking: in heel Rusland werden vorig jaar 687.000 nieuwe auto’s gebouwd. Voor de oorlog waren dat er 1.667.000. Bij de Volkswagen fabriek werk(t)en 4.000 Russen.
Verder had Volkswagen een samenwerkingsverband met de Russische autobouwer GAZ voor een fabriek in de Russische stad Niznij Novgorod. Ook daar heeft het autobedrijf de productie stilgelegd. Dat gebeurde wegens Westerse sancties voortijdig. Daarmee hield Volkswagen zich evenwel niet aan de contracten. Daarop bevroor de Russische rechtbank alle activa van Volkswagen Group Rus. Investeringsbedrijf Art-Finance nam de zaken over, met steun van de Russische autodealer Avilon. Die neemt ook de kantoren van Volkswagen in Moskou over.
Volgens Volkswagen hebben de Russische autoriteiten de verkoop alsnog goedgekeurd. Ook de landgenoten BMW en Mercedes-Benz hebben hun activiteiten in Rusland gestaakt in verband met de invasie van Oekraïne. Hetzelfde geldt voor autofabrikanten als Nissan en Renault. In Kaluga bouwde Volkswagen de modellen Tiguan en de Polo Sedan, en daarnaast de Rapid van Skoda. Renault verkocht dus ook haar belangen in Rusland (voor het symbolische bedrag van 1 euro), maar dan met de garantie de activiteiteiten terug te kunnen kopen voor hetzelfde bedrag. Deze toezegging van de lokale autoriteiten is evenwel slechts 6 jaar geldig.
De Russische automarkt wordt nu langzaam maar zeker overgenomen door Chinese fabrikanten. Dat gebeurt niet met de in Europa zo gevreesde elektrische modellen, maar met technologisch inferieur aanbod waarvan de bouwkwaliteit te wensen over kan laten. Normaal gesproken zouden dergelijke auto’s op exportmarkten geen poot aan de grond krijgen, maar bij gebrek aan alternatieven hebben zij in Rusland vrij spel gekregen.
