Door een overeenkomst te sluiten met de Chinese fabrikant Leapmotor heeft autoconcern Stellantis haar modellengamma uitgebreid met een nieuwe elektrische compacte middenklasser: de veelbelovende B05, een directe concurrent van de Peugeot E-308. De stap lijkt riskant: blijft de Fransoos overeind bij de confrontatie met het door een agressieve prijsstelling en technologische innovaties gekenmerkte Chinese alternatief?
Arme E-308! De elektrische compacte middenklasser van Peugeot lijkt met zijn forse prijs, verouderde design en gebrek aan technische pretenties (vooral wat betreft actieradius en laadsnelheid), vanaf het begin van dit duel gedoemd om te verliezen van deze nieuwe Chinese concurrent. Neem bijvoorbeeld de prijs van de geteste Allure uitvoering: 38.750 euro. Dat is ruim 8 mille meer dan de duurste Leapmotor B05, de ProMax Design uitvoering moet opbrengen. Maakt de e-308 zijn meerprijs waar?
(meer beeldmateriaal volgt)
Door zich in te kopen bij de jonge Chinese fabrikant Leapmotor (opgericht in 2015) en een joint venture op 50:50 basis te vormen voor wat betreft de Europese verkoopactiviteiten, wil Stellantis haar aanbod aan vooral emissievrije modellen tegen minimale kosten uitbreiden om zo te voldoen aan de Europese regelgeving. Maar haalt het Frans/Italiaanse autoconcern op deze manier niet het Paard van Troje binnen? De Leapmotor B05 is immers een directe concurrent van de Peugeot E-308 (en de Opel Astra). Het nieuwe familielid heeft technisch absoluut niets gemeen met deze 2 Europese modellen. Dat komt vooral doordat de Leapmotor B05 gebaseerd is op een Chinees platform dat speciaal ontwikkeld is voor elektrische aandrijving. De E-308 moet het doen met een onderstel dat oorspronkelijk ontworpen was voor verbrandingsmotoren en hybride aandrijflijnen (EMP2), maar dat later geschikt werd gemaakt voor volledige elektrificatie.
Naast het prijsverschil lopen ook de technische specificaties sterk uiteen: de E-308 heeft dankzij de recente facelift weliswaar een iets grotere accu gekregen (58,3 kWh bruto / 55,4 kWh bruikbaar), maar blijft achter bij de Chinese auto die een accu van 67,1 kWh (bruto) heeft. De Chinese auto belooft een actieradius van 482 km (450 km voor de Fransman), laadt sneller op (174 kW versus 100 kW voor de Peugeot) en levert 218 pk, terwijl de E-308 het moet doen met 156 pk. Is er sprake van een kamikaze actie bij Stellantis? Niet perse. De E-308 heeft nog steeds een aantal serieuze voordelen, te beginnen met de eersteklas rijervaring. Een testrit in de praktijk kan dus verrassingen over deze testmatch opleveren.
Rijden in de Peugeot E-308 Allure
De facelift die eind 2025 plaatsvond en voornamelijk cosmetisch van aard was, heeft het belangrijkste verkoopargument van deze derde generatie Peugeot 308 niet veranderd: het zorgvuldig ontwikkelde onderstel dat garant staat voor een bijzonder prettige balans tussen comfort en dynamiek. De keuze voor een bescheiden accu houdt het gewicht in ieder geval laag, namelijk 1.674 kg. De redelijk stevige vering geeft progressieve feedback, hoewel deze op hobbelige wegen bij lage snelheden wat hard kan aanvoelen. Het comfort blijft hoog en de rijervaring doet denken aan de gouden eeuw van Peugeot, ook al heeft de testauto niet meer helemaal de scherpte van de vorige generatie 308. De precisie van de vooras is opmerkelijk, dankzij de goed geleidende, soepele en passend gewogen stuurbekrachtiging. Kortom, de levendige rijeigenschappen en wendbaarheid van deze E-308 zijn een genot en compenseren het relatief bescheiden vermogen. De motor levert slechts 109 pk in de middelste stand; alleen in de Sport modus kan men de 156 pk volledig benutten. Hoewel hij geen snelheidsrecords verbreekt (9,3 seconden om vanuit stilstand naar 100 km/u te accelereren), reageert de Franse auto voldoende vlot, ook omdat het koppel van 270 Nm (niet monsterlijk veel, maar wel direct beschikbaar), nooit tekortschietend aanvoelt.
