De Tesla Model 3 die in Europa wordt geleverd, wordt in Shanghai gebouwd. Dus ondervindt ook de Amerikaanse fabrikant van elektrische auto’s de gevolgen van de hogere importheffingen. De Model Y wordt in Berlijn gebouwd en de types Model S en Model X zien in de Verenigde Staten het levenslicht. Die worden dus niet geraakt door de hogere importheffing.
Omdat Tesla netjes meewerkte aan het onderzoek blijft de extra importbelasting beperkt tot 20,8 procent. Had Tesla dat niet gedaan, dan mochten ze 37,6 procent invoerheffing afrekenen. Gaat de kostprijs van de Model 3 nu met één vijfde omhoog? Nee, want Tesla berekent de heffing niet helemaal door in de consumentenprijs. Dit betekent dat de Amerikaanse autofabrikant dus wat marge inlevert.
De goedkoopste Tesla Model 3 kostte vóór de verhoging van de importbelasting 41.990 euro. Als de invoerheffing 1:1 aan de klant zou worden doorberekend, dan zou deze elektrische middenklasser ruim 8.700 euro duurder zijn worden. Maar Tesla beperkt de schade voor de consument tot 1.500 euro. De goedkoopste Model 3 kost voortaan dus dus 43.490 euro.
Ook de duurdere versies worden slechts 1.500 euro duurder. De Tesla Model 3 Long Range AWD kost voortaan 51.490 euro. De Performance uitvoering heeft een prijskaartje van 58.490 euro gekregen.
