Ford voert in eigen land forse prijsverhogingen door voor auto’s die zijn geproduceerd in Mexico. Dat is het gevolg van de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump heeft ingevoerd. Van sommige modellen gaan de prijzen met wel 2.000 dollar omhoog. Dat is het geval bij de Mustang, de Mustang Mach-E en de Maverick.
Dat de Amerikaanse invoerheffingen ook Ford flink raken, werd afgelopen week duidelijk. Het bedrijf maakte bekend dat de kosten dit jaar door de heffingen met 2,5 miljard dollar zullen stijgen. Wel probeert het bedrijf manieren te vinden om 1 miljard dollar van die extra kosten te omzeilen. Ford is niet het enige Amerikaanse autobedrijf dat op kosten wordt gejaagd door de handelsoorlog. Ook bij concurrent General Motors is dat het geval. Die maakte bekend dat het miljarden dollars aan extra kosten heeft als gevolg van de heffingen.
Een woordvoerder van Ford meldt dat de prijsstijgingen impact zullen hebben op auto’s die na 2 mei zijn gebouwd en eind juni bij de dealers aankomen. Volgens de woordvoerder zijn de prijsstijgingen een weerspiegeling van “gebruikelijke” prijsveranderingen halverwege het jaar, “in combinatie met enkele heffingen waar wij mee te maken hebben. We gaan niet de volledige kosten daarvan doorberekenen aan onze klanten”.
De auto-industrie verkeert in onrustig vaarwater vanwege de door Trump ontketende handelsoorlog. Niet alleen kampen de fabrikanten met importheffingen op staal en aluminium, daarbovenop komen de wederkerige heffingen die de Amerikaanse president heeft ingevoerd. Een deel van die heffingen staat nu wel in de pauzestand vanwege onderhandelingen die momenteel met diverse landen wordt gevoerd.

Trump geeft onlangs maatregelen bekendgemaakt waarmee de financiële pijn voor Amerikaanse autofabrikanten iets wordt verzacht, maar de heffingen zijn niet volledig ingetrokken. Analisten denken dat de Amerikaanse autoverkoop daardoor dit jaar meer dan 1 miljoen stuks lager kan uitvallen. Ford lijkt relatief gezien het meest ongeschonden uit die strijd te komen, aangezien het bedrijf een grote productieketen in de Verenigde Staten heeft en 79 procent van de auto’s die het in eigen land verkoopt ook in de Verenigde Staten bouwt. Bij General Motors gaat het om 53 procent van de in in eigen land verkocht auto’s.
