Autorijdend Nederland kan opgelucht ademhalen: de brandstofprijzen zouden per 1 januari volgend jaar in één klap sterk omhoog gaan, maar zo’n vaart loopt het niet. Nadat een motie van Ja21 door de Tweede Kamer werd aangenomen, heeft het demissionaire kabinet besloten om de huidige accijnskorting te handhaven. Daarmee is een prijsexplosie aan de pomp afgewend.
In april 2022 werd die accijnskorting ingevoerd na de inval van Rusland in Oekraïne. De brandstofprijzen stegen toen tot recordhoogte. Met de accijnskorting wilde het toenmalige kabinet de financiële consequenties daarvan voor automobilisten beperken. Een deel van die korting is in 2023 al komen te vervallen en het restant zou per 1 januari 2026 worden afgeschaft (aanvankelijk had het kabinet 1 januari 2025 in het vizier, maar men besloot te kiezen voor uitstel). Maar dat gaat dus niet door. Het demissionaire kabinet verlengt de korting met nog eens een jaar.
Hiermee is zo goed als zeker een prijsstijging van dik 25 cent per liter voorlopig voorkomen. Wie met een benzineauto of dieselmodel rijdt, kan wat dat betreft opgelucht ademhalen. Het verlengen van de korting kost bijna 1,6 miljard euro. Dat bedrag zorgde in Den Haag voor aardig wat hoofdbrekens, maar Minister Heinen van Financiën zou nu echter een oplossing hebben gevonden. Het is nog even afwachten waar de rekening komt te liggen. Of ook de inflatiecorrectie niet doorgaat, is nog niet bekend.
De ANWB en Drive Nederland, de belangenorganisatie van energiestations, riepen eerder al op om de accijnsverhoging te handhaven, want anders zouden de prijsverschillen met onze buurlanden gigantisch worden (tot wel 62 cent per liter).
Het is aan het volgende kabinet om te bepalen wat er na volgend jaar gebeurt. Die moet de begroting voor 2027 gaan maken en dus gaan beslissen over de langere termijn.
