Hier lees jij het wedstrijdverslag tussen de Audi Q6 e-Tron en de Polestar 3. Een gevecht waarin de vonken er van af vliegen. Beide SUVs scoren bovengemiddeld hoog qua ‘feelgood factor’, maar welke is het beste?
De komende 12 maanden worden cruciaal voor Audi. In de eerste 9 maanden van dit jaar werden er wereldwijd 11 procent minder auto’s met 4 ringen op kenteken gezet, maar dat resultaat kan worden verklaard door de verouderde modellenreeks van het merk. Audi staat nu echter op het punt om haar gamma vanaf de grotere middenklassers (D-segment, A4) bijna volledig te herzien. Er zijn niet alleen nieuwe modellen met een verbrandingsmotor maar ook het aanbod aan volledig elektrische auto’s is ververst. Alleen op een opvolger voor de A8 is het wat langer wachten (de Q8 is nog relatief jong, terwijl het R8-boek gesloten is). Normaal gesproken is elektrificatie het gemakkelijkst gebleken in grote SUVs, waar voldoende ruimte is om een batterij te huisvesten zonder dat dit ten koste gaat van de cabine-accommodatie voor degenen die erin zitten. De Q6 e-Tron is de eerste van de volgende generatie elektrische auto’s van Audi. Het model is gebaseerd op een geheel nieuw platform en maakt gebruik van batterijtechnologie die erop gericht is om de capaciteit (100 kWh) en laadsnelheid van de duurste elektrische voertuigen van het merk te combineren met de hogere verkoopaantallen van het kleinere emissievrije instapmodel uit Ingolstadt, de Q4 e-Tron.

Als bovenstaande mix realiteit wordt, dan kan er gesproken worden van een groot succes. Maar op zijn weg naar roem vindt de Q6 e-Tron een compleet nieuwe concurrent die in hetzelfde segment gaat hengelen naar klanten: de Polestar 3. Hoewel die een grotere voetafdruk heeft dan de Audi, is de prijs vergelijkbaar en richt die elektrische SUV zich zoals gezegd op hetzelfde type koper. Polestar mag dan een relatieve nieuwkomer zijn in autoland, met de ‘2’ heeft het Chinees / Zweedse merk een uitstekende indruk hebben gemaakt. Die hoog op zijn poten staande fastback bleek met name direct na zijn introductie in 2020 een plausibel alternatief te zijn voor diegenen die geen zin hadden in een Tesla Model 3 (vanwege het te goedkoop ogend interieur, of de aandachtgeilheid van Elon Musk). Nu is de ‘3’ de vaandel drager van Polestar: bij dit nieuwe model is slimme technologie verpakt in een scherp gesneden SUV-pak. Hoe verhoudt zich die combi tot de inspanningen van Audi?

De Q6 e-Tron kost als Performance in S Edition tenue 77.950 euro. Het woord ‘Performance’ betekent bij Audi achterwielaandrijving en een 100 kWh accu (netto 94,9 kWh). Het motorvermogen is 326 pk (maar alleen met Launch Control; anders ligt de limiet bij 306 pk). De Q6 e-Tron kan in deze vorm in 6,6 seconden naar 100 km/u accelereren en als rijbereik met volle accu wordt 641 kilometer opgegeven. De topsnelheid is begrensd op 210 km/u. Audi hoopt dat haar Q6 e-Tron een gevalletje ‘derde keer is scheepsrecht’ is als het gaat om gewilde elektrische SUV modellen. De 2 eerdere pogingen (Q4 e-Tron en Q8 e-Tron) hebben heus wel enige aantrekkingskracht, maar zij zijn niet zonder tekortkomingen: de Q8 e-Tron is verfijnd, maar gaat gebukt onder een inefficiënt stroomverbruik en wordt momenteel duidelijk overklast door nieuwere rivalen, waardoor Audi zich genoodzaakt voelt om de productie voortijd te beëindigen (gebeurt begin volgend jaar). De Q4 e-Tron scoort juist wel zeer goed op het gebied van efficiëntie, maar biedt niet het kwaliteitsniveau dat van Audi verwacht mag worden. Dat is vooral gezien zijn hoge prijs in vergelijking met alternatieven van vergelijkbare grootte een probleem.

