Niets is zeker meer. Wat decennialang als ‘in beton gegoten’ werd beschouwd, is nu ineens op losse schroeven komen te staan.
Nee, dit nieuwsbericht gaat niet over Amerikaanse veiligheidsgaranties voor Europa. Het gaat over Mini en Range Rover. Vroeger was een Mini inderdaad ‘mini’. Een auto met heel bescheiden afmetingen. En een Range Rover was een kloeke, luxueuze terreinwagen waarvoor je maar beter kon oppassen in het verkeer.

Maar het zijn andere tijden. De Range Rover heeft in zijn huidige vorm (5,05 à 5,26 meter lang en 2,05 meter breed bij een hoogte van 1,87 meter) niets aan intimiderende uitstraling verloren, maar het is Mini die hier een enorme inhaalslag heeft gemaakt. Niet zozeer met de hatchback, maar met de Countryman. Dat model was voor Mini begrippen altijd al aan de forse kant, maar nu de boekhouders van BMW hebben geconstateerd dat er geld bespaard kan worden door er een zustermodel van de X1 van te maken, is er geen houden meer aan. De jongste editie van de Countryman meet namelijk van bumper tot bumper 4,45 meter. Daarmee is hij 1 centimeter langer dan de originele Range Rover. In de breedte is het verschil liefst 7 centimeter. Wielbasis? Ook op dit onderdeel is de Mini Countryman de originele Range Rover duidelijk de baas: 2,69 meter versus 2,54 meter.

Wat vroeger al groot en intimiderend gold, is nu heel bescheiden van afmetingen. Deze ontwikkeling viel niet te stoppen. Auto’s zijn groter geworden in verband met strengere veiligheidseisen en hogere comfortwensen, maar ook omdat wij zelf minder petit zijn dan in 1970. Wij zijn gemiddeld niet alleen langer dan in 1970, maar ook een stuk zwaarder. Dat vereist grotere auto’s. En dus ook grotere Mini’s. Jammer? Misschien. Maar keerzijde van de medaille is dat het parkeren van de originele Range Rover naar huidige maatstaven slechts een koud kunstje is.
