Stellantis ontmantelt Opel gestaag. Het R&D centrum in Rüsselsheim sluit zijn deuren. Van de oorspronkelijke 7.000 ingenieurs blijven er nog maar 1.000 over.
Bezuinigingen zijn niet de primaire drijfveer want dan zou er ook gesnoeid zijn in het aantal banen in de R&D centra van Stellantis in Frankrijk, Italië en de Verenigde Staten. Wat is dan wel de reden waarom er alleen bij Opel wordt bezuinigd hooggekwalificeerde functies? Slecht leiderschap.

In Rüsselsheim worden belangrijke taken geschrapt die ook op andere Stellantis locaties kunnen worden uitgevoerd. De prototypeontwikkeling is al stopgezet en nu volgt ook het R&D centrum, waar onder andere materialen en technische componenten worden getest. Dit betekent dat er in de toekomst geen enkel Opel model meer in Duitsland ontwikkeld zal worden. De Fransen en Italianen, verantwoordelijk voor flops als de Alfa Romeo Tonale, Citroën CX-5, DS 9, Fiat 600, Jeep Renegade, Lancia Ypsilon, Maserati Grecale, Peugeot 408. denken dat beter te kunnen. Het tegendeel is waar, maar de Franse en Italiaanse managers stellen hun eigen belang boven dat van de groep. En dus stevent Stellantis af op een faillissement. Taken met betrekking tot rijhulpsystemen en digitale verlichting zullen in Rüsselsheim naar verwachting behouden blijven.
In totaal werken er 6.800 mensen voor Stellantis in Rüsselsheim, oftewel 850 minder dan een jaar geleden. De ontwikkelingsafdelingen hebben de afgelopen jaren al zwaar te lijden gehad. Voor de verkoop door General Motors in 2017 werkten er naar verluidt 7.000 ingenieurs op de locatie. Maar Stellantis heeft besloten dat een nieuwe SUV voor Opel voornamelijk zal worden ontwikkeld door Leapmotor, de Chinese partner van het Franse-Italiaanse-Amerikaanse autoconcern. Opel zal alleen verantwoordelijk zijn voor het exterieurontwerp. De elektrische auto zal in Spanje worden gebouwd.
Terwijl ingenieurs in Rüsselsheim vervroegd met pensioen gaan of ontslagvergoedingen ontvangen, zoekt Stellantis elders naar soortgelijk personeel, zij het voor andere functies. CEO Antonio Filosa wil de kwaliteit verbeteren, die onder zijn op kostenbesparing gerichte voorganger Carlos Tavares te lijden had gehad. In de Verenigde Staten heeft Stellantis in dit kader 2.500 nieuwe ingenieurs aangenomen. In Frankrijk komen er 1.400 medewerkers bij. In Italië worden 100 ingenieurs aangenomen. Een keuze die alleen in achterkamertjes gemaakt kan zijn, oftewel waar alleen Fransen en Italianen aan de touwtjes trekken. Want in Duitsland heeft Stellantis juist het meeste te winnen: het is met afstand de grootste automarkt van Europa met een relatief lage peneratie van Chinese autofabrikanten. Dit maakt het zinvol om juist daar te investeren. Maar Stellantis is gegijzeld door vriendjespolitiek.
