Hiroshi Okuda, een voormalige president van Toyota die een belangrijke rol speelde bij de wereldwijde expansie van het Japanse autoconcern, is op 8 augustus op 93-jarige leeftijd overleden.
Okuda was president van 1995 tot 1999. In deze periode werd onder zijn leiding de eerste generatie Toyota Prius ontwikkeld. Tegenwoordig is de hybride aandrijflijn niet meer weg te denken uit de autowereld.
Okuda is de enige president (1995-1999) en voorzitter (2000-2006) van Toyota die geen lid was van de familie Toyoda. Een outsider dus. Hij was de eerste topmanager van buiten de oprichtersfamilie sinds 1967. Pas in 2009 werd er weer een president uit de oorspronkelijke Toyota-familie worden benoemd: Akio Toyoda, de kleinzoon van oprichter Kiichiro.
In het jaar voordat Okuda aantrad, verkocht het Toyota concern 2.481.640 voertuigen in het buitenland en 1.426.385 exemplaren in Japan. Toen hij in 1999 het stuur uit handen gaf (Fujio Cho was zijn opvolger), waren de verkopen op exportmarkten gestegen naar 3.058.060 auto’s. Daarmee kon de afzetdaling op de thuismarkt tot 1.077.447 voertuigen (de markt als geheel krom) ruimschoots worden gecompenseerd.
Maar onder leiding van Okuda behaalde Toyota meer mijlpalen. In 1997 werd de Camry de bestverkochte auto van de Verenigde Staten en in 2000 had Lexus zich aldaar ontwikkeld tot het populairste premium merk. Ook bouwde Toyota onder leiding van Okuda een nieuwe assemblagefabriek in Indiana en een motorenfabriek in West Virginia.
Als voorzitter had Okuda als visie dat Toyota vanaf 2010 wereldwijd 10 miljoen auto’s per jaar zou verkopen. Het bedrijf was hard op weg om die doelstelling te realiseren, maar door de financiële crisis van 2009 kwam de razendsnelle groei abrupt tot stilstand. Toyota leed toen voor het eerst in 7 decennia verlies. Dat was altijd nog beter dan een faillissement (General Motors) of gedwongen verkoop aan een, vanuit Amerikaans perspectief, obscure Italiaanse autofabrikant (Fiat). Maar de Raad van Bestuur had daar geen boodschap aan. Die redeneerde dat er weer een leider uit de Toyoda-familie achter het stuur moest kruipen bij Toyota om het bedrijf weer op de rails te krijgen. Dat werd Akio Toyoda.
Tijdens het eerste jaar dat Akio Toyoda de lakens uitdeelde bij Toyota, verergerden de problemen echter. Hij werd geconfronteerd met een wereldwijde terugroepactie. Oorzaak was verslapping van de aandacht bij de kwaliteitscontrole, waarschijnlijk door de druk om de verkoopdoelstelling van 10 miljoen auto’s te halen. In die periode was het Volkswagen concern nog een geduchte concurrent, evenals de door Carlos Ghosn geleide alliantie Renault – Nissan.
Toyota zou na 2010 sterk profiteren van de door haar ontwikkelde hybride aandrijftechniek. Het alternatief van Volkswagen, de TDI dieselmotor, liep in 2015 een ernstige imagodeuk op nadat er sjoemelsoftware was geconstateerd. En Renault – Nissan ging op het verkeerde paard wedden: volledig elektrische auto’s. Toyota heeft zich daardoor kunnen ontwikkelen tot de grootste autofabrikant van de wereld. Afgelopen jaar werd een nieuw verkooprecord behaald: de afgerond 10 miljoen klanten (of zelfs meer) per jaar zijn al geruime tijd een feit.
Okuda had Akio Toyoda niet hoog zitten. En toegegeven, zijn opvolger is natuurlijk ook een beetje een playboy die à la prins Bernhard een voorliefde heeft voor snelle auto’s, zichzelf met coureurs meent te kunnen vereenzelvigen en die graag een pet draagt van een foute politicus (Donald Trump). Okuda was van mening dat Toyota zijn topbaan te danken had aan “nepotisme” en dat “talenten van het kaliber van Akio overal bij Toyota als aardappelen rondslingeren”.
Toyoda staat sinds vorig jaar voor de uitdaging om te gaan bewijzen dat Okuda ongelijk heeft door de aanval van BYD op de troon in het autorijk af te weren. De jury is verdeeld of hij daar succesvol in is.
