Volvo moet 11,4 miljard Zweedse kroon (omgerekend ruim 1 miljard euro) afschrijven door vertragingen bij de introductie van elektrische modellen en de oplopende kosten van Amerikaanse importheffingen. Volgens de Zweedse autofabrikant zal dit de nettowinst in het tweede kwartaal met 9 miljard kroon drukken (800 miljoen euro).
“Vanwege importheffingen is het voor het bedrijf momenteel niet winstgevend om de ES90 in de Verenigde Staten te verkopen, terwijl de marges op dit model om dezelfde reden ook in Europa onder druk staan”, aldus het bedrijf in een verklaring.
Volvo, in handen van het Chinese Zhejiang Geely, behoort tot de wereldwijd kwetsbaarste merken als het gaat om importheffingen. Eerder gaf het concern al aan dat het overweegt de productie in zijn Amerikaanse fabriek uit te breiden. Tegelijkertijd heeft het merk moeite om kopers van elektrische auto’s aan te trekken op de uiterst concurrerende Chinese markt, ondanks de toegang tot het ecosysteem rond Geely.
Ook vertragingen bij de marktintroductie van de EX90 zorgen voor oplopende kosten. De extra afschrijving komt ten laste van het tweede kwartaal. Het gaat zoals gezegd om een bedrag van 9 miljard kronen. De kwartaalcijfers worden donderdag bekendgemaakt.
Volvo wijst er op dat de levenscyclus van de EX90 minder winstgevend zal zijn, “ondanks een belangrijke upgrade van de softwarekwaliteit en een geplande volumegroei”. De Zweedse autobouwer verklaart dit door “de aanzienlijke vertraging van de marktlancering en de daaruit voortvloeiende extra ontwikkelingskosten”. Volvo bedoelt hiermee dat de EX90 snel een upgrade van zijn accupakket en laadsnelheid nodig heeft om concurrerend te blijven.
