Citroën zal in oktober op de autosalon van Parijs een moderne interpretatie van haar 2CV presenteren. Het is de bedoeling dat dit model in 2028 in productie gaat. Maar eigenlijk had Citroën al in 1986 de opvolger van de 2CV gelanceerd: de AX.
Met zijn eenvoud, om niet te zeggen zijn robuustheid, en zijn zeer basale instapmodel (de 10E die het zonder achterruitwisser, rechter buitenspiegel en zelfs een zonneklep aan de passagierskant moest doen), was de Citroën AX inderdaad een moderne interpretatie van de 2CV, met name in 5-deurs vorm, die in 1987 aan het gamma werd toegevoegd. In datzelfde jaar stopte Citroën met de verkoop van de iconische 2CV in Nederland. Het ligt dan voor de hand om de AX als zijn opvolger te bestempelen, maar feitelijk verving dit nieuwe Citroën model de LN/LNA, de Visa, de Dyane en de Axel.

De PSA Groep had zichzelf in 1983 van een faillissement gered door een 2-tal levensreddende modellen op de markt te brengen: de Peugeot 205 en de Citroën BX. Maar daarmee waren nog niet alle problemen opgelost. Bij Citroën moest de BX absoluut worden ondersteund door een kleiner broertje als instapmodel, dat bovenal geen concurrentie mocht vormen voor de 205. Met deze randvoorwaarde ging het ontwikkelingsproject, intern bekend als S9, in het grootste geheim van start.

Computerondersteund ontwerp (CAD) stond toen nog in de kinderschoenen. Het merk met de dubbele chevron omarmde de techniek en introduceerde het op de AX. Computertechnologie stelde de kleine Citroën in staat om de sterkte van de materialen en hun plaatsing in de carrosseriestructuur te optimaliseren. Denk bijvoorbeeld aan de volledig glazen achterklep en de diverse kunststof onderdelen van het dashboard en de deurpanelen, die met uiterste precisie zijn gesneden. Uiteindelijk bleek de AX, met een lengte van slechts 3,53 meter, een lichtgewicht te zijn: slechts 630 kg voor de meest eenvoudige uitvoering. Daarnaast beschikt de auto over een zeer verfijnde aerodynamica, zoals blijkt uit de opmerkelijk lage luchtweerstandscoëfficiënt (Cd) van 0,31. De AX belichaamde daarmee perfect de tijdsgeest waarin veel aandacht was voor een laag verbruik.

Een interessant detail is dat de Citroën AX aanvankelijk een MPV-achtig silhouet zou krijgen, vergelijkbaar met dat van de Renault Twingo, die pas in 1992 verscheen. Citroën had in 1984 op de autosalon van Parijs de Eco 2000 conceptstudie gepresenteerd als vingeroefening voor een nieuw instapmodel. Maar tijdens zogeheten clinics bleek dat het overgrote deel van de beoogde klantenkring dit ontwerp afkeurde. Om een breder publiek aan te spreken, verscheen van de Citroën AX, minder dan een jaar na de publieke onthulling van de 3-deurs versie op de autosalon van Parijs in oktober 1986, een uitvoering met achterportieren die het gamma perfect aanvulde.

Vanaf 1987 werd de AX ook aangeboden in 2 verschillende op een jeugdiger publiek gerichte versies: de Sport en de GT, met respectievelijk 95 pk en 85 pk. De eerste is vrij uitgekleed om, net als bij de Peugeot 205 Rallye het geval was, de prestaties met een laag gewicht te kunnen maximaliseren, terwijl de tweede zich met meer uitrusting richtte op comfort. De AX Sport werd in de zomer van 1991 vervangen door de 100 pk sterke GTI versie. De gelijknamige Peugeot 205, die in 1984 was gelanceerd, had toen al ruimschoots de tijd gekregen om zich in het segment van hete hatchbacks als maatstaf te vestigen. Deze timing was zorgvuldig gekozen om te voorkomen dat de 205 en de AX elkaars verkoopcijfers zouden beïnvloeden.
De Citroën AX werd amper 2 jaar na de lancering ook aangeboden in een zuinige dieselversie. Met zijn 1,4 liter motor vormde hij geen concurrent voor de Peugeot 205 GLD / GRD die een 1,8 liter blok had.

Het Citroën AX-gamma was opvallend breed, met maar liefst 6 uitvoeringen (E, RE, TE, TRE, TRS en TZS), naast de Sport-, GT- en GTI-versies. De carrière van het model werd, typerend voor die tijd, gekenmerkt door een groot aantal speciale edities, waardoor het gamma naar believen kon worden vernieuwd. Voorbeelden hiervan zijn de AX K-Way en de AX Spot.

De Citroën AX, waarvan de productie tussen 1986 en 1998 plaatsvond in de Franse fabrieken Aulnay-sous-Bois en Rennes, Vigo in Spanje, Mangualde in Portugal en Marokko, bleef op de Franse thuismarkt qua populariteit in de schaduw van zijn rivalen, de Peugeot 205 en Renault 5 Supercinq, maar er werden meer dan 2,5 miljoen exemplaren van verkocht. Dat is 2 keer zoveel als van de Visa! Van de LN/LNA werden slechts 350.000 stuks.

De AX zou worden afgelost door de Saxo, waarvoor Citroën weinig moeite had gedaan om te maskeren dat dit feitelijk een Peugeot 106 was. Merkfans en de rest van het autopubliek waren niet onder de indruk. Pas vanaf de C3-modelserie lukte het Citroën weer goed om zich te profileren in het B-segment. Toch kreeg de AX 10E pas in 2005 een spirituele opvolger in de vorm van de C1. Zal de nieuwe 2CV net zo populair worden?
