Steeds meer gemeenten in Nederland staan toe dat automobilisten hun elektrische auto vanaf de eigen woning opladen met een kabel over de stoep. Dat mag inmiddels in een of andere vorm in 154 van de 342 gemeenten. Een jaar geleden waren dat er nog maar 92. Dit betekent een groei van 67 procent in 12 maanden. Grote steden wijzen echter op de gevaren.
Gemeenten die een kabel over de stoep toestaan, hebben daar wel regels voor. Er moet worden voorkomen dat mensen over de kabel vallen. Zo is de kabelgoottegel, een speciale stoeptegel met een uitsparing waar de laadkabel in ligt, toegestaan in bijna 100 gemeenten. Een andere oplossing is een rubberen mat die je zelf over de kabel legt, dit mag in ruim 50 gemeenten. Een speciale platte kabel los over de stoep leggen wordt toegestaan in in 14 gemeenten.
Er is dus sprake van grote verschillen aan regels rond ‘stoepladen’. In 116 gemeenten is dit toegestaan, terwijl 38 gemeenten ermee experimenteren. In 188 gemeenten is stoepladen verboden. De 4 grootste steden van Nederland, te weten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, spraken zich eerder dit jaar in een gezamenlijke visie expliciet uit tégen het toestaan van zogeheten Verlengde Private Aansluitingen (VPA’s). Zij wijzen onder meer op veiligheids- en toegankelijkheidsproblemen, verrommeling van het straatbeeld en conflicten rond parkeerplaatsen. Gevreesd wordt dat mensen met stoepladen een openbare parkeerplaats gaan claimen. Ook wijzen de steden op netcongestie. Met laadkabels over de stoep kunnen gemeenten het laadgedrag minder goed gebiedsgericht en slim aansturen, terwijl de vraag naar elektriciteit verder toeneemt. De gemeenten pleiten daarom voor voldoende publieke laadpalen, aangevuld met laadmogelijkheden op eigen terrein.
