Elke 4 jaar een splinternieuwe auto voor de deur die eigenlijk te duur en te groot is? Dat cliché van de leasebak klopt in België niet helemaal meer. Al 55 procent van de bedrijven in ons zuidelijke buurland heeft tweedehands exemplaren in zijn vloot.
De bedrijfswagencultuur in België zorgt al een tijdje voor grote verschillen: de BMW X1 was vorig jaar de populairste auto van de zaak, maar particulieren gaan massaal voor de Dacia Sandero. Ook op de tweedehandsmarkt leidt dat tot een discrepantie. “Wat Belgen kopen, is niet wat Belgen leasen”, zegt Yves Ceurstemont van leasingmaatschappij Arval. “Er zit daar een mismatch tussen. Heel veel van onze leaseauto’s gaan na hun contract dan ook naar het buitenland”.
Maar er is ook een andere optie: die tweedehands voormalige leasewagen gewoon opnieuw verhuren aan bedrijven. Daar is volgens Ceurstemont een groeiende markt voor. 55 procent van de Belgische bedrijven heeft al minstens één occasion in zijn vloot, zo blijkt uit onderzoek door Arval Mobility Observatory. “Zo krijgen ze hier een tweede leven”, zegt Ceurstemont. “Voor ons is die ‘re-lease’, zoals wij dat noemen, ook een afzetkanaal”.
In de praktijk gaat het vaak om leasewagens die nog voor het einde van het contract naar de leasemaatschappij werden teruggestuurd. Bijvoorbeeld omdat een werknemer zijn arbeidsgeluk elders is gaan zoeken. Die auto’s zijn minder dan 4 of 5 jaar oud. Bedrijfswagens die na een ontslag van een werknemer op de bedrijfsparking blijven staan en later als ‘aanloopauto’ dienen voor een nieuwe employee, worden niet meegeteld als ’tweedehands leasewagen’.
Het aanbieden van tweedehands leasewagens is vaak niet eens een keuze. “De levertijden voor nieuwe auto’s zijn tijdens de corona pandemie en de daaruit volgende lockdowns hoog opgelopen”, zegt Ceurstemont. “Lopende contracten verlengen was het eerste redmiddel, maar dat volstond niet altijd. Er waren werknemers voor wie de auto niet meer paste bij de gezinssituatie, of nieuwe sales-medewerkers die snel dagelijks klanten moesten kunnen bezoeken. Een tweedehands leasewagen is dan meteen beschikbaar”.
Bijkomende reden is elektrificatie. “Bij een benzine- of dieselmodel zijn er na 4 jaar of 100.000 kilometer al wat hogere kosten, zoals de noodzaak om de distributieriem te vervangen. Bij elektrische auto’s is er veel minder slijtage. Je kan dus prima nog een tijdje doorrijden met een exemplaar dat 3 tot 5 jaar oud is. Het kan zijn dat het rij bereik iets daalt, maar tegenwoordig komt dat van zo’n hoog niveau dat je daar weinig hinder van ondervindt”.
Een andere factor is de prijs. Auto’s met verbrandingsmotor worden gestaag fiscaal zwaarder bestraft, zeker dieselmodellen, maar fabrikanten zijn hun elektrificatiekoers in het hoogste segment begonnen. Tweedehands elektrische leasewagens zijn dan een optie om de prijs te drukken. Uit het onderzoek van Arval blijkt dat de meerderheid van de bedrijven die er nog niet mee werken, het wel overweegt om dergelijke auto’s in de komende jaren toe te voegen aan de vloot.
Overigens stijgt het aantal leaseauto’s in België niet meer, vooral omdat het voor jonge werknemers een minder belangrijke factor is in het totale loonplaatje. Zij vinden andere secundaire arbeidsvoorwaarden belangrijker.
