Zowel Alfa Romeo als Mini slaan hun vleugels uit. Beide merken worden actief in het EV-B-SUV segment. Ja, dat zijn heel wat letters om een autoklasse aan te duiden (nog maar kort geleden zou je gesproken hebben van een ‘niche’), maar steeds meer autoconsumenten zien een dergelijk model wel zitten: vriendelijk voor het milieu, handzaam, praktisch, keurig afgewerkt en redelijk betaalbaar. Met name Volvo heeft met de EX30 laten zien dat een dergelijke auto ‘de Kadett / Golf van 2024 en waarschijnlijk lang daarna’ is.
Niet alleen Volvo beleeft gouden tijden in het EV-B-SUV segment. De Cupra Born, de Hyundai Kona Electric, de Jeep Avenger Full Electric, de Kia Niro EV6, de Opel Mokka Electric, de Peugeot e-2008, de Renault Mégane E-Tech en de Volkswagen ID.3 zijn inmiddels allemaal modellen die vorig jaar minimaal 1.000 klanten wisten te trekken. Gaan de nieuwe Alfa Romeo Junior Elettrica en de eveneens kersverse Mini Aceman tot dezelfde categorie van winnaars behoren? Of is voor hen à la de BYD Dolphin, DS 3 E-Tense, Fiat 600e, Honda e:NY1, Mazda MX-30, MG ZS EV, Seres 3 en de Smart #1 slechts een bijrol weggelegd op de Nederlandse automarkt? Een duel tussen beide debutanten geeft niet alleen een antwoord op die vraag, maar zal ook duidelijk maken welke elektrische B-segment SUV de beste keuze is: de Junior of de Aceman. Zowel de Junior als Aceman hebben als voordeel dat ‘prestige’ bij de prijs is inbegrepen. Beide modellen zijn immers afkomstig van een automerk met premium status. Uit de in de vorige alinea opgesomde categorie van huidige winnaars is geen enkel model zo chique als de compacte Alfa Romeo of Mini. Zelfs de Jeep Avenger niet.

Mini was een van de eerste kleine autofabrikanten met premium status die ‘elektrisch ging’ en de nieuwe Aceman is het derde emissievrije model in het gamma. Hij wordt gepresenteerd als een compacte crossover, gepositioneerd onder de Countryman en boven de elektrische versies van de Cooper. Maar heeft de Aceman dezelfde aantrekkingskracht als die Mini modellen? Alfa Romeo heeft sinds de teloorgang van de MiTo in 2018 geen kleine (B-segment) auto meer geproduceerd.

De Junior is een decimeter langer dan de Aceman; wellicht is dat aspect deel van de verklaring waarom de Italiaan meer uitstraling (en stijl) heeft dan de nieuwe Mini, die enerzijds lang niet zo stoer oogt als de Countryman, maar tegelijkertijd ook het kekke van de Cooper mist. Maar dat schijnt ook de bedoeling te zijn. De Aceman is namelijk ontworpen volgens de ‘Charismatic Simplicity’ designtaal. Hiermee heeft Mini gepoogd om onnodige versieringen van de carrosserie te vermijden en om van haar nieuwste aanwinst een puur functionele auto te maken. De Aceman zou zich in die vorm beter van zijn rivalen kunnen onderscheiden. Toch is het de vraag of de nieuwe Mini visueel wel voldoende weet te verleiden. De Cooper is volgens dezelfde taal ontworpen, maar oogt een stuk pittiger. Het lijkt er op dat bij de ruim 20 centimeter langere Aceman het designrecept te veel is verwaterd.

Getest wordt de Aceman in SE uitvoering. Dit betekent dat er een 218 pk sterke elektromotor onder de kap zit waarmee in 7,1 seconden naar 100 km/u kan worden gesprint. De accu heeft een bruto capaciteit van 54,2 kWh (netto 49,2 kWh) waarmee een theoretisch 390 à 405 kilometer ver kan komen. De Aceman is ook in 2.000 euro goedkopere E uitvoering te koop (namelijk vanaf 39.657 euro in plaats van 41.657 euro). Die is 34 pk minder sterk, accelereert 0,8 tel langzamer, heeft een 10 km/u lagere topsnelheid (160 km/u in plaats van 170 km/u) en is uitgerust met een 43,5 kWh accu (netto 38,5 kWh). Daardoor blijft de actieradius beperkt tot maximaal 309 kilometer. Beide uitvoeringen zijn er als Essential, Classic (de Aceman SE kost dan 40.857 euro), Favoured (45.440 euro) en John Cooper Works (48.657 euro).

De doordeweekse uitvoering van de Alfa Romeo Junior Elettrica is er alleen met een 156 pk sterke elektromotor en een accu van 54 kWh (netto 51 kWh). Daarmee accelereert de Italiaan in 9,0 seconden vanuit stilstand naar 100 km/u. Zijn actieradius is 410 km. Er kan worden gekozen uit 2 uitrustingsniveaus: een naamloze basisversie (39.000 euro) en de Speciale variant (41.000 euro). Sportief zijn geen van beide modellen. Wie het ‘Klavertje Vier’ binnen de reeks zoekt, dient de Veloce uitvoering te bestellen. Die kost 48.000 euro, is 280 pk sterk, accelereert in 5,9 seconden naar 100 km/u, heeft een 50 km/u hogere topsnelheid (200 km/u in plaats van 150 km/u), maar consumeert meer stroom waardoor dezelfde accu al na 315 kilometer leeg is. Echt een wereld van verschil dus.

De Junior is het eerste volledig elektrische model van Alfa Romeo. Het merk verschijnt dus nogal laat op het EV-feestje, waar de stemming afgelopen jaar trouwens niet opperbest was, maar dat terzijde. Voor het huwelijk van moederbedrijf Fiat Chrysler Automobiles met Peugeot SA en de vorming van het Stellantis concern, was er eenvoudigweg geen geld in Italië (is men had de 500e als uitgangspunt moeten nemen, maar kijkend naar de huidige verkoopproblemen van dit model, zou dat niet zo’n goed idee geweest zijn). Gelukkig betekende de fusie van de 2 autoconcerns dat Alfa Romeo toegang kreeg tot de platforms die ook door merken als DS, Opel en Peugeot gebruikt worden. Op basis van de 3 E-Tense, Mokka Electric en e-2008 kon voor Alfa Romeo in korte tijd de Junior ontwikkeld worden. Volgens hetzelfde recept was al eerder de Jeep Avenger tot stand gekomen. Dat B-segment SUV model was direct een groot verkoopsucces en werd uitgeroepen tot Auto van het Jaar 2023. Dat schept hoge verwachtingen over de Alfa Romeo, ook omdat de eerder geteste Veloce uitvoering lovende recensies kreeg. Maar de Junior zou geen (echte) Alfa Romeo zijn als er geen sprake was van een aantal irritante eigenaardigheden. Zoals de plek van de laadpoort bijvoorbeeld. Die zit in het linker achterspatbord, waar veel benzine- en diesel modellen hun tankklep hebben. De meeste auto’s hebben een handige pijl op het instrumentenpaneel om aan te geven aan welke kant de aansluiting zit, maar de Junior heeft dat niet. Het moet, met het ook op gebruiksgemak, toch geen grote moeite zijn, om op het display achter het stuur een vergelijke vermelding tot te voegen?

De stare-down
Op basis van pure cijfers zijn de 2 nieuwe elektrische compacte SUV modellen op het eerste gezicht vrijwel gelijkwaardig. De 54,2 kWh accu van de Mini is een verwaarloosbare 0,2 kWh groter, maar de Alfa Romeo kan opladen met 100 kW, wat 5 kW meer is dan zijn rivaal. Het grote verschil is de motor; de 218 pk sterke unit van de Aceman is royaal krachtiger meer dan het aggregaat van de Junior (156 pk). Dat is genoeg voor een verschil van 1,9 seconden in de 0-100 km/u tijd in het voordeel van de Aceman, die de sprint in een indrukwekkende 7,1 seconden aflegt.

Bij het rijden valt verder op dat dat de Aceman trouw is aan de Mini-roots in die zin dat zijn weggedrag ongelooflijk scherp en speels is. Die eigenschap gaat echter ten koste van het comfort. De Aceman is dermate hard geveerd dat zelfs menig hot hatchback fan de afstelling waarschijnlijk wat te veel van het goede zal vinden. De Junior zal nooit een plek in de top-10 van best sturende auto’s bemachtigen, maar de balans tussen rijgedrag en comfort is een van de beste in deze klasse. De besturing voelt ook natuurlijker aan dan die van de Aceman.


Voor wat betreft de gebruikskosten is de Junior iets in het voordeel omdat hij fractioneel zuiniger is. Maar net als de Aceman is hij te kort op de markt om een uitspraak te kunnen doen over de reparatiegevoeligheid. Zeker is dat de Mini een uitstekende restwaarde zal hebben. Dat is bij de Alfa Romeo nog maar afwachten.


Praktische eigenschappen
Geen van beide modellen is de ruimste in hun klasse, maar de Alfa Romeo is hier de meest praktische auto van het 2-tal. De hoofdruimte achterin is bij beide auto’s prima voor elkaar, maar de Aceman blijft duidelijk achter bij zijn rivaal voor wat betreft knie- en schouder ruimte.


Verder naar achteren wordt het verschil nóg groter, want de bagageruimte van de Mini is met 300 liter exact 100 liter kleiner dan die van de Junior. De Alfa Romeo profiteert al meer al dus duidelijk van zijn 10 centimeter langere carrosserie.


Euro NCAP heeft de Junior noch de Aceman al getest, maar het valt niet uit te sluiten dat de Mini op dit punt beter scoort dan Alfa Romeo. Tenminste, als we er van uit gaan dat appels niet ver van de boom vallen. De Jeep Avenger scoorde namelijk een Euro NCAP-beoordeling van slechts 3 sterren. Mini presteert over het algemeen goed in dergelijke tests.
Conclusie
De winnaar is de Alfa Romeo Junior Elettrica. Op wat kleine haren in de soep na, is er enorm veel om van te houden bij de Italiaan. Hij verslaat namelijk veel rivalen als het gaat om zijn rij-/comfort balans. Daarnaast heeft hij een sterke visuele persoonlijkheid. Zijn stijl, acceptabele ruimteaanbod en rijdynamiek maken van de Junior ook de meest overtuigende compacte elektrische auto die men momenteel bij Stellantis kan kopen. En met zijn mix van kwaliteiten heeft hij dus ook het vermogen om zijn nieuwste uitdager, de Mini Aceman, in dit duel te verslaan. Maar deze overwinning maakt hem niet per definitie tot segmentleider. Er zijn inmiddels diverse nieuwe rivalen op de markt verschenen, zoals de Kia EV3, de Skoda Epiq en de Zeekr X. Die bieden voor vergelijkbaar geld meer ruimte, een grotere actieradius en kunnen sneller worden opgeladen.

LeAls voor de uitslag van dit testduel de interieurstijl, de bouwkwaliteit en het prestatieniveau doorslaggevend zou zijn, dan zou de Mini de Junior verpletterd hebben. En eigenlijk bijna elke concurrent in zijn klasse. Verder is het ronduit een troef van de Aceman dat hij zoveel optie- en aankleedmogelijkheden kent. Je kan van deze Mini dus helemaal jouw auto maken. Maar waarom zou je dat doen? Voor het geld krijg je niet heel veel ruimte, laadsnelheid of rijbereik. Het meest teleurstellende is dat de Aceman niet zo plezierig is om mee te rijden. Hij weet zijn gewicht van 1.800 kilo niet te verbergen in bochten en zijn vering is veel te hard. Hoewel de Mini op diverse aspecten uitblinkt, frustreert hij op andere criteria nog meer.

