Waarom deze test?
Het gamma van een Mini model is niet compleet zonder een John Cooper Works uitvoering. De elektrische Aceman is dus ook te koop in zo’n sportieve variant. Maar is die net zo magisch als de iconische typeaanduiding doet vermoeden? Een (korte) test geeft antwoord op die vraag.

Wat voor auto is het?
De Aceman is een elektrische cross-over die in het gamma van Mini het gat vult tussen de 3/5-deurs Cooper en de flink uit de kluiten gewassen Countryman. Hij maakt gebruik van hetzelfde onderstel als de elektrische hatchback, maar heeft een 8 centimeter langere wielbasis. In totaal is de Aceman 22 centimeter langer dan de 3-deurs Cooper. Hij meet van bumper tot bumper namelijk 4,08 meter. De Aceman is direct herkenbaar als een Mini en ook het interieur (met als hoogtepunt het grote, ronde centrale display) zal voor klanten van dit merk vertrouwd overkomen.

De John Cooper Works variant komt boven de al eerder voorgestelde E en SE uitvoeringen in het gamma. Door zijn sportieve karakter heeft hij de naam de ‘bad boy’ van de familie te zijn. Uiterlijk komt dat tot uitdrukking in zowel zwarte (voor de gesloten grille en het daar boven geplaatste logo) als rode (verticale inzetstukken, remklauwen, buitenspiegelkappen) elementen. Ook is er een grotere splitter onder de in tweeën gedeelde luchtinlaat in de voorbumper. In profiel vallen de dikkere dorpels op, terwijl Mini achterop het dak een grotere spoiler monteert. Die zit er niet alleen voor de sportieve show, maar dient ook om de stroomlijn van de John Cooper Works uitvoering te optimaliseren. Om dezelfde reden heeft deze Aceman een grotere diffusor gekregen.

Ook binnenin zien we diverse rode accenten (in de hoofdsteunen, de stiksels en andere kleine details). Op de richtingaanwijzer bevindt zich een extra rode knop met het opschrift ‘Boost’. Als je die indrukt, komt er meer power beschikbaar. Het gaat dan om maximaal 258 pk. Als de Boost knop niet wordt gebruikt, ligt de limiet bij 230 pk en 350 Nm. Het vermogen en koppel wordt naar de voorwielen gestuurd. Met ingeschakelde Boost functie kan de Aceman in 6,4 seconden naar 100 km/u accelereren. De topsnelheid is elektronisch begrensd op 200 km/u.

De benodigde stroom is afkomstig uit het van de SE uitvoering bekende batterijpakket met een capaciteit van 54,2 kWh (49,2 kWh netto). Opladen kan met wisselstroom 3-fasig (11 kW) en op gelijkstroom met een laadvermogen van maximaal 95 kW. Bij een John Cooper Works uitvoering zou je een wat hoger vermogen verwachten, maar er valt wel mee te leven want in de praktijk kan men hiermee in 30 minuten toch een 200 kilometer actieradius ’tanken’. Het rijbereik met een volle batterij bedraagt 355 kilometer, hetgeen betekent dat in de praktijk 300 kilometer haalbaar moet zijn.
Is het wat?
Tijdens de test heb ik de John Cooper Works uitvoering van de Aceman flink de sporen gegeven (waarom zou je anders deze versie kopen?) verbruikte de Mini 17,3 kWh/100 km. Dat is genoeg voor een kleine 280 kilometer. Dat klinkt niet verkeerd, maar wees je er van bewust dat als jij het batterijpeil tussen de 10 en 80 procent wilt houden, de actieradius maximaal 200 kilometer is. Is dat een reden om de John Cooper Works uitvoering te laten staan? Niet echt, want de SE versie heeft zoals gezegd hetzelfde formaat batterij en in de basisvariant moet je het doen met 42,5 kWh (38,5 kWh). Dat is écht weinig voor een auto die beslist niet voor budgetprijzen te koop is …

Maar goed, het is niet de Aceman E die hier wordt getest, maar de John Cooper Works uitvoering. De hamvraag is natuurlijk of die zijn meerprijs ten opzichte van de SE uitvoering waard is. We hebben het over een prijsverschil van 5.500 euro. De Aceman JCW kost namelijk 46.990 euro en de SE in John Cooper Works trim 41.490 euro. Voor die 5,5 mille extra krijg je een Mini waarvan de begrenzer niet al bij 170 km/u ingrijpt, maar pas bij 200 km/u. Accelereren naar 100 km/u vanuit stilstand duurt 6,4 seconden in plaats van 7,1 tellen. Het stroomverbruik ligt zo’n 15 procent hoger, waardoor de actieradius op papier (dus) geen 405 kilometer bedraagt, maar 355 kilometer. Per saldo vind ik dat geen 5.500 euro waard, maar voor dit bedrag krijg je ook een stugger afgesteld onderstel, waardoor de 1.825 kilo zware Aceman wat lichtvoetiger aanvoelt. Besef echter dat het veercomfort het kind van de rekening is. Voor de doelgroep van de Aceman JCW misschien geen ramp, maar toch. Die zijn op zoek naar het merk-karakteristieke ‘go-cart gevoel’ en daar voorziet deze uitvoering beter in dan de SE versie. Betekent dit dat de JCW variant zijn prijs dus alsnog waard is? Hm, nee. Daarvoor zijn er teveel aandrijfreacties in het stuurwiel. Op tractieverliezen zul je de voorwielen niet snel betrappen, maar het is wel zaak om het stuurwiel stevig vast te houden. Doe je dat niet, dan zal de Aceman snel van zijn koers afwijken.

Voor alle Aceman versies geldt (en voor de Cooper trouwens ook) dat men voor de instelling van de mate van remenergierecuperatie tijdens het vertragen elke keer meerdere menu’s op het centrale scherm door moet worstelen. Dat gaat snel irriteren en als je al rijdend het niveau probeert te veranderen, dan is dat ook niet ongevaarlijk. Mini, dit staat toch haaks op het door jouw moeder gepropageerde Freude am Fahren?

Conclusie
De conclusie is simpel: Aceman John Cooper Works weet zijn meerprijs van 5.500 euro ten opzichte van de SE versie in JCW trim niet te rechtvaardigen. Hoe deze Mini overeind blijft in een vergelijking met andere sportieve B-segment elektrische cross-overs, vergt een aparte test, maar ik vermoed dat de Aceman JCW de niet geheel geslaagde Abarth 600e (Testresultaat: 0,67). Dat geldt ook voor de Smart #1 Brabus die nogal wat losse eindjes heeft en een even hoog Testresultaat heeft. Maar de Mini zal vermoedelijk zijn meerdere moeten erkennen in de verrassend goed geslaagde Alfa Romeo Junior Elettrica Veloce (Testresultaat: 0,73).
Mini weet nu wat haar huiswerk is voor de facelift in 2028: qua looks kan de Aceman JCW eigenlijk helemaal ongewijzigd blijven, maar minder aandrijfreacties in de besturing zijn meer dan welkomen. Bovendien verdient een een auto met een prijskaartje van 47 mille een groter rijbereik en een hogere laadsnelheid.
- 7
