De autoverkopen van Renault in Duitsland zijn ingestort. Veel dealers gooien de handdoek in de ring. De (verkeerde) modelpolitiek van Renault wordt als oorzaak genoemd.
De cijfers spreken voor zich: in 5 jaar tijd is de afzet van Renault in Duitsland ruimschoots gehalveerd. Kochten onze oosterburen in 2019 nog 131.138 nieuwe auto’s met het wybertjeslogo op de grille, dit jaar staat de teller na 10 maanden op slechts 42.893 exemplaren. De tijd dat Renault het succesvolste importmerk was op de Duitse automarkt, lijkt definitief voorbij te zijn. In 2020 had het Franse merk nog 4,3 procent marktaandeel, maar dat is inmiddels gedaald naar 1,8 procent. Dit betekent dat Renault genoegen moet nemen met de 11de plek in de rangorde onder de importmerken.

Deze gang van zaken is dramatisch voor de dealers van Renault in Duitsland, waarvan er afgerond 200 hun contract niet meer willen verlengen. Dit aantal is zo groot dat de service aan de klant op de tocht komt te staan. Tegelijkertijd maakt de sterk gedaalde afzet het noodzakelijk dat het dealerapparaat flink teruggesnoeid wordt in omvang. Anders valt er voor niemand meer een boterham te verdienen. Er zijn nu nog 700 dealers van Renault in Frankrijk, maar voor een gezonde bedrijfsvoering zouden dat er niet meer dan 400 mogen zijn. Dat er dealers zijn die het merk vaarwel zeggen, is op zich niet verkeerd, maar dit is geen garantie dat een landelijk dekkend netwerk in tact blijft.
De alarmerende situatie bij Renault in Duitsland is opvallend omdat het merk op Europees niveau niet slecht draait. Het weet haar marktaandeel vast te houden en de reorganisatie die topman Luca de Meo de afgelopen 4 jaar heeft doorgevoerd wordt door de meeste analisten als succesvol bestempeld. Maar in Duitsland denken ze daar dus anders over. Daar droeg de autoconsument decennialang de Mégane een warm hart toe. Dat begon eigenlijk al met de introductie van de ’19’ in 1988 die zich in kort tijd ontwikkelde tot het populairste importmodel. Maar de Mégane is nu nog maar enkel met elektrische aandrijving verkrijgbaar. En voor dat type auto’s halen veel Duitsers momenteel hun neus op. Het resultaat: de verkopen van de Mégane zijn bij onze oosterburen met 80 procent gedaald.

Ook het feit dat de Mégane getransformeerd is tot een SUV zint veel Duitsers niet. Zij associëren het merk met praktische, compacte en goed betaalbare auto’s. Dat begon eigenlijk al eind jaren-60 met de ‘4’ toen de Kever snel aan glans verloor en zelfs chauvinistische Duitsers moesten erkennen dat Renault een beter instapmodel in handen had. Het merk heeft nu een 8-tal SUV modellen in haar gamma en dat is eenvoudig weg te veel. Niet alleen in vergelijking met de concurrentie maar ook ten opzichte van de andere auto’s uit het gamma. Renault lijkt doorgeschoten te zijn met het lanceren van SUV modellen. Dit type auto’s is afgerond goed voor de helft van de Europese verkopen. Dus met een gamma waar twee derde van de modellen van het SUV soort zijn, is het vragen om problemen. Die heeft Renault dan ook volop gekregen in Duitsland.
Dat het Franse autoconcern in de eerste jaarhelft desondanks 1,4 miljard winst heeft weten te maken, klinkt dan ook verbazingwekkend. Maar wie de cijfers nader beschouwd ziet dat veel klanten van Renault zijn vertrokken naar Dacia. Dat merk biedt nog volop modellen met een verbrandingsmotor aan. En werkt aan een rechttoe, rechtaan middenklasser die … als de spirituele opvolger van de Mégane kan worden beschouwd. Als Dacia slim is, springt zij ook in het gat dat de Zoé op de automarkt achterlaat. Want de Renault 5 E-Tech is te krap om als gezinswagen te dienen en de 4 E-Tech is, verdikkeme daar gaan we weer … , óók een SUV geworden. De Zoé was ooit Europa’s populairste elektrische auto, maar dat is de op lifestyle producten gefixeerde De Meo blijkbaar vergeten.

Andere automerken
Gelukkig is de Duitse automarkt niet cruciaal voor Renault. Anders is de situatie voor Fiat en Ford. Die zijn allebei op hun traditionele thuismarkten (Italië en Groot-Brittannië) onttroond als marktleider en in het defensief gedrukt. Het is geen toeval dat juist deze 2 merken in de hoek zitten waar de klappen vallen. Renault mag dan in Duitsland een probleem hebben, op haar thuismarkt weet zij zich goed staande te houden. Dat is letterlijk en figuurlijk de basis.
Volkswagen zal om deze reden niet snel omvallen. Haar positie is in Duitsland onaantastbaar doordat aldaar Ford en Opel ieder op hun eigen manier hun eigen graf hebben gegraven. Maar de ontwikkelingen bij Volkswagen-dochter Seat verdient wel aandacht. Dit merk krijgt al geruime tijd geen nieuwe modellen meer omdat al het budget in Cupra wordt gestoken. Daarmee kunnen hogere winstmarges worden behaald, maar dat is vooral dankzij klanten in Duitsland en Groot-Brittannië. Voor de Spaanse thuismarkt is het repertoire van Cupra te duur. Het is niet voor niets dat Hyundai daar enorm populair is en dat sinds kort Chinese autofabrikant aldaar ook stevig aan de weg weten te timmeren.