Heeft Audi geleerd van haar eerdere ervaringen op elektrisch SUV gebied en is de Q6 e-Tron een auto die vroeg of laat niet door het ijs zakt? Sfeerverlichting is vandaag de dag bijna vanzelfsprekend in de cabine van een nieuwe auto, vooral in het hogere segment, maar Audi heeft deze gimmick bij de Q6 e-Tron tot kunst verheven. Een dunne led strip loopt aan de onderkant van de voorruit van links naar rechts en de kleuren kunnen veranderen afhankelijk van de situatie; de buitenste randen worden groen wanneer de richtingaanwijzers worden gebruikt bijvoorbeeld en de balk vult zich brandende led elementen om het batterijniveau weer te geven wanneer de Q6 e-Tron wordt opgeladen. Als er gevaren worden gedetecteerd, knippert de balk rood, hetzij recht vooruit of aan de zijkant waar het mogelijke gevaar vermoed wordt. Automatische ruitenwissers zijn een van mijn grootste ergernissen in moderne auto’s. Soms lijken ze niet op te merken dat er een stortbui op de voorruit valt; andere keren gaan ze als gekken heen en weer bij het minste beetje motregen. Er zijn echter zeldzame uitzonderingen en de Audi is daar één van. Bij de Q6 e-Tron kunnen de automatische ruitenwissers worden uitgeschakeld (tenminste, als je lang genoeg zoekt in een infotainment-submenu), waardoor je alleen nog maar eenvoudige intermitterende instellingen hebt die je kunt aanpassen op de wisserhendel. Hoewel ik blij ben dat Audi dit heeft gedaan, zou het eigenlijk geen nieuwigheid moeten zijn.

De basisuitvoering van de Polestar 3 kost 79.950 euro. Voor dit bedrag krijg je een 13 centimeter langere, 3 centimeter bredere en 5 centimeter langere SUV met een wat groter accupakket (111 kWh, oftewel netto 107 kWh), 299 pk systeemvermogen en een flink langere acceleratietijd (7,5 seconden). De actieradius is iets groter dan die van de Q6 e-Tron Performance: 650 km. Polestar hanteert voor zijn modellen een naamgevingsstructuur die in chronologische volgorde oploopt in plaats van op basis van formaat. Dat is voor de buitenwereld nogal verwarrend want de ‘3’ is de grootste auto uit het modellengamma van het merk en zal dat ook blijven nadat de 4, 5 en 6 in de showroom zijn gearriveerd. Aldaar zal deze gestroomlijnde SUV ongetwijfeld bewonderende blikken trekken, maar met prijzen die beginnen 80 mille (14 mille meer dan de basisuitvoering van de Q6 e-tron moet opbrengen) zal de ‘3’ een overtuigende mix van talenten nodig hebben om zijn opvallende looks te ondersteunen.
De Polestar 3 is verkrijgbaar met een Bowers & Wilkins audiosysteem. Het Britse high-end hifi-merk is ook in veel top-BMW’s en Volvo’s te vinden en wordt, afgezien van Bentley’s ongelooflijke Naim-installatie, vaak beoordeeld als een van de beste muziekervaringen die je in een auto kunt kopen. En in de Polestar 3 komt dat audiosysteem misschien wel het allerbeste tot zijn recht. Geholpen door de superieure verfijning van de cabine, is de helderheid, kracht en precisie van de 25 luidsprekers, 1.610 watt set-up verbluffend goed. De mogelijkheid om een Tidal streamingaccount te koppelen, laat de installatie op zijn briljantst schitteren.

Snelheidslimietherkenning is een systeem dat sinds afgelopen zomer wettelijk verplicht is voor nieuwe auto’s. Dat een dergelijke vorm van waarschuwing onvermijdelijk is, is nog tot daar aan toe, maar dat moet het ook foutloos zijn. Helaas bewees de Polestar, overigens net als veel andere auto’s die ik heb gereden, dat het systeem niet in de buurt van ‘perfectie’ komt. Bij verschillende gelegenheden zag de ‘3’ het verkeersbord met 10 km/u-limiet bij het parkeerterrein dat ik verliet, aan als de geldende maximale snelheid voor de weg die ik vervolgens opreed, met als gevolg dat de assistent eindeloos bleef piepen.

Van dit tweetal is het de Polestar de auto die zijn massa beter onder controle kan houden, zowel over hobbels als in bochten. Zijn vering is net iets steviger, maar absorbeert nog steeds uitstekend oneffenheden in het wegdek. Diezelfde oneffenheden kunnen ervoor zorgen dat de carrosserie van de Audi heen en weer schudt. Geen van beide auto’s geeft de bestuurder veel reden om er een sportieve rijstijl op na te houden, maar de Q6 e-Tron voelt het meest zwaarlijvig aan in bochten. Beide SUVs hebben wel voldoende grip.

Audi’s gloednieuwe PPE-platform zit boordevol nieuw technologie van het merk. Het merk probeert zijn een voorsprong te claimen met zijn aandrijflijn, accu, elektronica en led verlichting. Maar de Polestar is net zo hightech want hij deelt zijn SPA2-platform met de Volvo EX90. Dat betekent een enorm 111 kWh accupakket, een stijve passagiersstructuur van boron staal om de veiligheid te vergroten en de optie van Lidar-gebaseerde bestuurdersassistentiesystemen met krachtige processors van Nvidia. Een van de veiligheidstroeven van de Audi is de Car2X-functionaliteit, hetgeen betekent dat de Q6 e-Tron kan communiceren met andere auto’s met een vergelijkbare uitrusting om gevaren eerder te detecteren en waarschuwingen door te geven. De Oled achterlichten kunnen ook waarschuwingsdriehoeken weergeven aan degenen die achter jou rijden. De Polestar 3 is ook uitgerust met tal van veiligheidssystemen. De optionele Lidar kan de weg tot in detail scannen om objecten en gevaren te detecteren.

Tijdens de test bleek de Audi efficiënter met stroom om te gaan dan de Polestar. Geen van beide auto’s halen echter de officiële actieradius claim, waarbij de ‘3’ verder van zijn WLTP-cijfers afwijkt dan de Q6 e-Tron. Als het gaat om het snel onderweg kunnen bijladen, zijn beide auto’s aan elkaar gewaagd. De Audi heeft de snellere pieklaadsnelheid (270 kW versus 250 kW), waardoor Q6 e-Tron-rijders minder lang aangesloten hoeven te zijn, maar zijn elektrische laadklep gaat tergend langzaam open. Zoals veel andere elektrische Audi’s heeft de Q6 e-Tron laadpoorten aan beide koetswerkzijden: een Type 2-aansluiting aan de ene kant en een snelle CCS-poort aan de andere kant.

Welke auto je ook kiest, voldoende ruimte is er altijd. De bewegingsvrijheid achterin de Polestar 3 is enorm, zelfs vergeleken met de bepaald niet kleine Audi. De Q6 e-Tron heeft daarentegen een klein voordeel als het gaat om de bagageruimte: hij slikt 520 liter aan koffers versus 484 liter voor de ‘3’. Met de achterbank leuning omlaag is de stand 1.490 liter verus 1.411 liter. Beide auto’s hebben ook een frunk waarin men de laadkabels apart van de bagage kan opbergen. Het is echter vermeldenswaard dat dit een optie van 600 euro is voor de Audi.
Conclusie: gelijkspel … of toch niet?
De Q6 e-Tron is de beste elektrische SUV die Audi tot nu toe heeft gemaakt. Maar wint hij ook dit duel? In sommige opzichten is hij fantastisch. De ruimte in de cabine en de afwerking van het interieur zijn geweldig, terwijl de prestaties en efficiëntie bovengemiddeld zijn. Er zijn echter wel verbeterpunten, want de vering, de rijeigenschappen en de algehele verfijning laten mij met een lauw gevoel achter. Dit betekent dat je het beste kan gaan voor de goedkoopste uitvoeringen uit het gamma, want dan is het contrast met concurrenten die een beter onderstel minder op. Stel dat jij jouw ogen hebt laten vallen op de Quattro S Edition uitvoering, dan kan je voor hetzelfde geld bij BMW de iX xDrive40 Sport Edition kopen en die elektrische SUV is echt veel capabeler.

Diegenen die het belangrijk vinden om op te vallen in het verkeer, kunnen beter voor de Polestar 3 opteren. Deze auto is een aantrekkelijk alternatief voor de grote elektrische SUV’s van Audi, BMW en Mercedes. Kijkend naar zaken als de rijeigenschappen, het interieur en de binnenruimte is het een fantastische auto. Maar hoewel de Polestar de Audi op sommige vlakken verslaat, is hij op andere vlakken minder goed; qua efficiëntie, laadsnelheid en ergonomie blijft hij achter bij zijn rivaal.

Voor wat betreft de prijs geeft de 2 mille die de Polestar duurder is niet de doorslag. Dus laat de keuze afhangen van jouw voorkeuren. En mijn eigen voorkeur dan? De Audi Q6 e-Tron. Een elektrische SUV waar Europa trots op kan zijn. China-haters kunnen Polestar weliswaar het voordeel van de twijfel geven omdat de 3 in de Noord-Amerikaanse Volvo fabriek gebouwd wordt, maar de niet goed functionerende assistentiesystemen vind ik ronduit hinderlijk. Het valt mij op dat meer Chinese auto’s daar last van hebben. Is dat omdat in de huidige Chinese cultuur de vrijheid van handelen voor de burger sterk is beperkt en dat iedereen die zich niet strikt aan de regels houdt een halt toe wordt geroepen? Gelukkig weten Europese autoproducenten dat mensen veel dingen prima zelf kunnen beslissen.
