De Nederlandse verkeersboetes zouden niet verder moeten stijgen, maar moeten juist omlaag. Dat is de conclusie van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) na een evaluatie van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), beter bekend als de Wet Mulder, 35 jaar na invoering. Uit het onderzoek blijkt bovendien dat een deel van de boeteverhogingen niet is ingegeven door verkeersveiligheid, maar vooral bedoeld is om de staatskas te spekken.
Onderzoeker Bas de Wilde, verbonden aan bureau De Strafzaak, legt uit dat de minister bevoegd is om de hoogte van de boetes vast te stellen: “Vaak wordt ieder jaar de hoogte van de boetes bijgesteld aan de inflatie”. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat er extra verhogingen zijn ingevoerd om een tekort op de begroting te dekken. De Wilde: “Verkeersboetes zijn daarmee een melkkoe van de overheid geworden”.
Volgens hem zijn ministers doorgaans “heel open” over de prijsverhogingen. Altijd wordt gecommuniceerd welk deel op basis van de inflatie wordt verhoogd en welk deel een beleidsmatige verhoging is. “Maar met 8 miljoen verkeersboetes per jaar tikt dat bedrag voor de staatskas best aan”, aldus De Wilde.
Volgens de onderzoekers van het WODC is een prijsstijging om de begroting te dekken niet toegestaan. “De minister mag de bedragen alleen verhogen op basis van een efficiënte handhaving van de verkeerswetgeving. De prijsverhogingen van de afgelopen jaren hebben daar natuurlijk niks mee te maken”, aldus De Wilde.
Een passende hoogte voor een verkeersboete wordt bepaald op advies van de Commissie Feiten en Tarieven. Indien een boetebedrag aantoonbaar verhoogd wordt om verkeersovertredingen terug te dringen, zou dat verdedigbaar zijn, legt De Wilde uit. In de wet is vastgelegd dat een minister de tarieven mag aanpassen op basis van handhaving van de verkeerswetgeving. “Dus niet met het oog op het binnenhalen van extra geld voor de begroting”.
Ook de forse verhogingen bij te late betaling krijgen kritiek van De Wilde: “In onze ogen is dat niet nodig en bovendien disproportioneel”. Na 2 weken wordt bij het niet betalen van een boete het bedrag met 50 procent verhoogd, en na 4 weken nog een keer met 100 procent.