Dit maakt de Peugeot E-308 een van de meest plezierige elektrische compacte middenklassers om in te rijden. De uitstekende geluidsisolatie draagt bij aan dit indrukwekkende beeld, zelfs bij hoge snelheden waar windgeruis perfect acceptabel blijft. Dit enthousiasme moet echter wel getemperd worden: er is niets veranderd aan het interieur van de 308, waar sommigen nog steeds zullen klagen over de onhandige zitpositie. Het kleine stuurwiel en het overhangende ‘i-Cockpit’ instrumentenpaneel, inmiddels kenmerkend voor Peugeot, zijn niet geschikt voor alle lichaamstypes of rijgewoonten. Het onderste deel van de meters wordt deels bedekt door de stuurwielrand, tenzij je bereid bent om te opteren voor een hogere zitpositie. Ook de transmissiehendel (op de middenconsole) vereist soms een tweede druk voordat de vooruit- of achteruit stand wordt ingeschakeld. Dat is irritant tijdens manoeuvreren.
Een welkome verbetering die tijdens de facelift werd doorgevoerd, is dat de 308 (voorheen alleen uitgerust met een B-modus), nu beschikt over schakelflippers aan het stuur om de regeneratieve remkracht aan te passen (er zijn 3 niveaus, waarbij het sterkste stand progressief en gemakkelijk te doseren blijft). Er is echter geen One-Pedal-Driving functie, die tegenwoordig bij de concurrentie bijna altijd standaard is. Sterker nog, de Peugeot biedt slechts het absolute minimum dat je van een moderne compacte auto mag verwachten op het gebied van rijhulpsystemen: alleen adaptieve cruise control (met Stop&Go) is standaard aanwezig. In de E-308 zijn de gebruikelijke waarschuwingen en rijhulpsystemen (snelheid, rijstrook) gelukkig discreet en gemakkelijk uit te schakelen (via een van de knoppen of de aanraakgevoelige strip op de middenconsole). Omdat deze systemen niet te opdringerig zijn, ben ik geneigd ze actief te laten. Precies het tegenovergestelde van wat mij te wachten staat aan boord van de Leapmotor B05.
Rijden in de Leapmotor B05 ProMax Design
De Peugeot en de Leapmotor mogen dan formeel familie van elkaar zijn, in de praktijk merk je daar niet veel van. Het eerste ongebruikelijke kenmerk is dat je de B05 activeert door de sleutelkaart (of jouw smartphone) op de buitenspiegel aan de bestuurderskant te plaatsen, die is uitgerust met een NFC-sensor. De eerste kilometers zijn al even verwarrend: een eigenaardigheid die door Tesla is geïntroduceerd en nu gangbaar is in Chinese auto’s, is dat de motor start zonder startknop. Voet op de rem, sleutelkaart in de middenconsole en je kunt wegrijden! Laten we het maar niet hebben over de tergend gebruiksonvriendelijke touchscreen-interface, die je dwingt om het scherm en de bedieningselementen op het stuur te gebruiken om de spiegels te verstellen, evenals alles wat met autorijden te maken heeft (zelfs de koplampen). Je moet tijd besteden aan het methodisch uitschakelen van de talloze rijhulpsystemen. Daarvoor dien je door het speciale menu te scrollen (of door moeizaam een sneltoets op het stuur in te stellen). Anders wordt elke rit een kakofonie van min of meer herkenbare waarschuwingen en verandert de rit al snel in een zenuwslopende beproeving, verergerd door de ijverige of grillige werking van bepaalde systemen (bijvoorbeeld de onvoorspelbare en abrupte rijstrookassistentie). Daar komen nog de spookachtige reacties van de adaptieve cruisecontrol bij, die soms plotseling en onverwacht afremt… zonder duidelijke reden. Erger nog, het dragen van een zonnebril wekt de woede van het systeem op, dat jou elke 10 seconden waarschuwt dat het tijd is voor een pauze vanwege vermoeidheid! Al met al leidt deze ergerniswekkende stroom aan waarschuwingen mij af van mijn primaire taak achter het stuur: autorijden.
