Hulpdiensten die op weg zijn naar een ernstig ongeval stuiten regelmatig op een wirwar aan auto’s. Ook op de vluchtstrook. Het roept de vraag op wat je als automobilist moet doen als er hulpdiensten met spoed naderen.
Het Kenniscentrum Voorrangsvoertuigen, dat onderdeel is van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), houdt nauwkeurig bij hoe hulpdiensten zich door het verkeer bewegen en hoe het veiliger kan. Zij ziet helaas steeds vaker dat een file de brandweer, politie en ziekenauto ophoudt. Onderzoek van het NIPV en de ANWB onder 2.100 automobilisten wijst uit dat weggebruikers vaak onverwacht en daarmee ook ongewenst reageren als zij een hulpdienst met zwaailicht en sirene zien naderen. 60 procent heeft er moeite mee hoe je zo’n voertuig veilig laat passeren, .
“Vooral mensen die al langer hun rijbewijs hebben, hebben gebrek aan kennis hierover, want in de huidige rijopleiding is er wel degelijk meer aandacht voor”, zegt Karin Groenewegen van het NIPV. Onzekerheid over wat te doen leidt geregeld tot gevaarlijke situaties en ongelukken, vervolgt ze. Zo denken mensen dat ze met een loeiende ambulance achter zich door een rood verkeerslicht een kruising op mogen rijden. “Dat mag dus niet. Het kan juist extra gevaar opleveren”.
Weggebruikers zijn daar in tegenstelling tot chauffeurs van hulpdiensten niet op getraind. “Het is wat anders als je voor het rode stoplicht nog ietsje opzij kan om plaats te maken”. Een aantal weggebruikers schrikt standaard van een zwaailicht en sirene in de achteruitkijkspiegel, weet Groenewegen uit onderzoek. “Dat onverwachte gedrag is lastig om te beïnvloeden”. Het basisadvies is echter: blijf vooral kalm en denk even een paar seconden extra na over wat je gaat doen om de weg vrij te maken. “Denk niet: ik neem op een rotonde gelijk de volgende afslag, want misschien moet de hulpdienst daar ook naartoe. Rijd dan liever een rondje extra. Duik ook niet de berm in, die is vaak zacht. Als je daar met snelheid inrijdt om te stoppen, kan dat ook weer gevaarlijk zijn. Kijk dus liever uit naar een parkeerhaven”. Harder rijden dan toegestaan, is ook geen oplossing. “Blijf gewoon doorrijden tot je op een veilige manier ruimte kunt maken”.
Groenewegen hamert erop dat de vluchtstrook altijd vrij moet blijven voor pechgevallen of voorrangsvoertuigen als een brandweer, politie of ambulance. Tegenwoordig kan dat ook de auto van Rijkswaterstaat zijn die opgeroepen is om bijvoorbeeld een weggedeelte veilig af te gaan zetten. “En gebruik de vluchtstrook niet om alvast voor te sorteren voor een afslag verderop, dat kan hulpdiensten ook hinderen”.
Dat de vluchtstrook vaak ook in gebruik is als spitsstrook kan strijden met de wens snel ter plekke te zijn om hulp te bieden na een ongeval, beseft ze. “Dat is een lastige keuze: wil je minder files op de snelweg of altijd een vrije baan houden voor hulpdiensten?” Het is belangrijk dat de weggebruiker regelmatig in zijn of haar spiegels kijkt, meldt ze. “Dan valt een hulpdienst sneller op”. Wie een voorrangsvoertuig wil laten passeren, dient op de weg te blijven en zoveel mogelijk rechts te houden. “Wees er altijd alert op dat er na het passeren van één voorrangsvoertuig meer exemplaren kunnen volgen”.
Duitsland
In Duitsland geldt op snelwegen de regel voor het maken van een ‘Rettungsgasse’: een reddingsbaan als er voertuigen met zwaailicht en sirene naderen. In het midden van de weg moet dan door de weggebruikers een strook gemaakt worden die vrij baan geeft. Dat is verplicht. Is dat een idee om in Nederland in te voeren? ‘Dat is hier minder goed mogelijk. De rijbanen in Duitsland zijn breder dan bij ons, daar is dus ruimte voor zo’n oplossing. Wij hebben de vluchtstrook. Daar mag een voorrangsvoertuig met 50 kilometer per uur overheen”.
Campagne?
“Het zou goed zijn als de overheid weggebruikers periodiek blíjft attenderen op wat ze moeten doen als een hulpdienst nadert”, adviseert Groenewegen. In 2015 is hiervoor de campagne ‘Wat doe jij bij zwaailicht en sirene?’ ontwikkeld. “Het was de bedoeling die campagne landelijk onder de aandacht te brengen, maar dat is door gebrek aan budget nooit gebeurd. Hij is alleen uitgerold in Oost-Nederland”. Ze vervolgt: “Het zou goed zijn die campagne alsnog landelijk onder de aandacht te brengen. Dat is belangrijk, want veel automobilisten willen graag meer informatie hebben, zo blijkt uit onderzoek. Het onderwerp moet in verkeersveiligheidscampagnes echter concurreren met aandacht die ook nodig is voor alcoholgebruik of lachgas in het verkeer, of voor handsfree bellen”.
