Einde van ‘dolce vita’: de Fiat 500 gaat namelijk met pensioen. Althans, het in 2007 stammende model. De elektrische 500e blijft nog enige tijd onder ons. Sterker nog: zijn koetswerk zal binnenkort ook gecombineerd kunnen worden met een verbrandingsmotor.
Dat de editie die op 4 juli 2007 werd voorgesteld nu met pensioen gaat, is niet te wijten aan een gebrek aan belangstelling voor deze kleine auto. Europese regelgeving op het gebied van veiligheid en privacy betekent dat er na 17 jaar een einde komt aan de 500 die Fiat weer op de been heeft geholpen.

“Bella Machina!” en “Bravo!” klonk het tijdens testritten in Turijn in 2007. Aanleiding voor het enthousiasme van de Italiaanse voorbijgangers was een klein voertuig dat toen op 4 juli officieel het levenslicht zag: de Fiat 500. De zeer duidelijk uitgesproken instemming van de Italianen was een indicatie hun nationale autoproducent een hit in handen had: de Fiat 500 stond een goede verkooptoekomst te wachten.
Hoe goed werd, al snel duidelijk. De 500 begon zijn triomftocht in Italië, maar inmiddels zijn er wereldwijd ruim 3,2 miljoen exemplaren van verkocht. Al die klanten hadden wel zin in een vleugje ‘Dolce Vita’ achter het stuur. Fiat wist de compact 4-zitter fris te houden door slimme marketingcampagnes, nieuwe varianten, detailverbeteringen en vele bijzondere uitvoeringen. De 500, ook wel liefkozend “Topolino” (kleine muis) genoemd, rolde in totaal 3,7 miljoen keer van de productielijn. Maar nu is het tijd om afscheid te nemen.
Toen Fiat op 4 juli 2007 de 500 presenteerde, was dat precies 50 jaar na de introductie van de ‘Nuova 500’, die tussen 1957 en 1977 werd geproduceerd. Na een aarzelende verkoopstart (de eerste versie had wel erg weinig motorvermogen en was niet voorzien van een achterbank, waardoor potentiële klanten liever doorspaarden voor een Fiat 600) werd het bijna 3 meter lange voertuig een bestseller en ‘de Volkswagen van Italië’.
Na een pauze van 30 jaar maakte de Fiat 500 een comeback. En hoe. De vraag overtrof de verwachtingen en de productie in de Tychy fabriek in Polen moest omhoog. Toch waren er in het begin lange levertijden. Maar dat was een luxe-probleem: de ontwerpers van Fiat hadden met de 500 middenin de roos geschoten. Retro-elementen als de ronde koplampen, kleine wielen en goed gevormde rondingen maakten de 3,55 meter lange 500 meteen sympathiek. Voor zonaanbidders introduceerde Fiat in 2009 de C-versie met elektrisch vouwdak. Ook aan de binnenkant gingen de ontwerpers voor retro. Het 2-kleurige dashboard en het prachtige, klassiek-ronde instrumentarium deden ook denken aan de beroemde voorouder.

Allesbehalve retro waren de aandrijflijnen van de 500. Er was (dus) sprake van voorwielaandrijving in plaats van dat de motor achterin zat. In de loop der jaren kon de consument kiezen uit 4 krachtbrontypes, met 2-, 3- of 4-cilinders, en eem vermogensbereik varieerde van 69 tot 105 pk. Er werd ook een 1,3 liter diesel met 75 of 95 pk aangeboden. Net als bij de voorouder zorgden de sportieve Abarth versies (135 tot 190 pk) voor meer levendigheid en rijplezier.

Fiat heeft lang op het succes van de 500 kunnen teren. Dat was prettig, want de dochters Alfa Romeo, Lancia en Maserati leken alleem maar geld te kosten. Gelukkig was er jarenlang geen behoefte aan een nieuwe 500 want het ontwerp uit 2007 bleek behoorlijk tijdloos te zijn. Meer dan bijpunten en bescheiden opfrisbeurten bleek eigenlijk niet nodig te zijn. Daarnaast wist Fiat de aandacht voor de 500 vast te houden met 25 speciale edities. Velen stonden slechts tijdelijk in de prijslijsten vermeld; sommige waren zó zeer zeldzaam dat er gesproken kan worden van verzamelobjecten. Klanten waren bereid om diepvoor diep in hun portemonnee te graven.

