De beslissing van de Europese Unie om een onderzoek te starten naar de Chinese elektrische auto-industrie kan bij Europese fabrikanten op weinig enthousiasme rekenen. Zij willen een andere aanpak.
In haar State of the European Union-speech haalde commissievoorzitter Von der Leyen hard uit naar China dat met staatssteun de Europese markten overspoelt met goedkope Chinese elektrische auto’s. Directeur Sigrid de Vries van de Europese Associatie van Autofabrikanten ontkent niet dat er sprake is van oneerlijke concurrentie, “maar dit is niet de aanpak waarop wij hoopten”. Volgens haar ontbreekt het aan een fundamentele aanpak om de concurrentiekracht van Europa te verbeteren. “Die hinkt heel erg achterop”, aldus De Vries. En niet alleen ten opzichte van China, ook ten opzichte van de Amerikaanse slagkracht.
De Vries denkt dan ook niet dat bijvoorbeeld extra belasting op Chinese auto’s de Europese auto-industrie gaat helpen: ze gelooft in een gelijk speelveld. “Je wil gewoon een structureel gezonde auto-industrie en competitie is gezond, maar je wil graag een gelijk speelveld voor die competitie”. En dit betekent dat de Chinezen “fundamenteel” moeten worden aangesproken over “globale spelregels”. De vraag is of er in Peking geluisterd zal worden. China gaat vooralsnog onverstoorbaar haar eigen weg en heeft als land de reputatie dat zij zich niet de les voor wil laten schrijven.
De Vries pleit er daarnaast voor dat er meer gebeurt om het investeringsklimaat in Europa te verbeteren en de transitie naar een geëlektrificeerd wagenpark in Europa te vergroten. “En deze maatregel helpt daar niet bij”. De Vries plaatst nóg een kanttekening bij Von der Leyens ferme taal: “Het is politiek misschien wel een spectaculair signaal, maar het kan ook tot een handelsoorlog leiden waar ook andere sectoren heel erg last van gaan krijgen”. Het lijkt er dus op dat De Vries de Chinese auto-industrie niet durft aan te pakken. Daarmee wordt een ongelijk speelveld in stand gehouden, want Chinese hanteert juist wél hoge importheffingen voor in Europa geproduceerde auto’s. De Vries voegt dus niet de daad bij het woord voor wat betreft het ‘gelijke speelveld’. Dat maakt haar feitelijk ongeschikt voor haar vak als belangenbehartiger van de in Europa gevestigde autofabrikanten.
Overigens omschrijft ook de financieel directeur van Tesla de snel ontwikkelende technologie en lage prijzen van met name BYD (onder andere gefinancierd met geld dat wordt verdiend in Rusland waar Westerse autofabrikanten uit moreel oogpunt geen zaken meer willen doen, maar waar het niet door ethische overwegingen gehinderde BYD nu haar zakke vult) als “eng”.