Qua prestaties maakt de B05 zijn 218 pk waar: de krachtige acceleratie en trekkracht zorgen ervoor dat hij de E-308 makkelijk voorbijstreeft, maar zijn karakter is allesbehalve sportief, ondanks de achterwielaandrijving. Maar eenmaal verlost van die onhandige elektronische poortwachters (tot de volgende keer dat je hem start), blijkt deze B05 verrassend prettig om mee te rijden en doet hij jou zijn gewicht bijna vergeten. De Leapmotor is met 1.837 kg namelijk een stuk zwaarder dan de Peugeot. Dat komt doordat zijn LFP-accu meer weegt dan de door NMC-cellen gekenmerkte batterij van de Peugeot. Verwacht echter niet de scherpe rijeigenschappen van de Peugeot. Hoewel de B05 achterwielaandrijving heeft, is hij merkbaar minder levendig dan de E-308 met voorwielaandrijving. Je moet genoegen nemen met een stroeve, kunstmatig aanvoelende en te lichte besturing, hoewel deze wel in 3 standen kan worden aangepast (door op het scherm te tikken). De sportievere stand biedt dan een degelijke wegligging. Ondanks een vering die zachter is dan die van de Peugeot, met comfort als prioriteit, blijft de carrosseriecontrole goed en vertoont de wegligging geen echte zwakke punten. Hij is veel preciezer dan de logge B10, een SUV waarvan hij het platform leent (maar dat door de ingenieurs van Stellantis keurig is aangepast aan de Europese markt). Opmerkelijk is dat de demping soms te stug is: er zijn onaangename schokken voelbaar, deels toe te schrijven aan de grote 19 inch wielen. Ter vergelijking: de 308, uitgerust met 18 inch exemplaren, filteren oneffenheden in het wegdek uitstekend. Hetzelfde geldt voor wind- en rijgeluid, die boven de 120 km/u in de B05 te merkbaar zijn.
Hoewel hij qua precisie en rijplezier niet kan concurreren (daarvoor blijkt de Peugeot met zijn multilink-achterwielophanging dynamischer en in staat om oneffenheden in het wegdek beter weg te filteren), neemt de Leapmmotor de leiding wat betreft acceleratie dankzij zijn superieure vermogen (218 pk): de Franse auto is 2,6 seconden trager van 0 naar 100 km/u. Het verschil is in de praktijk niet zo significant en de B05 heeft zelfs iets minder koppel (240 Nm). De toevoeging van een Launch Control modus, die nogal onspectaculaire starts vanuit stilstand mogelijk maakt, lijkt volkomen misplaatst. Leapmotor zou er goed aan doen om te werken aan andere functies die verbeterd kunnen worden: naast de omslachtige toegang tot de eerder genoemde assistentiesystemen, is er het regeneratief remmen, dat alleen via het scherm kan worden geconfigureerd (3 stappen vanaf het startscherm) en de One Pedal Driving modus, die alleen kan worden geactiveerd wanneer het voertuig stilstaat.
Actieradius en laadvermogen van de Leapmotor B05 en Peugeot E-308
De Peugeot vereist vaker en langer stoppen, vooral tijdens ritten op snelwegen: de kleinere accu (55,4 kWh versus 67,1 kWh) accepteert slechts 100 kW snel laden, terwijl zijn Chinese concurrent 174 kW haalt. De winst van een paar kWh die vorig jaar werd doorgevoerd, heeft de situatie voor de E-308 niet echt veranderd. De veelzijdigheid blijft beperkt: met een netto capaciteit van slechts 55,4 kWh blijft de enige aangeboden batterij (geleverd door het Chinese bedrijf CATL) achter bij de concurrentie. De actieradius is echter niet slecht, met een geadverteerde 450 km in de gecombineerde cyclus, en het verbruik is in & om de stad gematigd (14 & 16,5 kWh/100 km). Het verbruik neemt logischerwijs toe op de snelweg, waar de boordcomputer 20,5 kWh aangeeft. Ook dit resultaat is indrukwekkend voor een auto die gebaseerd is op een platform dat niet specifiek is ontworpen voor 100% elektrische voertuigen en getuigt van een goed doordacht ontwerp. Maar een probleem blijft de bescheiden actieradius op de snelweg, die dan nauwelijks boven de 200 km zal uitkomen.
