De elektrische Renault 5 E-Tech wordt een van de sterren van een najaar dat rijk zal zijn aan nieuwe automodellen. In dit nieuwsitem vergelijkt Autointernationaal.nl hem in preview met de Mini Cooper, momenteel de referentie in de categorie chique stadsauto’s.
De afgelopen maanden zijn we getuige geweest van de geweldige terugkeer van Renault op de voorgrond. Dit vertaalt zich in positieve financiële resultaten (2,3 miljard euro nettowinst in 2023, operationele marge van 7,9 procent) en een lanceringsbeleid dat tot de meest dynamische op de Europese markt behoort. Voorbeelden zijn in het bijzonder de Scénic, bekroond met de titel van ‘Auto van het jaar 2024’, aan de Rafale, gekozen door het Elysée om Emmanuel Macron te vervoeren, aan de toekomstige 4Ever die in zijn definitieve vorm zal worden onthuld op de aanstaande autosalon van Parijs, maar ook en vooral de 5 E-Tech, die nu al te bestellen is en waarvan de pers in het najaar de eerste tests zal publiceren.

In de tussentijd kan jij hier een eerste statische confrontatie zien tussen de Renault 5 E-Tech met een van zijn belangrijkste rivalen, de formidabele Mini Cooper E(lectric) die nog maar een paar maanden geleden werd gelanceerd. Beide boxen in de categorie chique stadsauto’s, met de meest aantrekkelijke presentatie zowel van buiten als van binnen, respectabele vermogensniveaus (150 pk voor de Renault, 184 pk voor de elektrische Cooper) maar je betaalt ook de prijs van beperkte buitenafmetingen, een geringe interieurruimte en een niet al te grote kofferbak. Kortom, deze modellen zijn gemaakt om met elkaar de strijd aan te gaan.


Zowel de Renault 5 E-Tech als de Mini Cooper E grijpen terug naar hun glorieuze voorgangers, terwijl ze hedendaagse esthetische codes overnemen. Met een lengte van 3,86 meter is de Brit 7 centimeter groter (!) dan de Fransman. Beide hebben een ultrakleine overhang voor en achter, hetgeen wendbaarheid en rijplezier uitstraalt. Hoewel de 2 auto’s vrijwel dezelfde wielbasis hebben (2,54 meter bij de Renault, oftewel 1 cm meer dan de Mini), beschikt de Franse auto over optisch perfect weggemoffelde achterportieren, waardoor de indruk wordt gewekt met een 3-deurs te maken te hebben.


De 18 inch velgen vullen de wielkasten van de Mini goed, terwijl dit bij de 5 E-Tech iets minder het geval is. De diameter is echter identiek.

De Renault biedt 5 zitplaatsen, één meer dan de Mini. Maar als je groter bent dan 1,60 meter (volwassenen en kinderen ouder dan 10 à 12 jaar), dan vind je het achterin de Fransman maar een krappe bedoening. In de uitstulping van de motorkap bevindt zich een indicator voor het laadniveau van de batterij. Elke verticale balk waaruit deze digitale ‘5’ bestaat, vertegenwoordigt 20 procent elektronen.

Renault heeft opmerkelijke veel zorg besteed aan de materiaalkeuze en de bijpassende afwerking van het interieur van de 5 E-Tech. Ook de jongste creatie van de Fransen draagt dus bij tot de opmars (of noem het: rehabilitatie) van het merk naar het hogere markt segment waar het woord ‘premium’ gebruikt wordt.

Het dubbele rechthoekige digitale paneel van de 5 E-Tech wordt aangestuurd door het OpenR-link systeem van Renault dat ongeveer 50 verschillende soorten toepassingen kent. De hemelbekleding met reliëf is geïnspireerd op dat van de originele Renault 5, net als de voorstoelen van het ‘bloemblaadje’ type, die geleend lijken te zijn van de TS versie uit 1975.

Van generatie op generatie blijft de Mini trouw aan de ronde centrale ‘klok’. Vanuit esthetisch oogpunt kunnen we het verlies van het paneel met ’toggle switches’ betreuren, want dat gaf duidelijk een retrotintje aan de cabine. De Mini heeft 210 liter bagageruimte; niet veel dus waardoor men in het dagelijks leven snel de toevlucht moet nemen tot het omklappen van de achterbank leuning. Met 277 liter laadvolume scoort de 5 E-Tech is iets beter, maar het is fors minder dan de 388 liter die de Zoé kon verstouwen!


Eén auto van dit duo laadt linksvoor op en de andere rechtsachter. De Mini belooft dat in 28 minuten bij een snel terminal de accu capaciteit kan worden vergroot van 10 naar 80 procent, terwijl Renault 30 minuten aankondigt om de batterijvulling op te krikken van 15 tot 80 procent. De 5 E-Tech scoort wat dit betreft dus minder goed, maar daar staat tegenover dat hij (of is deze auto een ‘zij’?) bi-directioneel opladen biedt, waardoor hij een extern elektrisch apparaat van stroom kan voorzien.


De meest gespierde versie van de 5 E-Tech ontwikkelt 150 pk en de stroom wordt geleverd door een batterij van 52 kWh, waarmee hij een actieradius van 412 km in stedelijke omstandigheden kan aankondigen. Het gamma is nu nog beperkt, waardoor er pas kan worden ingestapt voor 32.990 euro (voor dit bedrag krijgt men de Comfort Range Techno uitvoering; de Iconic Cinq variant kost 34.490 euro), maar later volgen er

De Mini Cooper E heeft 184 pk en is daarmee duidelijk sterker, maar ook duurder: minimaal 35.990 euro voor de Essential Trim uitvoering. Een ander nadeel: deze ‘Brit’ is helemaal niet Brits, maar komt uit China. Zijn batterij van 40,7 kWh zorgt voor een actieradius van 295 km. De SE versie, met 218 pk, kost minimaal 38.990 euro en zal op zijn route de Alpine A290 tegenkomen. Die is er al voor 38.800 euro, maar moet het doen met 180 pk (de 220 pk variant heeft een prijskaartje van minimaal 41.800 euro). De basiskleur van de 5 E-Tech is ‘pop green’. De geel/zwarte uitvoering (met rood dak) zoals je hier op de foto’s ziet, vergt een extra investering van 1.200 euro. De catalogus bevat ook blauw, wit en zwart. Lichtgrijs is gereserveerd voor de Roland Garros versie.
Conclusie
Praktischer en gemakkelijker om mee te leven dan de Mini dankzij zijn 5 deuren en zijn grotere kofferruimte, profiteert de Renault ook van een prijsvoordeel. Dat de 5 E-Tech wordt geproduceerd in Europa (Frankrijk), zullen veel mensen ook belangrijk vinden. Maar de Duits-Brits-Chinese rivaal heeft de status de maatstaf te zijn qua rijplezier en het is nog maar de vraag of de Fransman hem zal kunnen onttronen. Een antwoord op die vraag kunnen wij begin oktober krijgen, als de eerste tests gepland staan. Feit is nu al dat de Renault een nadere confrontatie met de premium-Mini qua bouwkwaliteit en materiaalkeuzes niet hoeft te schuwen.