Fiat spreekt zelf officieel van 9 bijzondere modellen, waaronder de 500 by Diesel (2008), de 500 by Gucci (2011), de 500 GQ (2013), de 500 Riva (2016), de 500 Anniversario (2017) en de 500 Dolce Vita (2019). Naast de verwijzingen naar modemerken brachten vooral het Riva-model en (nomen est omen) het speciale Dolce Vita-model de Italiaanse levensstijl, die gekenmerkt werd door flair en levensvreugde, over. Rode draad bij al deze bijzondere modellen waren prachtige carrosseriekleuren en details zoals een pookknop van massief mahonie, extra houten inlegpanelen op de Riva uitvoering, ivoorkleurige lederen stoelen in de Dolce Vita versie en een wit-blauwe stoffen kap op de 500C.
Maar het zoete leven dat de Fiat 500 de autoconsument jarenlang bood, loopt ten einde. Begin juli zal het laatste exemplaar van de band rollen. De kosten om de Fiat 500 aan te passen aan de regelgeving die vanaf 7 juli voor alle nieuwe auto’s in de Europese Unie geldt, worden door het op winstmaximalisatie gerichte, nieuwe moederbedrijf Stellantis als te hoog beschouwd (de noodzakelijke aanpassingen omvatten onder meer het garanderen van gegevensbeveiliging en uitbreiding van de veiligheidsuitrusting met een waarschuwingssysteem voor het verlaten van de rijstrook en achteruitrij- plus snelheidsassistenten. Eerlijk gezegd is het misschien maar goed ook dat Fiat nu à la Youp van het Hek tijdig stopt met de 500 voordat het gênant begint te worden. Want zo geweldig rijdt het Fiatje naar de huidige normen niet meer en aan de amechtige 1,0 liter motor zonder turbo bezorgde de bestuurder ook weinig plezier. Een ‘nul sterren score’ bij EuroNCAP zou een te grote afgang hebben betekent. Dat blijft de 500 nu bespaard.

Gelukkig voor Fiat stond de elektrische 500e al jaren klaar voor de Italiaanse troonopvolging. Die is weliswaar een stuk duurder dan het benzinemodel uit 2007, maar voor prijsgevoelige markten heeft Fiat de Panda als alternatief in het assortiment hebben. Dat is verkoop-technisch sowieso het belangrijkste model voor het Italiaanse automerk, vandaar dat de kostbare updates in dit geval wel terugverdiend kunnen worden, zo is de verwachting van Stellantis. Daarnaast zal de 500e geschikt worden gemaakt voor de montage van een benzinemotor met mild hybride aandrijflijn.

Als afscheid van zijn succesvolle model pakt Fiat opnieuw historische referenties op en lanceert zij het speciale model ‘Collezione 1957’ ter gelegenheid van de verjaardag van de historische Cinquecento uit 1957. Anders dan het 500-model dat 67 jaar geleden op 4 juli werd gepresenteerd, is de ‘final edition’ (waarvan slechts 1.957 exemplaren zullen worden vervaardigd) niet voorzien van een stoffen kap, maar van een modern glazen panorama dak. Verchroomde exterieurdetails zoals een sierlijst in de voorbumper, de deurgrepen, de dorpellijsten en het uitlaateindstuk, geven de 19.990 euro kostende 500 Dolcevita Finale een extra vleugje glamour.

Op een plaquette op de middentunnel staat het individuele productienummer vermeld. In de achterste zijruiten zijn de silhouetten van de ‘Nuova Cinquecento’ uit 1957 en de huidige 500 te zien. Hiermee is de cirkel van de 2 Italianen die miljoenen consumenten wisten te verleiden, rond.