Wat de B05 betreft, zijn er 2 accu’s (eveneens van CATL) beschikbaar: 56,2 of 67,1 kWh bruto (de netto capaciteit wordt door Leamotor niet gespecificeerd), met een actieradius van respectievelijk 401 km en 482 km. Voor mijn ProMax testauto, uitgerust met de grootste accu, lijkt het voordeel van vermoedelijk circa 10 kWh ten opzichte van de Peugeot gering: dit komt door het iets hogere verbruik op de snelweg (21,2 kWh/100 km op dezelfde route), terwijl het gemiddelde verbruik buiten de bebouwde kom gelijk is (circa 16,5 kWh/100 km). De B05 daarentegen blijkt bijzonder zuinig in de stad met een verbruik dat gemakkelijk onder de 12 kWh/100 km blijft. Het is belangrijk om te vermelden dat de vergelijking plaatsvond bij zomerse temperaturen (tussen 22 en 27 graden Celsius), wat gunstig is voor de cijfers.
Bij beide testauto’s is een eenvoudige en efficiënte routeplanner geïntegreerd in het navigatiesysteem (en gemakkelijker leesbaar op het grote scherm van de B05). De laadtijden zijn onmiskenbaar in het voordeel van de Chinese auto: met 174 kW DC snel laden laadt de B05 in slechts 20 minuten van 20 procent naar 80 procent op, terwijl de Peugeot 33 minuten aan de lader blijft voor dezelfde taak, ondanks een kleinere accu. De E-308, die op dit gebied achterloopt sinds de lancering, blijft het laadvermogen beperkt tot 100 kW. Het lukte de testauto echter niet om deze belofte waar te maken, want de laadcurve zakt onder de 90 kW na 30 procent lading. Wat betreft het opladen via netstroom is het standaard: beide auto’s zijn uitgerust met een 11 kW-lader (ongeveer 5 uur en 30 minuten voor een volledige lading van de E-308, en 6 uur en 15 minuten voor de B05).
Interieur en bagageruimte van de Leapmotor B05 en Peugeot E-308
Binnenin zijn de 2 hoofdrolspelers totaal verschillend. Het interieur van de 308, die in 2021 werd gelanceerd, begint zijn leeftijd te tonen: het dashboard, met zijn ingewikkelde, hoekige ontwerp, is tijdens de facelift niet veranderd. Over de algehele bouwkwaliteit en de gebruikte materialen hoef ik niet uit te wijden: die zijn over het algemeen van hoge kwaliteit. Afgezien van de zitpositie en een paar eerdergenoemde ergonomische details, is de Franse auto makkelijk te bedienen. De sneltoetsen onder het scherm en het touchpad maken alles eenvoudig: je hebt in een oogwenk toegang tot media, instellingen en klimaatregeling. Een groot contrast met de Leapmotor, waarvan de schijnbare eenvoud ten koste gaat van de praktische bruikbaarheid! Toegegeven, de extreem minimalistische ambiance van de B05 sluit goed aan bij de huidige trends, en een paar stijlelementen maken indruk (vooral de frameloze deuren zijn ongebruikelijk voor het C-segment). Afgezien van een paar eenvoudige plastic onderdelen, lijkt de bouwkwaliteit solide, hoewel er op hobbelige wegen wel wat rammels en kraakjes hoorbaar zijn, afkomstig van de achterbank en de bekleding van de kofferbak.
Het multimediasysteem van de Leapmotor werkt vloeiend en is responsief, aangedreven door krachtige software (Qualcomm Snapdragon). Het scherm maakt indruk met zijn graphics, maar het overmatige gebruik van touchscreens belemmert de gebruiksvriendelijkheid. Afgezien van het stuurwiel en 2 hendels (voor de transmissie en de ruitenwissers) zijn er weinig fysieke bedieningselementen: elektrische ramen (omgekeerd gemonteerd en daardoor nogal onpraktisch), alarmlichten (in het plafond!): dat is het. Zoals eerder vermeld, regelt het grote touchscreen (14,6 inch) alle aspecten van het leven aan boord. Hoewel de complexiteit van de verschillende menu’s soms irritant kan zijn, is de interface desalniettemin goed ontworpen en het scherm biedt een uitstekende beeldkwaliteit.
De 308 behoudt een meer bescheiden, maar originele interface met zijn 2 touchpads. Het gedateerde display en het trage respons van het scherm verraden de leeftijd van het ontwerp, maar over het geheel genomen is het intuïtief. De 308 wint de knoppenwedstrijd! De Peugeot kan, met zijn bescheiden 10 inch scherm dat soms wispelturig is en vatbaar voor onverwachte uitval, niet concurreren met de goed ontworpen interface en de uitstekende beeldkwaliteit van de Leapmotor. Toch heeft ook de B05 een paar eigenaardigheden die het vermelden waard zijn: haperende CarPlay-connectiviteit, inductief opladen dat creditcards ontgrendelt die op een smartphone zijn opgeslagen… verrassend.
