Nissan heeft veel last van de grote concurrentie vanuit China op het gebied van elektrische auto’s. Het Japanse bedrijf verkocht in juni 5 procent minder auto’s dan een jaar eerder.
Nissan heeft het al langer zwaar en is momenteel druk bezig met een dure reorganisatie waarbij diverse fabrieken afgestoten zullen worden. Daardoor, en ook door Trumps heffingen, verwacht Nissan tussen oktober 2025 en maart 2026 een verlies van omgerekend 1 miljard euro te lijden. De afgelopen 3 maanden (april t/m juni) was er al een verlies van 460 miljoen euro.
De reorganisatie omvat niet alleen het sluiten van fabrieken, maar ook het ontslaan van duizenden werknemers en het stroomlijnen van tal van talloze processen. Met deze maatregelen wil Nissan zichzelf in financieel opzicht weer op de rails krijgen. Maar het is net zoals ons land onder Balkenende: eerst het zuur, dan (pas) het zoet.
Nissan verkocht in de eerste 6 maanden van dit jaar wereldwijd 1.613.797 auto’s. Dat waren er 5,7 procent minder dan in dezelfde periode van 2024, toen 1.711.705 exemplaren de showrooms verlieten. In Europa viel de schade enigszins mee: bij ons verkocht Nissan 187.832 auto’s, hetgeen 4,1 procent minder was dan in de eerste 6 maanden van 2024. In China kregen de Japanners echter een grote klap te verduren. Daar daalden de verkopen in het eerste jaarhelft met 17,6 procent ten opzichte van dezelfde periode van 2024.
Ook de productiecijfers van Nissan kleurden rood. In het eerste jaarhelft bouwden de Japanners wereldwijd 1.439.040 auto’s, oftewel liefst 10,8 procent minder dan in dezelfde periode van 2024. Met name in de Verenigde Staten (-14,7 procent), het Verenigd Koninkrijk (-16,6 procent) en in China (-20,9 procent) rolden minder voertuigen met het Nissan logo van de band.
Financiële cijfers over het eerste halfjaar zijn er nog niet. Wel laat Nissan weten dat zij in het eerste kwartaal van het op 1 april begonnen fiscale jaar een nettoverlies van 115,8 miljard yen (omgerekend zo’n 680 miljoen euro) heeft geleden.
