Zakenauto Vierkamp

0

Hoe definiteer je ‘premium’? Is alleen de een perfecte afwerking in combinatie met hoogwaardige materialen voldoende? Vereist het in technologisch opzicht voor de troepen uitlopen? Moet je als auto daarvoor superieure rijeigenschappen bieden? Of gaat het alleen om ‘exclusief’ zijn?

De kaarten in het premiumsegment werden in 2012 opnieuw geschud toen Tesla haar Model S lanceerde. Amerikaanse autofabrikanten leken niet meer mee te tellen na het verkoopdebacle van Cadillac in Europa en de veronderstelling dat een Chrysler net zo goed Lancia kan heten. Maar Tesla schudde iedereen wakker. In Nederland staat de verkoopteller na 10 maanden op 1.321 exemplaren. Dat is een aantal waar Jaguar met de XF (215 registraties) niet aan kan tippen. Zelfs Mercedes, decennialang de koning van het premiumsegment trekt momenteel minder klanten voor haar E-klasse (1.165). Bij Volvo staat de verkoopteller voor de S90 nu op 141 stuks. Alleen met de V70 weet het Zweedse merk serieuze orderaantallen te schrijven (1.758), maar dat model hoort in een lagere (prijs)klasse thuis.

Voor deze test van Australische collega’s is dit viertal auto’s vergeleken: de Tesla Model S in 75D uitvoering (93.100 euro), de Jaguar XF als 2.0d Prestige (met automaat 56.900 euro), de Mercedes E klasse in 220d tenue (kaal, maar met automaat, 53.995 euro) en de Volvo S90 als D5 Inscription (72.675 euro, maar dan heb je ook vierwielaandrijving). De Tesla is dus veruit de duurste, maar qua bijtelling is het (natuurlijk) een heel ander verhaal. En om bijvoorbeeld de Mercedes net zo duur te maken, is niet meer dan een minuutje vinkwerk op de optielijst.

zakensedana2

De Model S kan je trouwens ook royaal van opties voorzien. Zo was de testauto uitgerust met metallic lak, wit lederen bekleding en de beroemde c.q. beruchte Autopilot assistent. Met de 75 kWh batterijenset kan de Tesla 490 kilo ver komen. Dat is een minder grote actieradius dan de conventioneel aangedreven concurrenten met een volle tank hebben, maar de Tesla is met afstand de snelste: in 5,4 seconden zit je op 100 km/u. Een dergelijke acceleratiekracht gaan nooit vervelen. Anders dan je misschien zou vermoeden, is de Model S op de snelweg niet stiller dan zijn rivalen met verbrandingsmotor. Dat komt omdat er nogal wat windgeruis en rolgeluiden de cabine van de elektrische sedan binnendringen. In het interieur maakt het volledig digitale dashboard en overmaats infotainment beeldscherm nog steeds indruk, maar er zijn ook duidelijk verbeterpunten. Zo zijn er weinig bergvakken en is het meubilair (met name achterin) nogal gewoontjes. Verder is de vering niet echt ‘premium’ en merk je bij snelle manoeuvres dat de Tesla een erg zware (meer dan 2.000 kilo) auto is. Over het (verbeterde) Autopilot systeem zijn geen klachten: dat kan nu meer én lijkt tegelijkertijd zijn eigen grenzen beter te begrijpen.

De Jaguar is vergeleken met de Tesla een vedergewicht: hij is liefst 550 kilo lichter en daarmee een echte atleet. De reflexen van de XF zijn inderdaad katachtig. Handelingen die de andere auto’s bij wijze van spreken doen struikelen, werkt de Jaguar lichtvoetig en zonder enige vorm van drama af. De 180 pk/430 Nm sterke dieselmotor is indrukwekkend zuinig en schoon (114 gram CO2/km), maar in dit gezelschap is hij ook de langzaamste. Voor de rest valt de standaarduitrusting voor een model dat zich ‘Prestige’ noemt nogal tegen. Zo moet je bijbetalen voor zaken als een digitale radio, verwarmbare stoelen of een digitaal instrumentarium. Verder is de uitstraling van het interieur nogal somber en geen enkele testredacteur zag de meerwaarde van de rotatieknop voor de transmissiebediening. Hightech kan je de Jaguar beslist niet noemen: de XF doet niet mee aan de semi-autonoom rij mode. In plaats hiervan stelt hij de bestuurder centraal en die kan vanwege het sportieve karakter van de auto aardig wat plezier beleven. Officieel moet de Jaguar maar eens per 2 jaar na de dealer voor een servicebeurt (of bij 34.000 kilometer), maar dat leek de testredactie nogal optimistisch. “Aan deze auto voel je dat hij vaker onderhoud nodig heeft”.

Vormt de technologisch relatef laagwaardige XF het tegenpool van de Model S, de Mercedes E 220d zit daar mooi tussenin. Hij combineert ouderwetse luxe met eersteklas innovaties die je in geen enkele auto aantreft. Eigenlijk krijg je een iets verkleinde variant van de S klasse, maar dan zonder diens astronomische prijskaartje. De 194 pk/400 Nm sterke E klasse is amper zwaarder dan de Jaguar, nóg schoner (102 gram CO2/km) en tegelijkertijd doen zijn mogelijkheden om semi-autonoom te rijden niet onder voor die van de Tesla. Het scala aan doordachte rij assistenten van de E klasse zorgde er voor dat de testredactie zich in de Mercedes meer op hun gemak voelden dan in de Tesla of Volvo. Ondanks alle hightech laat de E klasse zich intuïtief bedienen, hetgeen de concentratie ten goede komt. Enige smet op het blazoen is de niet al te royale hoeveelheid beenruimte achterin.

Op dit laatste aspect excelleert de Volvo S90: die is in dit gezelschap duidelijk de ruimste. Het royale, uitnodigende interieur is verpakt in de carrosserie met allemaal prachtige details. Ook de afwerking is foutloos. Zijn 235 pk/480 Nm dieselmotor is krachtiger dan die van de Jaguar of Mercedes, maar ook minder milieuvriendelijk (CO2-uitstoot 127 gram/km). Zogeheten PowerPulse techniek moet de turbo goed bij de les houden, maar de Volvo pretendeert absoluut niet een sportsedan te willen zijn. Om die reden zijn er ook geen schakelflippers. De cabine heeft de uitstraling van een lounge en biedt tegelijkertijd moderne luxe in de vorm van een tabletachtig display en een digitaal instrumentarium. Voor de rest is de Volvo ook van binnen een lust voor het oog. De S90 ruikt zelfs zoals je van een luxeproduct verwacht. Maar om mee te rijden maakt de Volvo helaas minder indruk. De vering is een beetje onrustig, de motor klinkt minder geciviliseerd dan de krachtbron van de Mercedes. Verder is de Inscription aankleding geen garantie tegen uitrustinglacunes: voor zoiets relatief simpels als Apple CarPlay connectiviteit moet worden bijbetaald. Kritiek is er ook op het gebrek aan raffinement van de geluidsinstallatie (het ziet er prachtig uit, maar het oor wil ook wat) en de veiligheidssystemen waarmee de Volvo is volgepakt zijn nogal hinderlijk aanwezig. Zo kunnen de gordels zich plotseling superstrak aanspannen als je een verkeersdrempel met de weinig respect benaderd hebt; de S90 denkt dan dat je een ravijn inrijdt of zoiets.

Conclusie

De Volvo is dus niet foutloos, net zo min als de Jaguar en Tesla dat zijn. Dat maakt de Mercedes tot de onomstreden winnaar van deze test: de E klasse is innovatief, veilig en geeft je tegelijkertijd een opulent gevoel van luxe, ondanks zijn relatief simpele motor en lage basisprijs. Ja, de E klasse is Mercedes op zijn best.

Comments are closed.