Achterin de Leap worden 2 lange volwassenen vorstelijk gehuisvest: er is een comfortabele, niet te lage, bank en een royale beenruimte plus een vlakke vloer, waardoor zelfs een derde passagier comfortabel mee kan reizen. Het glazen dak laat veel licht binnen. De B05 profiteert duidelijk van zijn grotere formaat en zijn langere wielbasis van 2,74 meter (6 cm meer dan de Peugeot). De bagageruimte van de B05 is echter lastig toegankelijk vanwege de hoge dorpel en stelt teleur met een volume van slechts 345 liter. En er is geen frunk om dit te compenseren. De B05 pakt wel extra punten met zijn opbergruimte, die groter en uitgebreider is dan in de E-308 dankzij een ruim opbergvak onder de middenconsole.
Het zwakke punt van de Peugeot: ondanks zijn robuuste formaat is de beenruimte achterin beperkt. De bank is uitnodigend, hoewel het zitkussen wat kort is en weinig ondersteuning biedt voor de bovenbenen. De indruk dat de E-308 achterin nogal krapjes is, wordt versterkt door een benauwder gevoel vanwege het kleinere raamoppervlak. En de kofferbak? hoewel niet voorbeeldig, doet de E-308 het beter dan de Leapmotor met een bagageruimte van 361 liter. Maar ook hier is er geen opbergruimte onder de motorkap.
De moduleerbaarheid blijft in beide gevallen beperkt tot een in tweeën gedeelde achterbank (2/3-1/3). En er is geen echte dubbele laadvloer, slechts een ruimte (iets ruimer in de Franse auto) die nauwelijks groot genoeg is om laadkabels in op te bergen .
Wat zijn de prijzen van de Leapmotor B05 ProMax Design en de Peugeot E-308 Allure?
Hier valt niet over te discussiëren; het prijskaartje van de Peugeot is bijzonder stevig. Dat is reeds het geval in vergelijking met zijn Europese concurrenten (met name de Volkswagen ID.3). Tussen de 2 testauto’s zit een prijsverschil van ruim 8 mille. Dat gat is te groot voor Peugeot dealers om met kortingen (doorgaans rond de 2.800 euro) te kunnen dichten.
Het is bovendien geen verrassing dat de Peugeot het qua uitrusting moeilijk heeft, hoewel hij zeker niet karig is uitgerust. Je moet echter diep in de buidel tasten voor een warmtepomp (650 euro), een set 360-graden camera’s (800 euro in een pakket met dodehoekdetectie) of de topuitvoering GT (2.250 euro) om een uitrustingsniveau te krijgen dat enigszins in de buurt komt van de B05. Al het hiervoor genoemde is standaard op de Leapmotor, zelfs op de instapversie, samen met een panorama dak (niet beschikbaar op de 308) en elektrisch verstelbare en verwarmde stoelen op de luxere Design uitvoering. De leasetarieven liggen echter een stuk dichter bij elkaar, hetgeen doet vermoeden dat (nog) niet iedereen de waardevastheid van een Leapmotor hoog inschat.
Mijn keuze: Leapmotor B05
Goed nieuws: de verwachte mokerslag voor de Peugeot is uitgebleven. De vergelijking kan eigenlijk in 2 woorden worden samengevat: technologie (weliswaar niet altijd even goed uitgewerkt) versus rijplezier. Laten we duidelijk zijn: de E-308 blijft een van de meest aantrekkelijke elektrische compacte auto’s voor autoliefhebbers, waardoor mijn voorkeur voor dagelijks gebruik naar de Peugeot zou kunnen uitgaan dankzij de soepelere bediening, die een schril contrast vormt met zijn ronduit onverteerbare volledig digitale interface van de Leapmotor (om nog maar te zwijgen van het constante gepiep) van de Leapmotor. Maar de B05 heeft een aantal overtuigende argumenten om de weinige nadelen te compenseren: een fantastische prijs, aanzienlijk meer uitrusting en superieure elektrische prestaties (accu en laadvermogen). Hij biedt ook meer comfort en interieurruimte, waardoor hij het wint van een 308 die zijn exorbitante prijskaartje niet kan rechtvaardigen.
