Niet elektrische auto’s, maar hybride exemplaren winnen aan populariteit. Dat blijkt uit cijfers van de Bovag. De stijging van de vraag naar hybride auto’s hangt 1 op 1 samen met het gestaag groter wordende aanbod aan dit type personenwagens. Voor fabrikanten is het een relatief goedkope en overzichtelijke manier om de CO2-doelstellingen te halen.
Autofabrikanten die in de Europese Unie actief zijn, moeten voldoen aan de door ‘Brussel’ opgelegde CO2-doelstellingen: Gemiddeld dient de emissie van de in de lidstaten van de EU verkochte auto’s in 2025 minder dan 95 gram te bedragen. In de jaren daarna daalt de limiet gestaag, naar 0 gram CO2 in 2035. Dit betekent dat er over 10 jaar en 3 maanden in de Europese Unie geen auto’s me een verbrandingsmotor meer verkocht mogen worden.
Zoals de kaarten nu liggen, hebben Ford en de Volkswagen Groep de meeste moeite om de doelstelling voor 2025 te halen. Momenteel ligt de gemiddelde uitstoot van de auto’s die zij verkopen ver boven de limiet, namelijk op 125 respectievelijk 123 gram. Dit betekent dat zij het risico lopen om volgend jaar gigantische boetes te krijgen. Dat juist Ford en de Volkswagen Groep in de hoek zitten waar de klappen gaan vallen, komt doordat zij relatief weinig elektrische auto’s verkopen. Maar ook het wel of niet kunnen aanbieden van ‘Full Hybrid’ modellen kan het verschil maken. En die ontbreken juist bij Ford en de Volkswagen Groep.
Beide autofabrikanten hebben wel diverse mild hybride modellen in hun gamma. De assisterende elektrische techniek van die auto’s is (de modellen van Stellantis uitgezonderd) niet krachtig genoeg om auto’s volledig emissievrij te laten rijden; zelfs een paar kilometer is niet mogelijk. Mild hybride techniek helpt vooral om een auto vlot vanuit stilstand te laten accelereren. De brandstofbesparing is relatief gering. Ook de bewerkstelligde reductie van de CO2-uitstoot is dus beperkt. Daar staat tegenover dat mild hybride techniek relatief goedkoop is. Verder heeft de bestuurder er geen omkijken naar: de auto laadt zichzelf op, zonder stekker.
Dit laatste voordeel geldt ook voor Full Hybrid modellen. Die kunnen wel een deel van de ritten in en om de stad / het dorp emissie-vrij uitvoeren. Met als gevolg dat de brandstofbesparing van Full Hybrid modellen veel groter is dan van auto’s die de milde techniek-variant onder de motorkap hebben. In de praktijk blijken autoconsumenten de verhouding tussen kosten en baten bij Full Hybrid modellen het aantrekkelijkst te vinden. Ook over de milde versie zijn zij tevreden. Maar plug-in hybride modellen hebben meer nadelen dan voordelen: ze zijn doorgaans fors duurder (al valt dat in ons land vanwege ons BPM systeem mee), flink zwaarder en je moet dus steeds zorgen dat de accu voldoende is opgeladen. Als dat niet zo is, dan zal de plug-in hybride auto het van zijn benzine- of dieselmotor moeten hebben. Met als gevolg dat het gemiddelde brandstofverbruik juist hoger is dan bij niet-plug-in modellen.
Het hogere gewicht, het feit dat zij relatief duur zijn en de noodzaak om steeds te moeten opladen, speelt ook volledig elektrische modellen parten. Dat daar lagere variabele kosten voor onderhoud en gebruik tegenover staan, kan de autoconsument niet echt boeien. Die houdt bij de aankoop geen rekening met de lange termijn voor- en nadelen. Ook het feit dat de overheid steeds andere beslissingen neemt voor wat betreft financiële steun aan eigenaren van een elektrische auto helpt niet.
Door betere techniek en schaalvergroting beginnen er nu meer kleine en goedkope elektrische modellen op de markt te komen. Ook wordt het prijsverschil met benzineauto’s op deze manier kleiner. Menigeen verwacht dat de consument dan alsnog de elektrische auto zal omarmen. Maar de wens zou hier wel eens de vader van de gedachte kunnen zijn. Want elektrisch rijden scoort nu vooral bij zakelijk rijders, met als gevolg dat middenklassers als de Kia Niro EV, de Tesla Model Y en de Volvo EX 30/40 in trek zijn. Dat Citroën nu voor 24 mille nu de ë-C3 in de prijslijst heeft staan, is leuk, maar voor zakelijk rijders is dat model niet interessant. Dus de impuls die de verkoop van elektrische auto’s krijgt van uitbreiding van het aanbod met goedkope modellen zou in de praktijk wel eens tegen kunnen vallen.
Die waarschuwing moet ook Volkswagen ter harte nemen. Die heeft haar hoop nu gericht op de ID.2 en de ID.2all; een 2-tal relatief goedkope elektrische auto’s. Maar voor menig Duitser zal dit duo te klein zijn. Een volwaardig alternatief voor de Tesla Model Y snijdt bedrijfseconomisch veel meer houdt. Een dergelijke auto ontbreekt nu in het gamma van Volkswagen want de ID.4/ID.5 weten, als het om de verkoopaantallen gaat, amper een deuk in een pakje boter te slaan. Wat ook enorm zal helpen: een Polo / T-Cross / Taigo / T-Roc / Golf / Tiguan / Passat Full Hybrid waarmee de degens kan worden gekruist met Kia, Hyundai en Toyota.
