Volkswagen viert in 2025 de 50ste verjaardag van de Polo. Lange tijd werd dit model qua populariteit overschaduwd door de Golf, maar in Nederland zijn de laatste jaren de rollen omgedraaid: in ons, door hoge autokosten gekenmerkte, land is de relatief bescheiden Polo de echte wagen voor het volk. En is de Golf een exclusief genoegen geworden voor mensen met een bovengemiddeld welvaartsniveau. Dat is geen verwijt richting Volkswagen, maar het illustreert hoe de Nederlander genoodzaakt is elk dubbeltje wat vaker om te draaien dan de doorsnee Duitser voordat hij een nieuwe auto aanschaft. Wij zijn meer het land geworden van de Polo, 208, Corsa en Yaris dan van de Golf, 308, Astra en Corolla.
Voordat Autointernationaal.nl terugblikt op de geschiedenis van de Polo, eerst een persoonlijke noot van de redacteur.
In 1976 kwam de Volkswagen Polo in mijn leven. Een exemplaar in precies dezelfde blauwe kleur en met identieke bruine bekleding als het exemplaar op de hoofdfoto. De Polo L. Nou ja, eigenlijk was dat de nieuwe auto bij schoolhoofd juffrouw Exel bij wie ik toen in de klas zat. Mijn eerste kennismaking in 1970 met de Hofdijckschool in Oegstgeest was met juffrouw de Bruin, maar die had geen auto. Juffrouw Seinstra, die al tamelijk op leeftijd was en de tweede klas bestierde, evenmin. Die hield het bij een opoefiets waarop zij altijd tergend langzaam kwam aanfietsen.
Meneer de Beer, de onderwijzer van de derde klas, had wel een auto. Een aftandse Fiat 127. Maar goed, hij had een jong gezin waarbij zijn vrouw thuis voor de kinderen zorgde dus breed zal hij het niet gehad hebben. Daarna volgde meneer de Vos (echt waar). De ruilde toen ik bij hem in de klas zat zijn Renault 4 TL in voor een Alfa Romeo Alfasud 5M. Een auto van een heel ander niveau dan de tweedehands Fiat 127 van meneer de Beer dus, maar emneer de Vos had geen kinderen en een werkende partner. Dat het geen standaard ‘sud’ was, kon je zien aan de ‘5M’ stikker aan de bovenzijde van de C-stijl en betekende dat er een 5 versnellingsbak in zat. Bij hem in de klas heb ik mijn eerste spreekbeurt gehouden. Over het automerk Morris. Zou ik een hoger cijfer hebben gekregen als in mijn spreekbeurt over Alfa Romeo had gehouden? Of juist een lagere waardering als ik aan mijn klasgenoten verteld zou hebben dat de Alfasud toen de reputatie had al in de folder te roesten?
Daarna kwam ik in de klas bij een man die er heel streng uit zag, zeker als hij zijn bril op had, maar eigenlijk de aardigste onderwijzer van het stel was: meester Kuijpers. Die was al wat ouder en had puberende zonen die hij in het weekend in de regio Leiden naar basketball wedstrijden reed. Dat deed hij trouw in zijn goudkleurige Kadett. Soms zag ik hem in het weekend wel eens met gekromde rug, bril op in zijn Kadett met beslagen ruiten op een kruispunt stilstaan, waarschijnlijk zich afvragend of hij voor de sporthal waar hij zijn zonen en teamgenoten naar toe moest brengen nou links af, rechts af of rechtdoor moest. Aan de school verbonden was ook Meester Oostenbrugge (gereformeerd) die later juffrouw Exel (hervormd) zou opvolgen als schoolhoofd. In 1976 was dat voor mijn ouders (hervormd) toch wel een dingetje want ‘gereformeerd’ betekende doorgaans ‘ARP’ en voor mijn ouders (CHU-ers) waren die niet helemaal te vertrouwen aangezien zij deelname aan een kabinet-Den Uyl niet resoluut afwezen. Maar dat terzijde. Meester Oostenbrugge reed in een geelbeige Renault 6 TL, net als, toeval of niet, toenmalig ARP minister van Economische Zaken, Ruud Lubbers.
De zesde klas werd aangestuurd door juffrouw Exel (ongetrouwd; pas later zou duidelijk worden dat haar vork net zo in de steel zat als mijn vork). Toen in in 1970 de Hofdijckschool binnenstapte, reed zij geloof ik nog op een scooter, maar dat werd al snel een Mini Clubman. In 1973 werd die ingeruild voor een Fiat 127. En in 1976 kwam zij met de mededeling dat zij een nieuwe auto had gekocht. De klas mocht raden, maar niemand wist het juiste antwoord te geven. Begrijpelijk, want de Volkswagen Polo was toen nog een outsider op de automarkt. Maar omdat ik voor mijn verjaardag een abonnement op de Autokampioen had gekregen, wist ik wel het goede antwoord te geven. Destijds was het blauw van de Polo L van van juffrouw Exel een gewaagde keuze, want nogal bont, zeker in combinatie met de bruine stoelbekleding maar het gaf de kleine Volkswagen zeker karakter.
Tot zover mijn autoherinneringen tijdens mijn periode op de lagere school. Nou ja, er was ook nog juffrouw Varkenvisser maar daar heb ik nooit les van gehad; waarschijnlijk de reden waarom ik mij niet meer kan herinneren wat voor auto zij had. Wel herinnerde ik mij haar ontzagwekkend brede kont waarvan het formaat nadrukkelijk door haar appeltjes groene broek geaccentueerd werd. Passeren op de trap, iets wat bij de andere onderwijzers wel kon, was bij haar onmogelijk. Gekscherend denk ik wel eens dat ik toen heb besloten om het bij mannen te houden in mijn leven.

Maar terug naar de Polo. Die kwam dus in 1975 op de markt. Het is begrijpelijk dat mijn klasgenoten dat ontgaan was: veel indruk maakte het model niet. Dat kwam in de eerste plaats doordat het een goedkope versie was van de het jaar daarvoor gelanceerde Audi 50. Daarmee was de eerste generatie Polo eigenlijk een koekoeksjong dat in het verkeerde nest beland was. Sowieso had de Golf een hogere gunfactor omdat dat model de échte Kever opvolger was. Ondanks het feit dat de Polo in stelling gebracht werd als goedkoper alternatief. Bestemd voor klanten die Golf te duur vonden. En een vermogenssprong van 34 pk (Kever 1200) naar 50 pk ook niet nodig vonden. De Polo had voor een revolutie kunnen zorgen op de automarkt als hij voor een revolutionair lage prijs werd aangeboden. Dat was allesbehalve het geval. In vergelijking met zijn concurrenten (Datsun Cherry, Fiat 127, Ford Fiesta, Honda Civic, Renault 5) was de Polo een ronduit dure auto. Waardoor ook de prijsafstand met de Golf te klein was: die was slechts een paar honderd gulden duurder en was een volwassen gezinswagen. En gaan ‘boodschappenauto’ zoals de Polo.

De tweede generatie Polo uit 1981 bracht geen grotere kansen op een verkoopsucces. Ook in deze vorm was de instapper van Volkswagen binnen zijn segment uitgesproken duur. Bovendien moest menigeen wennen aan de andere daklijn, dit keer ver horizontaal doorlopend om dan ineens abrupt verticaal te eindigen. Een kleine 3-deurs stationwagen dus. Maar daar zat de autoconsument anno 1981 niet op te wachten. Die wilde een sportief gelijnde hatchback. Om de designfout goed te maken, bracht Volkswagen nog wel een Coupé versie van de Polo in stelling mét een schuine achterzijde, maar toen was het verkoopleed al geschied. Je krijgt maar één kans om een eerste indruk te maken. Een ingrijpende facelift keerde de kansen van de Polo niet. Hoewel de kleine Volkswagen met de update een stuk volwassener oogde, was er inmiddels een nieuwe ster aan het firmament verschenen: de Peugeot 205.

Maar dankzij het aanhoudende verkoopsucces van de Volkswagen Golf (en diens sedanvariant Jetta), was er geld om Seat en Skoda over te nemen. Bij een businesscase gebaseerd op een compleet nieuw B-segment model voor alle drie de merken, was er veel meer budget om zo’n auto te ontwikkelen beschikbaar. En dat was in 1993 te zien, toen Seat de nieuwe Ibiza lanceerde (boordevol Volkswagen techniek), en een half jaar lager de nieuwe Polo verscheen (de Skoda Fabia volgde in 1999). Ineens stond daar een auto uit Wolfsburg waar de concurrentie niet van terug had. Met als gevolg dat 19 jaar na de lancering van de originele Polo de zegetocht van de compacte Volkswagen alsnog kon beginnen. Beter laat dan nooit.

Inmiddels is de Polo (momenteel staat de 6de generatie in de showroom) uitgegroeid tot een internationale bestseller met meer dan 20 miljoen verkochte exemplaren. Na een aarzelend marktdebuut is hij in Nederland een van de meest voorkomende auto’s geworden. Het 50-jaruge jubileum van de Polo kan dus in een feestelijke stemming gevierd worden. En dat doet men in Wolfsburg dan ook. Volkswagen Classic trapt het jubileumjaar van de Polo krachtig af en presenteert de komende maanden historische modellen uit de eigen collectie. De Bremen Classic Motorshow geeft het startschot van 31 januari tot 2 februari 2025. Twee vroege exemplaren zijn hier te zien: een Oceanic Blue Polo L uit 1975 (de uitvoering van juffrouw Exel dus) en een unieke hill-climb Polo uit 1977.

