De deal die de Volkswagen Groep met de Europese Commissie in Brussel heeft weten te sluiten over het vrijstellen van de Cupra Tavascan van de extra importheffing op in China geproduceerde elektrische auto’s heeft niet alleen tot verwarring geleid (waarom niet gelijk ook voor de Dacia Spring, de Mini Aceman, de Smart modellen en de Volvo ES90 bijvoorbeeld?), maar ook tot scheve gezichten.
Chinese autofabrikanten zullen nu ook op de koffie willen in Brussel om dezelfde vrijstelling van het extra invoertarief te krijgen. Dat hiervoor een minimumprijs en een verkoopquotum tegenover moet staan, vinden zij best. De vrijstelling betekent immers een veel hogere winstmarge, geld dat zij vervolgens kunnen steken in de ontwikkeling van nog meer Chinese elektrische auto’s.

De volledig elektrische Cupra Tavascan (foto), die de Volkswagen Groep in China laat bouwen, was sinds de Europese Unie in 2024 een nieuwe importheffingen op in China geproduceerde elektrische auto’s introduceerde, onderworpen aan een extra tarief van 20,7 procent. Dat komt bovenop de bestaande heffing van 10 procent. Volgens de Volkswagen Groep heeft het hogere tarief de operationele winst van de Seat-Cupra divisie in de eerste 9 maanden van 2025 vrijwel weggevaagd. Dat klinkt nogal dramatisch, maar feit is dat de extra invoerbelasting geld zal hebben gekost.
De Europese Commissie geeft geen details over het overeengekomen quotum en de minimumprijs voor de Cupra Tavascan, onder verwijzing naar vertrouwelijkheid. Een woordvoerder wil alleen kwijt dat er door de Volkswagen Groep in ruil voor de vrijstelling toezeggingen gedaan zouden zijn met betrekking tot investeringen in nieuwe projecten in de Europese Unie op het gebied van elektrische mobiliteit.
Chinese autofabrikanten willen nu ook zo’n deal. Europa is een steeds belangrijkere markt voor hen aan het worden. Vanwege overaanbod in eigen land, een uitvloeisel van een jarenlange subsidiëring van de eigen autoproducenten door de regering in Peking, zijn zij wanhopig op zoek naar manieren om meer auto’s te exporteren. Dat komt ook omdat Chinese autofabrikanten feitelijk buitengesloten zijn van ’s werelds op één na en op twee na grootste automarkten, de Verenigde Staten en India. Ook verkopen zij zeer weinig auto’s in Japan, de daaropvolgende grootste markt.
Hoewel China eerder aandrong op een collectieve deal tussen haar autofabrikanten en de Europese Unie, is de bilaterale aard van de Volkswagen-deal een teken dat een collectieve optie onwaarschijnlijk lijkt. Een Chinese analist van de automarkt zegt hierover: “Volkswagen heeft de afgelopen jaren marktaandeel verloren in China. Tegelijkertijd heeft zij sterker ingezet op het lokaliseren van productontwikkeling en productie voor export. Europa biedt nu een extra verkoopkans voor nieuwe elektrische auto’s die in China zijn ontworpen en aldaar ook van de band rollen”.
