Een paar jaar geleden was de robottaxi nog sciencefiction. Vandaag is het voertuig in delen van de Verenigde Staten en China een alledaags verschijnsel in het straatbeeld: een auto zonder bestuurder die passagiers oppikt, zich door druk stadsverkeer beweegt en hen netjes op de plek van bestemming afzet.
Niet alleen technologiebedrijven, maar ook beleggers verwachten dat robottaxi’s dit jaar definitief gaan doorbreken. De vraag is niet langer óf het voertuig komt, maar wanneer.
Robottaxi’s zijn de experimentele fase ontgroeid. Waymo, het dochterbedrijf van Google dat zich bezig houdt met zelfrijdende voertuigen, heeft inmiddels honderdduizenden betaalde ritten per week in steden als San Francisco, Phoenix en Los Angeles. In China geldt voor spelers als Baidu (onder de naam Apollo Go) hetzelfde in megasteden als Shenzhen en Wuhan. Daar zie je hele wijken die zijn ingericht op zelfstandig rijdende auto’s die commerciële diensten aanbieden.
Die vooruitgang komt niet door één magische doorbraak, maar door een samenloop van omstandigheden. De rekenkracht in auto’s is explosief toegenomen, de software leert sneller dan ooit en sensoren zijn goedkoper en beter geworden. Elke rit levert nieuwe data op. Net zoals Google Maps steeds slimmer werd naarmate meer mensen het gebruikten, leren robottaxi’s sneller naarmate ze vaker rijden. Het resultaat is een technologie die robuust genoeg is voor dagelijks gebruik.
De huidige markt wordt gedomineerd door een handvol partijen. Waymo is duidelijk koploper in de Verenigde Staten. Amazon-dochter Zoox, eerder deze maand prominent aanwezig in Las Vegas op de CES beurs voor consumentenelektronica, test momenteel speciaal ontworpen voertuigen zonder stuur of pedalen. In China zijn Baidu, AutoX en Pony.ai het verst gevorderd. Tesla zet in op een andere route: het wil via zijn miljoenen bestaande auto’s en een software-update een wereldwijd robottaxi-netwerk bouwen.
