De huidige stemming onder Europese autofabrikanten past uitstekend bij een regenachtige maandag: men is neerslachtig en er is geen (zon)licht puntje te zien. Oorzaak zijn enerzijds de tegenvallende autoverkopen, terwijl er anderzijds onverminderd veel kosten gemaakt moeten worden. Centrale vraag daarbij is: raakt Europa de auto-industrietak kwijt aan China? Zoals dat eerder is gebeurd met zonnepanelen?
De situatie doet mij denken aan 1982. Toen was de Europese industrie eveneens in een mineurstemming. De jaren 1980 en 1981 waren vanuit verkoopoogpunt uitermate beroerd geweest. Je kon gerust spreken van een crisis. British Leyland was geïmplodeerd, Alfa Romeo was compleet doorgeroest, Peugeot stond samen met Citroën en Talbot aan de rand van de afgrond, Fiat was van successtory in 10 jaar tijd gedegradeerd tot een in zwaar verkerend weer probleemgeval dat elk moment kon omvallen en Renault was in rap tempo haar glans eveneens aan het verliezen.
Toen werd met de beschuldigende vinger naar de Japanners gewezen. Die konden in 1982 net zo goedkoop auto’s produceren als de Chinezen dat nu kunnen. Naast jaloezie leidde dat ook tot scheve gezichten in Europa want waar de Japanners in korte tijd 25 procent marktaandeel in Europa wisten te veroveren, schermden zij tegelijkertijd hun eigen thuismarkt af voor buitenlandse bedrijven met zeer strenge toelatingseisen. Waar was de Fairplay? Waarom deed men in Brussel niets aan de oneerlijke handelspraktijken van Japan? Met name door het sterk gestegen marktaandeel van Daihatsu, Datsun / Nissan, Honda, Mazda, Mitsubishi, Subaru, Suzuki en Toyota was er in Europa sprake van een doemstemming.
Maar hé, het is allemaal reuze meegevallen toch? Anno 2024 mag de Europese auto-industrie dan verkouden zijn, zij bruist nog steeds van het leven. Het marktaandeel van de Japanners is gedaald tot afgerond 16 procent. Europa heeft de aanval op haar auto-industrie overleefd en zal dat ook in de toekomst kunnen doen. Tenminste, als wij goed in onze oren knopen wat Wolfgang Habbel, destijds directeur van Audi, in 1982 zei:

“We kunnen als Europese auto-industrie alleen blijven bestaan als onze technici dingen blijven uitvinden. Noviteiten die tegen dezelfde kosten voor verbeteringen zorgen of uitvindingen die dezelfde prestaties leveren tegen lagere kosten. Hij noemde de nieuwe prijzen winnende Audi 100 met zijn revolutionair lage luchtweerstand als voorbeeld. Daar hadden de Japanners niet van terug. Habbel: “Kijk, van dergelijke staaltjes inventiviteit moeten wij het hebben als wij het vol willen houden tegen de Aziatische concurrentie. De enige manier waarop wij ons kunnen weren tegen de lagere productiekosten van de Japanners is met een technische voorsprong. Niet alleen om zo auto’s op de markt te brengen die beter zijn dan die van de Japanse concurrentie, maar ook om met slimme oplossingen de productiekosten te verlagen, zodat wij onze hogere lonen kunnen compenseren”. De beroemde reclameslogan van Audi (‘voorsprong door techniek’) kreeg juist toen betekenis.
Deze wijze woorden van Habbel hebben 42 jaar later niets aan waarde ingeboet. Ja, China kan nu goedkoper elektrische auto’s produceren. Maar in een dictatuur voelen mensen zich minder vrij om zich uit te spreken dan in onze Westerse democratische samenleving. Dat gaat het land uiteindelijk opbreken. De knapste Chinese koppen verlaten gestaag het land. Autofabrikanten in Europa kunnen hun Chinese concurrenten uiteindelijk verslaan door maximaal te profiteren van hun human capital oftewel hun goed opgeleide werknemers die weten dat zij bij het uiten van een tegendraadse mening niet direct naar een heropvoedingskamp gestuurd worden. Daar ligt de kracht van onze samenleving waar onze autofabrikanten deel van uitmaken!
De visie van Habbel bewijst ook dat overheidssteun aan bijvoorbeeld Volkswagen zinloos is. Dat maakt een autofabrikant inclusief haar personeel alleen maar lui. Nee, elke dag moeten topmannen als Oliver Blume zijn werknemers motiveren om zich uit te spreken en om met suggesties te komen hoe de eigen auto’s verbeterd kunnen worden. Europa heeft haar welvaart te danken aan vrijdenkers. Dat moeten wij nooit vergeten!
