General Motors, de grootste autofabrikant van de Verenigde Staten, heeft zijn winstverwachting naar beneden bijgesteld. Aanleiding is de nieuwe importheffingen van president Donald Trump. Die kunnen het bedrijf 5 miljard dollar per jaar kosten.
Het gevolg: anders dan verwacht denkt General Motors dit jaar niet 15,7 miljard dollar aan winst te maken, maar hooguit 10 à 12,5 miljard dollar. Trump heeft bepaalde importheffingen weliswaar verlaagd, maar dat zet volgens de autofabrikant te weinig zoden aan de dijk om de sterke daling van de winst te voorkomen. Want ook onder de herziene regels geldt per 3 mei een heffing voor elke geïmporteerde auto.
Hoewel General Motors een Amerikaans bedrijf is, laat het veel auto’s in Canada, Mexico en Zuid-Korea bouwen. Inmiddels is er besloten om meer pick-ups in eigen land te gaan bouwen, maar dat leidt tot hogere kosten. General Motors wil dus meer tegemoetkomingen van de Amerikaanse regering. CEO Marry Barra zegt daarover in gesprek te zijn.
Andere autofabrikanten hebben hun winstverwachting voor 2025 ook ingetrokken. Het gaat hierbij onder andere om Mercedes, Stellantis, Volkswagen en Volvo. Ondertussen lacht Ford zich in zijn vuistje. Die laat reeds relatief veel auto’s in eigen land bouwen en wordt dus minder hard geraakt. Ford durft het daarom aan om iedereen dezelfde korting te bieden als haar eigen personeel kan krijgen bij de aanschaf van een nieuwe auto. Die actie heeft inmiddels gezorgd voor een run op de showrooms. Gelukkig maar, want Amerikanen zijn helemaal uitgekeken op de elektrische modellen van Ford (met name Mustang Mach-E). Met extra verkopen van de conventioneel aangedreven auto’s kan die afzetdaling ruimschoots worden gecompenseerd.
