Alpine blijft grotere en duurdere elektrische auto’s ontwikkelen om zijn aanbod te bekronen, ondanks dat het zijn plannen om de Amerikaanse markt te betreden in de ijskast heeft gezet.
Het performancemerk van de Renault Groep had een lancering in de Verenigde Staten voor 2027 gepland. Het werd beschouwd als een cruciaal onderdeel van de strategie om tegen 2030 een jaarlijkse verkoop van 150.000 auto’s te realiseren. Maar de Renault Groep stelde de expansieplannen voor Alpine voor onbepaalde tijd uit nadat de regering-Trump een importheffing van 25 procent had ingesteld op alle in Europa gebouwde auto’s die in ‘zijn’ land verkocht worden.

De sleutel tot het succes op de Amerikaanse automarkt zou een reeks grotere modellen voor het D- en E-segment moeten zijn. Daarmee wilde Alpine internationaal echt doorbreken. Hiertoe behoorde ook een Porsche Cayenne-rivaal die de A390 (een cross-over annex SUV ter grootte van een Macan) zou overtreffen, plus nog 2 andere E-segmentauto’s; mogelijk nóg een SUV en daarnaast een sedan in de stijl van de Lotus Emeya. Die zouden allemaal uiterlijk 2030 op de markt moeten komen.
Het uitstel van Alpine’s plannen voor een lancering in de Verenigde Staten, de belangrijkste wereldwijde afzetmarkt voor dergelijke dure modellen, riep vragen op over hun levensvatbaarheid. Maar hoewel het merk niet heeft aangegeven dat het weer op schema ligt voor een uitrol in de Verenigde Staten, ontwikkelt Alpine nog steeds grote auto’s als onderdeel van een poging om zijn premiumpositionering te versterken.

In een gesprek met verslaggevers op het Goodwood Festival of Speed zei Antony Villain, hoofdontwerper van het bedrijf, dat Alpine’s doel is om “steeds meer omhoog te gaan, in plaats van omlaag”. Het zal dus geen modellen lanceren die kleiner of betaalbaarder zijn dan de A290 hot hatchback. In plaats daarvan zal het de focus verleggen naar grotere en winstgevendere modellen. Villain zei: “We hebben iets nodig in het D- of E-segment, niet specifiek voor Europa, omdat Europa steeds meer een C-segment markt wordt. Maar als we wereldwijd verder willen uitbreiden, hebben we waarschijnlijk grotere auto’s nodig”.
Over het roet dat Trump in het eten van Alpine heeft gegooid, zegt Villain: “De Verenigde Staten stond in ons plan. Natuurlijk hebben wij de marktintroductie aldaar vanwege de huidige situatie uitgesteld. Maar de Verenigde Staten is nog steeds de grootste verkoopmarkt voor sportwagens. Maar niet alleen dat: er zijn ook andere landen waar vraag is naar grotere auto’s. We moeten dus een andere manier zien te vinden om ons businessplan te realiseren. Daar werken we nog steeds aan”.

Villain zei niet op welke markten buiten de Verenigde Staten en Europa het merk zich nu richt met zijn nieuwe vlaggenschipmodellen, maar zei wel dat ze een belangrijke rol zullen spelen in Alpine’s ‘ontvlechting’ van moederbedrijf Renault: “5 jaar geleden was Alpine net een 13-jarig kind die geld van zijn ouders nodig had: een beetje vrolijk en niet helemaal serieus”, zei hij. “Nu zijn we net 18 geworden: we moeten een baan vinden, ons eigen geld verdienen, ons eigen netwerk ontwikkelen en ons een beetje serieuzer gedragen, maar niet te veel”.
Villain vervolgt: “Het is dus op eigen benen leren staan, maar toch deel uit blijven maken van een familie, omdat wij kunnen profiteren van een sterke autogroep achter ons. Dat is echt van heel grote waarde. Het is altijd een afweging tussen op welke onderdelen wij volledig onafhankelijk moeten zijn en voor welke wij echt gebruik moeten kunnen maken van de backoffice van de groep achter ons”.

Na de lancering van de nieuwe A390 richt Alpine zich op de ontwikkeling van de elektrische A110, die volgend jaar op de markt komt. Het bedrijf heeft nog geen concrete aanwijzingen gegeven over modellen die daarna komen, maar ze zullen vrijwel zeker gebaseerd zijn op een variant van de Ampr Medium-architectuur van de Renault Groep, in plaats van op het speciaal ontwikkelde sportwagenplatform van de nieuwe A110.
Ze zullen deel uitmaken van de zogeheten ‘Dream Garage’ reeks van 7 elektrische auto’s die Alpine tegen 2030 wil lanceren, na de A290, de A390, de nieuwe A110 (inclusief mogelijk een cabriolet variant) en een 4-zits sportcoupé genaamd A310. Gevraagd naar details over wanneer de eerste telg uit de nieuwe, grotere familie zal arriveren, zei Villain: “Het is nog niet klaar”, maar “we werken er elke dag aan”.

De grote SUV die de leegte boven de A390 moet gaan opvullen, krijgt mogelijk de naam A590, passend bij het ’90’ cijfer voor de ‘niet-sportwagen’ modellen van het merk. Hoewel officiële teasers nog ver weg zijn, heeft Alpine aangegeven dat het zich zal inzetten voor een herkenbare designtaal voor al zijn elektrische auto’s: een set van 4 koplampen in een ‘V’-vorm, een gebogen achterruit en een afgerond zijprofiel.
Hoewel Alpine er naar streeft zijn toekomstige modellen aantrekkelijk te houden met een hoog prestatieniveau en een karakteristiek design, is ergonomie ook een belangrijke aspect voor het merk. De Alpine A110 heeft, mede dankzij zijn lancering in 2017 (oftewel al weer 8 jaar geleden), tal van fysieke knoppen aan boord voor het klimaatsysteem en veelgebruikte functies, hoewel bij de nieuwere A290 en de A390 van deze aanpak is afgeweken met grotere schermen. Villain wijst erop dat Alpine-rijders “zich willen concentreren op het rijden en niet overal schermen willen hebben”. Hij voegde er aan toe dat “knoppen belangrijk zijn voor Alpine” en zei dat de toekomstige modellen daarom “veel fysieke knoppen” zullen hebben.

Zoals bij elk Alpine-model het geval is, zal de rijervaring zelfs in een grote SUV, belangrijk zijn. De A390 staat zoals gezegd op het AmpR Medium platform van de Renault Groep, dat volgens Villain de capaciteit heeft om auto’s met maximaal 7 zitplaatsen te ondersteunen. In de A390 zitten 3 elektromotoren (1 voor en 2 achter) en het totale vermogen van 464 pk wordt gecombineerd met actieve koppel vectoring om “wendbaarheid en rijplezier” te bevorderen. Autointernationaal.nl verwacht vergelijkbare technologie te zien in de 590 en andere toekomstige elektrische auto’s van Alpine.
