De Verenigde Staten zitten niet te wachten op zelfstandig rijdende auto’s uit China. Als het aan het Amerikaanse ministerie van Handel ligt, komt er nog deze maand een verbod op Chinese software in voertuigen die autonoom deel kunnen nemen aan het verkeer.
Het gaat om auto’s die op ‘Level 3’ of hoger autonoom kunnen rijden. Steeds meer modellen kunnen op ‘Level 2’ autonoom rij taken uitvoeren, zoals afremmen of versnellen in de file en van rijstrook wisselen. Bij ‘Level 3’ gaat een auto een stap verder en houdt hij de omgeving nauwlettend in de gaten, maar de bestuurder moet nog altijd alert blijven om de controle zo nodig over te nemen.
Het zit de Amerikaanse regering niet lekker dat Chinese software deze data verzamelt. Door het gebruik daarvan te verbieden, wordt ook een einde gemaakt aan het testen van auto’s uit China op het Amerikaanse wegennet. Volgens de wetgeving die nu wordt voorbereid, moeten autofabrikanten aantonen dat zij geen software gebruiken die is ontwikkeld in een ‘foreign entity of concern’, oftewel in landen die de Verenigde Staten niet helemaal vertrouwt.
Het verbod gaat ook gelden voor Chinese software in auto’s met “geavanceerde draadloze communicatiemogelijkheden”. Of daarmee elk voertuig wordt bedoeld die in verbinding staat met het internet, is niet duidelijk. Het Witte Huis is vooral bang dat Peking met behulp van de software gevoelige informatie in handen krijgt. In het verleden werden daarom alle producten van Huawei in de ban gedaan.
Zodra de nieuwe wet in werking treed, moeten autofabrikanten aantonen dat de software die hun zelfrijdende auto’s aanstuurt niet uit China afkomstig is. De aanscherping van het beleid van Washington is onderdeel van bredere inspanningen van de Amerikaanse overheid om de invloed van China op de technologie- en automarkt te beperken.
Een woordvoerder van de Chinese ambassade in de Verenigde Staten reageert als volgt: “China dringt er bij de Verenigde Staten op aan zich te houden aan de marktbeginselen en de internationale handelsregels, om zo een gelijk speelveld te creëren voor bedrijven uit alle landen. China zal zijn wettelijke rechten en belangen krachtig verdedigen”. Maar die woordvoerder is als een pot die de ketel verwijt dat die zwart ziet. Door toedoen van China is er momenteel absoluut geen sprake van een gelijk speelveld. Immers, Chinese autofabrikanten worden financieel enorm gesteund door de regering in Peking zodat zij hun modellen op exportmarkten voordeliger aan kunnen bieden dan producenten uit andere landen. Om deze reden introduceerde de Amerikaanse president Joe Biden eerder dit jaar een 100 procent hoge, extra importheffingen. Ook Europa doet gelukkig mee, al is de door ‘Brussel’ voorgestelde extra invoerbelasting een stuk lager dan die van de Verenigde Staten.
Daarnaast is er een wetsvoorstel in de maak om het moeilijker te maken voor autofabrikanten om batterijen van Chinese makelij te gebruiken. Wat dit betreft staan de neuzen van president Joe Biden en zijn rivaal Donald Trump dezelfde kant op: allebei willen zij de invloed van China op de Amerikaanse samenleving zoveel mogelijk beperken. Voor China is dat een tegenslag want de eigen economie kwakkelt. De regering in Peking wil de handel met de Verenigde Staten daarom verder uitbreiden. In Washington moet men overigens wel oppassen dat zij China niet te veel tegen zich in het harnast jaagt. Het Aziatische land dwarszitten kan betekenen dat ze de uno reverse kaart trekken en Amerikaanse bedrijven in China (waaronder Tesla en General Motors) gaan dwarszitten.
