Mitsubishi zegt dat de lagere invoertarieven van de nieuwe handelsdeal tussen de Verenigde Staten en Japan enige verlichting bieden, maar dat de druk op de sector aanhoudt.
Dat komt doordat Mitsubishi in de Verenigde Staten geen eigen productiefaciliteit heeft, terwijl het land wel een belangrijke afzetmarkt is voor het Japanse automerk. Mitsubishi verkocht 10 jaar geleden haar Amerikaanse fabriek in Normal in de staat Illinois wegens geldnood. Na enige tijd leeg gestaan te hebben, kon 2 jaar later Rivian de productiefaciliteit voor een appel en een ei overnemen.
Mitsubishi zag zijn kwartaalwinst met 84 procent dalen tot 33 miljoen euro. Volgens Mitsubishi beginnen de in april ingevoerde tarieven al effect te hebben op de verkoop. “Wij verwachten dat de impact door de nieuwe handelsdeal enigszins wordt verzacht”, aldus de financieel directeur van Mitsubishi, Kentaro Matsuoka.
Toyota pleit intussen voor verdere verlaging van de heffingen. Die Japanse autofabrikant vindt 15 procent dus blijkbaar niet voldoende laag. Overigens zijn de Amerikaanse ‘ Big Three’ (of wat er van over is) ook niet blij met de handelsdeal. Een invoerheffing van 15 procent is namelijk minder dan het percentage dat voor auto’s uit Mexico en Canada in de lucht hangt. Daar produceren met name General Motors en Stellantis veel personenwagens. Die dreigen nu duurder te worden dan soortgelijke modellen uit Japan.
