Toen de CEO van de Renault Groep, Luca de Meo, in 2020 het door Covid getroffen bedrijf binnenstapte, stond het premium sportwagen merk Alpine op de nominatie om te worden geschrapt.
“We hadden geen plan na de A110; er was in principe geen plan voor Alpine”, zo vertelde De Meo aan journalisten tijdens de recente onthulling van de A390. Maar De Meo zag Alpine als een belangrijke marge-verhogende premium-aanwinst en zette daarom een opleving in gang; vergelijkbaar met wat hij deed met Abarth toen hij bij Fiat Chrysler Automobiles werkte, en vergelijkbaar met Cupra toen hij in dienst was van de Volkswagen Groep. Het plan werd goedgekeurd terwijl Renault nog miljoenen verloor. “Het was een beetje een gekke bedoening”, zo geeft De Meo toe.

Nu is Alpine’s line-up van één auto uitgebreid met de A290 (tweede foto), een snelle versie van de Renault 5 E-Tech, en de nieuwe A390, een cross-over gebaseerd op het platform van de Scenic, maar voorzien van een dosis extra vermogen en intrigerende rijeigenschappen dankzij 3 elektromotoren.
Na de A390 zal Alpine zich weer storten op de etherische wereld van elektrische sportwagens, waar klanten en winsten slechts geruchten zijn in plaats van kwantificeerbare feiten. Kan het merk een lange periode van kapitaalintensieve avonturen in het onbekende echt overleven?

De Meo is onwrikbaar, ook al erkent hij de omvang van de klus om een geloofwaardige concurrent voor merken als Porsche te creëren. “Om een premiummerk te lanceren, heb je minimaal 20 jaar nodig”, zei hij. “Audi had 25 jaar nodig om in die club te komen en investeerde elk jaar miljarden. Dat gaan wij niet in één generatie doen”.
Renault heeft geen miljarden te besteden aan Alpine en, misschien nog wel schadelijker, de beginjaren van het merk zullen zich afspelen in een heel andere wereld dan de relatief onschuldige plek waar Audi uiteindelijk floreerde. Ten eerste is de enorme Amerikaanse markt voor premium auto’s momenteel zo goed als ontoegankelijk voor nieuwkomers, en Alpine heeft de plannen voor 2 grotere elektrische SUV’s, die de lancering aldaar zouden aanvoeren, in de ijskast gezet. Een enkele grote SUV zit nog in de pijplijn, maar dat hangt af van hoe gastvrij de automarkt van de Verenigde Staten gaat worden.

“De businesscase is haalbaar met de Verenigde Staten, omdat dit land 40 procent van de markt in het E-segment vertegenwoordigt. Dus zolang toegang tot de Amerikaanse markt niet zeker is, is het een beetje riskant om op de knop te drukken”, aldus De Meo. Het betekent ook dat Alpine een platform van buiten Renault moet betrekken, waarschijnlijk het Chinese partnerbedrijf Geely.
De andere wereldmarkt die Audi verwelkomde, was China, maar ook dat is een haaienbek geworden omdat lokale spelers de gevestigde wereldorde en zelfs elkaar in een genadeloze prijzenoorlog hebben gestort. Daar Alpine lanceren? “Misschien”, antwoordde de CEO van de Renault dochter, Philippe Krief, met een zeer Gallische schouderophaling. Hij heeft na jaren bij Ferrari, Maserati en Alfa Romeo te hebben gewerkt, ruime ervaring met de grillige premiumsector, en hij weet dat Alpine nog werk aan de winkel heeft. Op dit moment heeft het merk zijn thuismarkt nauwelijks verlaten. “Twee derde van onze omzet halen we uit Frankrijk”, aldus Krief. “We moeten auto’s leren te verkopen aan Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Korea; dat zijn echte premiummarkten. En daarna gaan we naar de Verenigde Staten”.

De eerste ‘Atelier Alpine’ showroom opent deze maand in Barcelona, gevolgd door Parijs en Londen later dit jaar. Alpine heeft zijn omzet dit jaar (tot eind april) al verdubbeld dankzij de A290. De verkoop van de A110 bereikte vorig jaar 4.585 exemplaren, een stijging van 5,9 procent, maar de sportwagen is nu duidelijk op zijn retour en aamt zich op om begin volgend jaar uit de roulatie te worden genomen.
Gezien de status van het model als “de 911 van Alpine”, in de woorden van De Meo, zijn alle ogen nu gericht op de elektrische A110, die naar verwachting in 2026 op de autosalon van Parijs wordt onthuld.

De A110 vindt zijn oorsprong in de eerste rally-gefokte, lichtgewicht coupés gebaseerd op de bescheiden Renault 4CV, en werd in 1955. Die vroege Alpines dienen nu veelvuldig als inspiratiemateriaal voor nieuwe modellen. De huidige A110, gelanceerd in 2018, heeft genoeg gedaan om de naam levend te houden en de enthousiaste interesse te wekken. De uitdaging is nu om met de elektrische versie even veel harten te veroveren.
Wat De Meo ervan overtuigde dat het plan zou kunnen werken, was dat al zijn premiumrivalen in hetzelfde schuitje zaten. De regelgeving betekende dat, in ieder geval in Europa, iedereen de overstap zal moeten maken naar elektrische mobiliteit. “De overstap naar elektrische voertuigen is een kans om te zeggen dat we op dat gebied min of meer op gelijke voet staan met de anderen”, zei hij. “We hebben geen gat van 100 jaar”.

De Meo heeft ook een goed gevoel voor het begrijpen van de wensen en zorgen van klanten. “In het begin waren elektrische auto’s nogal lelijk, nogal emotieloos”, zei hij. “Misschien kunnen we bewijzen dat elektrische autotechnologie ook leuk kan zijn, dat we de ziel in een wasmachine kunnen stoppen.”
Ten eerste wordt ons beloofd dat nieuwe modellen gebaseerd op het Alpine Performance Platform (APP) minder zullen wegen dan ICE-rivalen zoals de Porsche Boxster, zo niet de uitgaande lichtgewicht aluminium A110 (een vlieggewicht van 1.102 kg). Ten tweede zal Alpine pionieren met in-wheel motoren, een potentieel baanbrekende technologie die het zwaartepunt verlaagt en ruimte vrijmaakt voor luxe zoals bagage en zelfs achterpassagiers met de beloofde 2+2-versie. De in-wheel motoren kunnen direct vermogen leveren aan het wiel met de meeste grip, wat een nieuw niveau van wendbaarheid belooft. Bovendien kunnen de accu’s ergens anders worden ondergebracht dan onder de voorste inzittenden, wat zorgt voor een meer sportwagenachtige rijpositie. Ten derde zal het platform een 800 Volt systeem hebben voor ultrasnel opladen, wat de actieradiusangst wegneemt.

Het APP platform maakt zijn debuut onder de waanzinnige Renault 5 Turbo 3E, een elektrische hyper hatchback van ruim 150.000 die volgend jaar in beperkte aantallen in productie wordt genomen en die naar verluidt 4.800 Nm koppel levert dankzij de in-wheel motoren.
Niets van deze ‘droomgarage’ die Alpine bouwt, zal in grote aantallen geproduceerd worden. Er worden geen cijfers genoemd, maar aangezien de A390 in dezelfde fabriek in Dieppe wordt geassembleerd als de A110, zal de jaarlijkse capaciteit op zijn best 12.000 zijn.

De A290 staat er beter voor, met plekken in Renaults enorme ElectriCity-fabriek in Douai en een startprijs van 38.800 euro in plaats van de geschatte 70.000 euro voor de A390.
Maar Alpine bevindt zich momenteel in spannende fase. De uitdaging is om de aandacht te trekken van de premiumkoper, die in Europa massaal kiest voor BMW, Mercedes en Audi, met uitstapjes naar Land Rover en Volvo.

De Meo bezuinigt niet op de marketingkant van de Alpine-revival. Hij heeft het Formule 1-team van Renault omgedoopt tot Alpine en heeft elke suggestie om het te verkopen afgewezen, ondanks een reeks tegenvallende resultaten. Bovendien heeft hij van Alpine een belangrijke speler gemaakt in het World Endurance Championship met de A424-hypercar. “De kern van Alpine is competitie”, stelde hij.
Een duidelijke link met de racewereld wordt gelegd door een hybride hypercar van 1000 pk die rond 2028 arriveert, met een V6 motor die is ontwikkeld door Hypertech Alpine R&D, de omgedoopte Formule 1 motorfabriek in Viry-Châtillon. De Hypertec-divisie wordt ingezet om agressiever raakvlakken te vinden tussen de wereld van de autosport en die van straatauto’s; iets waar autofabrikanten al lange tijd mee worstelen.

Al deze inspanningen positioneren Alpine als het sportiefste premiummerk onder de luxemerken. “Wij bevinden ons in een tussenruimte, die momenteel nog vrij leeg is”, vertelde productchef Sovany Ang. Alpine wil niet in een hokje worden geplaatst als een elektrisch automerk en de APP kan verbrandingsmotoren accepteren. “We verkopen geen elektrische auto’s; we verkopen sportieve auto’s, exclusieve auto’s, passieauto’s”, zo benadrukte Krief.
Cruciaal is dat Alpine verbonden blijft met zijn 70-jarige erfgoed, waardoor het een achtergrond krijgt die Chinese concurrenten missen. “De oorspronkelijke positie van Alpine ging over meer doen met minder. Dat is echt de tijdsgeest van vandaag”, aldus De Meo. De Meo spreekt over Alpine als een “volwaardig” automerk met een fabriek, zo’n 2000 werknemers, 159 dealers, een Formule 1-team, een speciaal ontwikkelingscentrum, een iconische auto en een eigen achtergrondverhaal. Krief herhaalde ondertussen een belofte uit 2022 dat Alpine in 2030 een winstmarge van 10% zal behalen.

Renault heeft eerder beloofd dat Alpine als een zelfstandige divisie binnen de groep zal opereren, met een eigen winst- en verliesrekening, en dat het uiteindelijk streeft naar een beursgang. De vraag naar auto-aandelen is echter heel anders dan in 2022, en Renault heeft alle hulp nodig die het kan krijgen om de apathie van beleggers tegen te gaan, ondanks dat het bedrijf recentelijk mooie winstcijfers liet zien.
