Elektrische personenwagens worden vaak als brandgevaarlijk bestempeld, maar uit onderzoek blijkt dat ze minder vaak in brand vliegen dan modellen met een verbrandingsmotor.
In Noorwegen was tussen 2016 en 2022 slechts 2,3 procent van de autobranden een elektrische personenwagen het lijdend voorwerp, terwijl dergelijke voertuigen aldaar in de betreffende periode 8,9 procent van het wagenpark uitmaakten. Statistiekgegevens uit Duitsland, Zweden en Australië ondersteunen deze bevindingen. Wel kan de relatief jonge leeftijd van elektrische auto’s de onderzoeksresultaten enigszins vertekenen.

Bij voertuigen met een benzine- of dieselmotor hebben branden vaak door meerdere oorzaken, zoals lekkages, kortsluiting of een te hete katalysator. Bij elektrische auto’s is de batterij vrijwel altijd de oorzaak. Dit kan komen door thermische, elektrische of mechanische belasting, zoals schade na een ongeluk of een defect in het batterijbeheer. Een brand in een cel van een batterij kan daarnaast leiden tot een zogeheten thermisch runaway-proces, waarbij een oververhitte cel andere cellen doet ontbranden, soms met explosies tot gevolg.
De meeste thermische energie bij een voertuigbrand komt volgens het bericht overigens niet uit de batterij, maar uit materialen zoals banden en kunststof. “Hierin verschillen elektrische voertuigen en auto’s met verbrandingsmotoren nauwelijks. De totale vrijgekomen warmte en maximumtemperaturen zijn vergelijkbaar”, aldus de onderzoekers. Wel moeten hulpdiensten bij het bestrijden van een in brand staande elektrische beschikken over het juiste materiaal, zoals bluslansen om water in de batterij te kunnen spuiten. Ook moeten na het blussen elektrische auto’s in quarantaine geplaatst worden om te voorkomen dat zij opnieuw vlam vatten.
Lithium-ijzerfosfaat (LFP) batterijen zijn momenteel het veiligst vanwege hun hoge thermische stabiliteit. Toekomstige batterij types, zoals solid-state en natrium-ion exemplaren, beloven nog veiliger te worden en dus een nog lager risico op brand te hebben.
