LPG, dat in 2035 als brandstoftype voor auto’s moet verdwijnen, heeft desondanks nog nooit zo’n groei in populariteit in Europa doorgemaakt. Gedreven door Dacia en ondersteund door een gunstige fiscale behandeling die fabrikanten helpt om hun CO2-uitstoot te beperken, staat deze transitiebrandstof voor een paradox. Tussen regelgeving, marktrealiteit en de politieke agenda in, blijft LPG zich ontwikkelen als een oplossing die de industrie niet volledig kan negeren.
Terwijl Brussel blijft aankondigen dat 90 procent van de autoverkopen na 2035 gegenereerd moet worden met modellen zonder verbrandingsmotor, laten de LPG-cijfers een enigszins andere realiteit zien. In 2025 behaalde deze brandstof, die vaak wordt beschouwd als een technologie uit het verleden, een van zijn beste resultaten op de Europese markt.
Vanuit regelgevend oogpunt biedt het kader weinig hoop. De Europese Unie legt de autobranche een traject op voor een drastische reductie van de CO2-uitstoot van nieuwe personenwagens, met een doelstelling van min 55 procent in 2030 en vervolgens min 90 procent in 2035. In deze context staan alle verbrandingsmotoren onder druk, inclusief LPG, hoewel dit nooit expliciet in de regelgeving wordt genoemd. Voor fabrikanten kan LPG slechts een overgangsoplossing zijn. Frank Marotte, verkoopdirecteur van Dacia, erkent dit en legt uit dat deze technologie “na 2030 niet meer gebruikt zal kunnen worden”.
Toch verklaren diezelfde regelgevingen ook waarom LPG op korte termijn zo aantrekkelijk blijft. Door een LPG-tank en dual-fuel mogelijkheid toe te voegen aan een benzinemodel, kan een fabrikant zijn gemiddelde CO2-uitstoot met ongeveer 10 g/km verminderen. Dit is een waardevolle troef in een context waarin elke gram telt om financiële boetes te voorkomen. Voor een prijsbewust merk als Dacia, dat zijn CO2-doelstellingen in 2025 niet haalde en pas in 2027 aan de doelstellingen verwacht te voldoen met de komst van een tweede elektrisch model, is LPG een interessant balancerend instrument.
Deze logica wordt direct weerspiegeld in de cijfers. Volgens Dataforce groeide de verkoop van LPG-auto’s in Europa in 2025 met 9,8 procent tot 347.717 exemplaren. De Renault Groep domineert de markt met een aandeel van 89 procent, mede dankzij een groei van 14 procent op jaarbasis. Dacia alleen al registreerde 228.962 voertuigen die geschikt zijn voor LPG, waarvan de Sandero iets meer dan de helft voor zijn rekening nam.
Het modellengamma werd in het najaar van 2025 versterkt met de Sandero, Jogger, Logan en Duster, die werden uitgerust met de nieuwe 1,2 liter 3-cilinder motor van 120 pk. Voor het eerst is deze dual-fuel variant ook combineerbaar met een automatische transmissie, waardoor de aantrekkingskracht groter wordt dan alleen voor de meest prijsbewuste kopers.
En het merk stopt daar niet, want Dacia blijft investeren in LPG. Op het Autosalon van Brussel van afgelopen januari presenteerde het merk de Bigster en Duster Eco-G, die mild hybride technologie combineren met een elektrische achteras voor vierwielaandrijving. In deze configuratie kondigt Dacia een reductie van de CO2-uitstoot aan van 20 g/km ten opzichte van een vergelijkbare benzineversie. Dankzij de 2 tanks (benzine en LPG) heeft de betreffende Duster een actieradius van liefst 1.500 km zonder te tanken.
Deze modelintroducties benadrukken duidelijk de onduidelijkheid van de situatie: industrieel gezien blijft LPG zich ontwikkelen en geavanceerder worden, hoewel de regelgeving er uiteindelijk voor zorgt dat het moeilijk toepasbaar is. Binnen de Renault Groep zal LPG later beschikbaar komen in de vorm van de 120 pk sterke 1.2 Eco-G motor in de nieuwe Clio VI, waarbij de LPG-tankinhoud wordt vergroot van 32 liter naar 50 liter. Ook de Captur en Symbioz zullen later dit jaar van deze motor profiteren.
Het momentum van LPG is echter sterk afhankelijk van bepaalde belangrijke markten. Italië blijft verreweg het belangrijkste Europese land, met naar verwachting 141.147 registraties in 2025, goed voor 41 procent van het totaal op het oude continent, ondanks een verkoopdaling van 2,4 procent
Dit hangt samen met het terugtrekken van Fiat en Lancia uit het aanbod. Spanje kende de meest dramatische groei, met een stijging van 77 procent tot 59.284 eenheden, waarmee Frankrijk werd ingehaald. Roemenië, de thuismarkt van Dacia, groeide met 47 procent tot 22.675 auto’s en werd daarmee de vierde grootste Europese markt.
