Iedereen die ook maar enigszins geïnteresseerd is in auto’s heeft al begrepen waarom de vraag uit de kop van dit artikel wordt gesteld. De 1.2 PureTech-motor van Stellantis staat immers ongunstig bekend vanwege zijn gebrek aan betrouwbaarheid en ontwerpfouten. Een slechte reputatie die, volgens Bartjes, de tweedehandsverkoopprijzen zou moeten drukken. Maar wordt de waardering van PureTech modellen echt negatief beïnvloed? Om die vraag te beantwoorden, zijn er advertenties doorzocht. En het is beeld dat daaruit gedestilleerd kan worden, is niet mooi…
Er zijn veel criteria die de beoordeling van een gebruikte auto beïnvloeden: de leeftijd, de kilometerstand, het uitrustingsniveau en het type motor zijn bekende variabelen. Maar er zijn er nog meer, zoals de reputatie van het model, de ‘love rating’, de zeldzaamheid of overvloed op de markt en ten slotte de reputatie op het gebied van betrouwbaarheid en robuustheid. En op dit laatste draagt de 1.2 PureTech krachtbron van Stellantis (in eerste instantie van Peugeot SA) een zware last. Het autoconcern heeft dan ook besloten om, in een poging om de effecten op de verkopen van nieuwe modellen te beperken, de motor om te dopen en de naam uit haar huidige vocabulaire te verwijderen.

De PureTech motor heeft in feite talloze problemen gekend, waarvan de bekendste vandaag de dag de distributieriem betreft, en dan vooral het exemplaar dat op de turboversies van 110 pk en 130 pk te vinden is (de riem van de 82 pk sterke atmosferische variant lijkt iets minder kwetsbaar te zijn). Badend in de olie van het motorcarter kan de riem uiteenvallen, omdat het rubber aangetast kan worden door de olie (de eerste PureTech distributieriemen hadden een achterkant van stof; daarvan was de ellende helemaal niet te overzien) .
Autointernationaal.nl gaat nu niet terugkomen op het probleem zelf aangezien er door deze website al veel artikelen aan de kwalen van de Puretech motor gewijd zijn. In dit nieuwsbericht wordt stilgestaan bij de gevolgen van wat tegenwoordig als het ‘Puregate schandaal’ wordt beschouwd; een imago waar vele modellen van Stellantis onder gebukt gaan. Zelfs de eigen dealers (Bijvoorbeeld die van Peugeot, Citroën, Opel en Toyota) zijn terughoudend als een klant een model met deze motor wil inruilen. Er zal doorgaans een teleurstellend lage inruilprijs worden geboden. Om over de dealers van andere autoconcerns nog maar te zwijgen …
Hier is de lijst van modellen die autodealers liever niet ter inruil aangeboden krijgen. Bij Citroën gaat het om de C3 II, de C3 III, de C4 II, de C4 III, de C4 Picasso II, de C4 Cactus, de Berlingo II, de Berlingo III, de C3 Picasso, de C3 Aircross, de C4 Space Tourer, de C5 Aircross en de C5. Bij DS Automobiles om de DS 3, de DS 3 Crossback, de DS 4 en de DS 7 Crossback. Bij Peugeot om de 208, de 208 II, de 2008, de 2008 II, de 308 II, de 308 III, de Partner II, de Rifter, de 3008, de 3008 II, de 5008 en de 5008 II. Bij Opel om de Crossland (X), de Grandland (X), de Corsa VI, de Mokka II en de Astra VI. En bij Toyota om de ProAce City. De vraag is simpel: hebben deze modellen meer waarde verloren dan hun concurrenten? Zijn de occasionprijzen waartegen zij worden geadverteerd iets lager, een stuk lager of een heel stuk lager dan die van vergelijkbare modellen? Kortom: schrijf je op deze auto’s sneller af? Om die vragen te beantwoorden zijn exemplaren van de best verkochte modellen die zijn uitgerust met de ‘vogelverschrikker onder de benzinemotoren’ onder de loep genomen.
We beginnen met de Peugeot 208. BIj een gebruikt 1.2 Puretech exemplaar uit 2015 met tussen de 100.000 en 120.000 km op de teller (meer specifiek de 82 Active uitvoering, oftewel een versie zonder turbo), dient rekening gehouden te worden met een afschrijving van 61 procent. Ter vergelijking: een Volkswagen Polo 1.2 TSI 90 uit hetzelfde jaar is de afschrijving slechts 48 procent! En op een Toyota Yaris 1.0 VVTi Active 52 procent. Zelfs een Renault Clio IV 0.9 TCe Intens (op zich een model met een betrouwbaarheidsreputatie die niet bepaald onberispelijk is) blijkt met 51 procent meer waardevast te zijn. Bij een Peugeot 208 1.2 Puretech 110 Allure uit 2018 met tussen de 70.000 en 90.000 km op de teller is het waardeverlies 57 procent groot. Maar bij een gelijkwaardige Volkswagen Polo 1.2 TSI 110 R-Line slechts 34 procent! Een Ford Fiesta 1.0 EcoBoost 100 Titanium schrijft 45 procent af en een Renault Clio 1.2 TCe 120 Intens 44 procent.
Bij een ander model van Stellantis, de Citroën C3 is de afschrijving op een exemplaar uit 2015 (2de generatie) in Puretech 82 Exclusive uitvoering 65 procent groot. Dat is dus nog meer dan het waardeverlies op de Peugeot 208 … Kijken we naar een 1.2 Puretech 110 versie uit 2018 (d.w.z. de 3de generatie) met het uitrustingsniveau Shine, dan is de afschrijving 47 procent. De Citroën C3 scoort hiermee dus wat beter dan zijn familiegenoot, maar nog steeds slechter dan de genoemde Polo, Yaris, Fiesta en Clio.
Hetzelfde inruilprobleem zien we bij de nieuwste generatie Corsa die technisch identiek is aan zijn neef Peugeot 208. Het verschil is dat hij van een recentere datum is, minder last heeft van de a priori problemen en vooral dat de naam ‘PureTech’ niet op zijn bips wordt vermeld, want de 1,2 liter benzinemotor alleen de naam ‘1.2’ of ‘1.2 Turbo’. Een model uit 2020, in GS Line tenue, kent een afschrijving van een op het eerste gezicht bescheiden 31 procent. Maar wie verder op advertentieportals van occasions rondneust, ziet dat een gelijkwaardige Volkswagen Polo 1.0 TSI 115 Highline slechts een afschrijving van 20 procent. De Opel Corsa lijkt dus minder last te hebben van de slechte reputatie van de PureTech motor, waarschijnlijk omdat veel mensen dit Duitse automerk nog steeds associëren met ‘degelijkheid’. Maar niets is minder waar …
Conclusie
We zien een heel duidelijke trend: Stellantis modellen uitgerust met de 1.2 PureTech benzinemotor kennen een hogere afschrijving dan vergelijkbare auto’s van concurrerende merken. Soms gaat het om zeer grote verschillen. De meest logische verklaring is dat de Stellantis producten lijden onder de slechte reputatie op het gebied van motorische betrouwbaarheid. Niet onterecht. Eigenaren van een exemplaar uit de periode 2014 – 2020 hebben inderdaad de kans op (zeer) hoge kosten gejaagd te worden. Maar sindsdien zijn de zaken bij Stellantis beter geworden en zijn er veel auto’s teruggeroepen en geüpgraded. Dit betekent dat, er als je goed checkt of het tweedehands exemplaar waarmee jij oog in oog staat, zijn benodigde aanpassingen heeft ondergaan en desondanks aangeboden wordt voor een veel lagere prijs dan een vergelijkbaar model van de concurrentie moet opbrengen, er alsnog sprake van zijn van een goede deal. Althans, voor kopers ‘die het risico willen nemen’. Want ook een Stellantis product van na 2020 moet ooit een keer ingeruild worden en het is afwachten hoe hoog de afschrijving dan zal zijn.
Mensen die nu in het bezit zijn van een Stellantis model met de 1.2 PureTech motor uit met name de periode 2014-2020 (maar vlak auto’s uit de jaren daarna niet uit) worden geconfronteerd met een catastrofaal hoog waardeverlies. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij actief zijn op fora met als doel hun klachten te bundelen zodat zij sterker staan in hun claim tegen Stellantis.
