De Renault Espace, een krachtig symbool van de moderniteit die het merk met het wybertjeslogo in de jaren-80 belichaamde, verdwijnt na een carrière van meer dan 45 jaar en 6 generaties van het toneel. De koning van de MPV modellen, die geleidelijk aan terrein verloor aan de SUV, is ten dode opgeschreven, Niet alleen vanuit technologisch oogpunt, maar ook omdat de autoconsument een ander type auto blieft.
Renault, die niet alles kan doen, moet pragmatische technische keuzes maken. De Franse autofabrikant zet haar kaarten in op het zogeheten RGEV Medium 2.0 (acroniem voor: Renault Groupe Electric Vehicle) platform. Deze architectuur vormt de basis voor volledig elektrische opvolgers van de Austral en de Rafale. Helaas is dit hightech platform, uitgerust met 800V-technologie (om de laadtijd aanzienlijk te verkorten) en goed voor een actieradius van 750 km met accu’s die 40 procent goedkoper zijn dan de huidige exemplaren, niet wordt ontworpen om 7 personen te vervoeren. Renault vindt het belangrijker dat het platform, als een Zwitsers zakmes, plaats biedt aan één of twee elektromotoren (met maximaal 500 pk) en zelfs achterwielbesturing. Maar 7 zitplaatsen oftewel 3 rijen zetels was het unique selling point van de Espace. Hoewel de huidige editie in feite gewoon een verlengde Austral is.
In 2025 was de Renault Clio, de bestverkochte auto op de Franse markt met 101.892 registraties; een stijging van 11,4 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. De Austral trok daarentegen slechts 18.944 klanten; een daling van 27,6 procent. De elektrische Scénic, die na een moeizame start werd uitgeroepen tot Europese Auto van het Jaar 2024, lijkt eindelijk zijn draai te hebben gevonden met 16.128 verkochte exemplaren; een stijging van 80 procent. De Rafale, een SUV-coupé met optioneel plug-in hybride technologie en 300 pk, trok vorig jaar 8.443 kopers. Dat waren er 50,8 procent meer dan in 2024. Ondanks een facelift in de zomer van 2025, die de voorkant aanzienlijk moderniseerde, kende de 6de generatie van de Espace, die in het voorjaar van 2023 werd gelanceerd, slechts wisselend succes. Hoewel er met 8.687 verkochte exemplaren iets meer van de Espace werden verkocht dan van de Rafale vorig jaar, daalde de totale verkoop met 20,8 procent. Het verwachte facelifteffect bleef uit.
De eerste generatie Espace, gestroomlijnd en elegant als de TGV-hogesnelheidstrein, had de uitstraling van een werkelijk uniek en atypisch topmodel. Met zijn vlakke vloer, zijn indeling als een rijdende lounge en zijn compacte formaat belichaamde hij moderniteit. Kortom, het was een auto zonder gelijke in het autolandschap van die tijd. Begin jaren negentig vertegenwoordigde de tweede generatie, de vermogenstoename van het model met de introductie van de V6 benzinemotor in combinatie met Quadra vierwielaandrijving. En puur voor de show was er de memorabele Espace F1 met zijn V10-motor die meer dan 800 pk leverde. In 1996 bereikte de derde editie van de Espace zijn volwassenheid met een meer serieuze stijl en, bovenal, met de introductie van een tweede carrosserievariant die beter geschikt was voor de 7-zitsconfiguratie, waardoor de lengte van de auto toenam van 4,52 meter tot 4,79 meter. Na de korte levensduur van deze Espace (slechts 6 jaar in productie) zette de vierde generatie de ervaring voort door 13 jaar lang onderdeel van het Renault gamma uit te maken. Daarmee bereikte het model zijn hoogtepunt, maar tegelijkertijd ontstonden de eerste twijfels over de levensvatbaarheid van de MPV op de lange termijn in het licht van de opmars van premium SUV’s. In 2015 sloeg de Espace de crossover-weg in, maar dat bleek een doodlopende route te zijn. Klanten waren teleurgesteld over de gebrekkige bouwkwaliteit en de talrijke betrouwbaarheidsproblemen. De vijfde generatie voldeed simpelweg niet aan de verwachtingen; hij was te groot (4,85 meter) in relatie tot zijn interieurruimte en daardoor ongeschikt voor menig Parijzenaar die vlot wilde kunnen parkeren. De huidige Espace werd gelanceerd in 2023 en vernieuwd in 2025, maar had net zo goed ‘. De naam is afkomstig van het toenmalige management onder leiding van de toenmalige directeur Luca de Meo’s ulette gaf, op zoek naar een symbool, de voorkeur aan dit symbool boven dat van ‘Grand Austral’ kunnen heten.
