Verkoop Opel verlost GM niet van problemen

0

General Motors kan nog niet met saneren stoppen nu zij haar Europese activiteiten (Opel en Vauxhall) heeft verkocht aan PSA. Onder druk van aandeelhouders, die een hogere bedrijfswinst eisen, zullen er nog meer ingrepen volgen, vooral buiten de Verenigde Staten zelf.

De CEO van General Motors, Mary Barra (eerste foto), bevestigt dat het bedrijf nog met een paar klussen bezig is op de internationale markten. “Onze filosofie is dat elk land en elk marktsegment de kosten van de investeringen terug moet verdienen”. Voor wat betreft Europa heeft Barra er een hard hoofd in dat dit zou lukken. De Brexit duwde Opel en Vauxhall onverwachts weer in de rode cijfers en er diende zich aan de horizon een nieuwe investeringsronde aan voor schonere motoren. General Motors had niet de behoefte om dat nog mee te maken.

Lacht als eerste, maar ook als laatste? Mary Barra van General Motors

 

General Motors heeft de afgelopen jaren al fors gesneden in haar buitenlandse activiteiten. Zo wordt in Australië de Holden fabriek gesloten, trekt het bedrijf zich terug van de Indonesische en Russische automarkt, wordt in Thailand het stuur in handen gegeven aan Isuzu en is de fabriek in India tijdelijk gesloten, in afwachting van een nieuwe joint venture met de Chinese partner SAIC. Een zorgenkindje is ook Brazilië. Daar heeft General Motors met Chevrolet weliswaar een zeer sterke marktpositie, maar het land heeft last van grote (economische) onrust en dat schaadt ook de autoverkopen.

Voor wat betreft de Amerikaanse thuismarkt staan er ook genoeg issues op de agenda van Barra. Net als Fiat Chrysler al eerder deed, constateert General Motors dat het aldaar amper geld verdient met compacte middenklassers. Het bedrijf wil zich daarom concentreren op de lucratieve SUV modellen van Cadillac, Chevrolet, GMC (en Buick). Ook in de Verenigde Staten is dit het snelst groeiende marktsegment. Op dit moment maken SUV modellen een kwart uit van de verkopen van General Motors, maar het derde autoconcern ter wereld wil dat aandeel snel opvoeren. Daarnaast heeft Barra aangekondigd dat er ook wat moet gebeuren aan de enorme voorraad onverkochte auto’s bij de Amerikaanse dealers en elders in de pijplijn.

Voor wat betreft de Europese markt gaat General Motors zich nu concentreren op Cadillac en de Chevrolet modellen Camaro plus Corvette. Barra streeft voor wat betreft het premiummerk van het concern naar een “beheerste” groei in Europa. Een tamelijk overbodige opmerking, want zij hoeft zich geen moment ongerust te maken dat er onverwacht veel vraag gaat ontstaan naar het huidige repertoire. De XT5, op zich een nette SUV, heeft doel gemist vanwege het ontbreken van een dieselvariant en een te ambitieuze prijsstelling. Nu is het wachten op de kleinere XT4, die in 2019 beschikbaar moet komen voor de Europese dealers van Cadillac. Dit merk wist vorig jaar in Europa slechts 781 auto te slijten (hoewel dat er wel 33 procent meer waren dan in 2015). Daarnaast werden er ook afgerond 1.800 exemplaren van de Chevrolet Camaro en Corvette afgeleverd aan Europese klanten. Cadillac heeft op dit moment in onze marktregio niet meer dan 45 dealers, voornamelijk in Duitsland en Zwitserland. Een woordvoerder van het merk heeft gezegd dat er de komende tijd flink wat verkooppunten bij zullen komen.

General Motors zal door de verkoop van Opel/Vauxhall waarschijnlijk zijn podiumplaats qua grootste mondiale autofabrikanten moeten afstaan aan Renault-Nissan (dat zich naast AvtoVaz zich sinds vorig jaar ook eigenaar mag noemen van Mitsubishi). Dat is niet zonder risico voor wat betreft haar schaalgrootte. Het vermogen om luxe modellen voor bijvoorbeeld Cadillac te ontwikkelen, zal er niet onder lijden, maar beschikt General Motors straks nog wel over knowhow om competitieve opvolgers voor modellen als de Buick Regal (Opel Insignia) en Chevrolet Cruze (onderhuids een Opel Astra) te ontwikkelen? Maar die vraag lijkt Barra niet te boeien. Zij vindt wereldwijde aanwezigheid minder belangrijk dan winstgevendheid. En om in de Verenigde Staten flink geld te kunnen blijven verdienen, moeten er forse investeringen gedaan worden in onder meer het zuiniger maken van de modellen die General Motors daar verkoopt. Europese motoren van Opel zijn daarvoor ongeschikt in verband met de strengere Amerikaanse wetgeving. Barra zegt niet 2 keer geld voor hetzelfde soort investeringen uit te kunnen/willen uitgeven. Ook kan er zonder Opel als blok aan het been door General Motors nu meer geïnvesteerd worden in China, waar het bedrijf nog fors denkt te kunnen groeien.

Opvallend is dat het personeel van Opel blij is met de verkoop van ‘hun’ merk aan het Franse PSA. Er zullen cultuurverschillen overbrugd moeten worden en de productiviteit doelstellingen voor de fabrieken worden weliswaar flink opgeschroefd, maar op het hoofdkantoor van Rüsselsheim verwacht men meer vrijheid te krijgen dan onder General Motors. Irreëel is die hoop niet. Ook bij Volvo is sprake van een ‘autonome walhalla’ sinds het bemoeizuchtige Ford vanuit haar ivoren toren in Dearborn niet meer aan de touwtjes trekt. Bovendien is de reeds bestaande samenwerking met PSA bij de ontwikkeling van een tweetal cross-overs (Crossland X en Grandland X) goed verlopen. Een markant Duits design op basis van Franse techniek: dat zou een winnende formule kunnen zijn. Volgend jaar zal de aftandse Combo, die het nu moet doen met achterhaalde Fiat techniek, overigens worden vervangen door een soortgelijk model op basis van de Citroën Berlingo en Peugeot Partner.

Merkchef met de ‘X-factor’: Karl-Thomas Neumann blijft bij Opel

 

Karl-Thomas Neumann (tweede foto) wil na de overname door PSA voor 2,3 miljard euro graag aanblijven als baas van Opel. “Het is voor mij belangrijk om voor de werknemers te staan en leiderschap te tonen. Dat heb ik in het verleden gedaan en dat zal ik blijven doen”, aldus de topman in een interview. Neumann denkt goed door één deur te kunnen met de CEO van PSA, Carlos Tavares (derde foto): “Ik denk dat we veel respect hebben voor elkaar. Daarom zie ik een goede basis voor verdere samenwerking”. Tavares lijkt daar hetzelfde over te denken omdat hij in ziet dat het personeel van Opel alleen gemotiveerd zal blijven als zij redelijk zelfstandig hun merk kunnen runnen. Met op PSA techniek gebaseerde nieuwe modellen wil met in Rüsselsheim nieuwe exportmarkten gaan betreden. Neumann staart zich daarbij overigens niet blind op China, in tegendeel: “De Chinese markt is niet langer het geneesmiddel om alle problemen op andere markten op te lossen. Onze eerste prioriteit is om Opel weer winstgevend te maken in Europa”.

De overname van Opel en Vauxhall maakt van PSA nog lang geen mondiale wereldspeler, maar wel de op één na (Volkswagen) grootste in Europa met een gezamenlijk marktaandeel van afgerond 17 procent. Er is echter wel veel (achterstallig) onderhoud te verrichten: Bij Opel stapelden in de afgelopen jaren de verliezen zich op, maar de daling van het marktaandeel kon wel tot stilstand worden gebracht. Tavares (die Opel/Vauxhall voor een schijntje heeft binnengehaald want General Motors staat voor ongeveer 9 miljard euro aan pensioenlasten garant) wist daarentegen zijn rode cijfers om te buigen naar zwarte, maar ziet elke maand wél een paar procentpunten marktaandeel verdampen. Opel noch Peugeot/Citroën/DS hebben het lek dus boven.

Heeft gouden onderhandelingshandjes: PSA topman Carlos Tavares

 

De Brexit, voor General Motors min of meer de aanleiding om Opel/Vauxhall te dumpen, ziet Tavares overigens juist als “een goede kans”. Strategisch is het voor PSA namelijk slim om in Groot-Brittannië over productiefaciliteiten te beschikken. Eén scenario is namelijk dat de Brexit zal leiden tot een lagere koers van de pond. Dat kan goed uitpakken voor de export vanuit het Verenigd Koninkrijk. Tavares zit nu voor een dubbeltje op de eerste rang omdat hij theoretisch in de Vauxhall fabrieken ook modellen van Citroën, DS en Peugeot kan laten bouwen. Die kunnen te zijner tijd met meer winst naar de Verenigde Staten worden geëxporteerd als Theresa May namens Groot-Brittannië een apart, gunstig handelsakkoord met het land van Donald Trump sluit.

PSA wil Opel vóór 2020 weer winstgevend hebben. Het Duitse automerk is al sinds het begin van deze eeuw verlieslatend. In totaal zag General Motors 17 miljard dollar in een (bodemloze) Europese put verdwijnen. Toch namen de laatste jaren de verliezen wel af: in 2014 eindigde Opel 1,37 miljard dollar in het rood, maar vorig jaar was dit teruggebracht naar 257 miljoen dollar. PSA is zelf zoals gezegd weer winstgevend. Er kon vorig jaar 2,7 miljard euro op de eigen spaarrekening worden bijgeschreven, na in de periode 2013 t/m 2015 bijna 4 miljard euro verlies te hebben geleden. Op het eerste gezicht blijft de winst van PSA nog steeds ver achter bij die van de concurrentie (Generals Motors verdiende vorig jaar 9,4 miljard dollar, Volkswagen 5,4 miljard euro en Toyota in het gebroken boekjaar 2015/2016 zelfs 21 miljard dollar), maar niet vergeten moet worden dat de Fransen op dit moment geen premiummerk van betekenis hebben (DS moet nog uit de startblokken komen, laten we het daar maar op houden). General Motors verdient vooral aan Cadillac en haar grote SUV modellen, Volkswagen aan Audi plus Porsche en voor Toyota zijn met name de Amerikaanse activiteiten van Lexus een vitale winstbrenger.

Opel wist vorig jaar de productiecapaciteit van haar fabrieken voor 63 procent te benutten. Gemiddelde was dat voor de autobranche in Europa 71 procent. Net zo min als het repertoire van PSA is Opel momenteel een serieus alternatief voor de premiummerken. Zo ontbreekt in het gamma een grote SUV die kan concurreren met de Audi Q5. Bovendien leverde de bedrijfseconomisch afgeschreven eerste generatie Insignia vorig jaar niet of nauwelijks geld meer op. Ook is Opel ondervertegenwoordigd op de bedrijfswagenmarkt. Een goede aanwezigheid in dat segment is (ook) essentieel om winst te kunnen maken op de competitieve Europese automarkt.

Gezamenlijk zitten Opel/Vauxhall en PSA op een verkoopniveau van afgerond 4 miljoen auto’s. Dat is onvoldoende volume om tot de wereldtop gerekend te kunnen worden: Toyota, Volkswagen, General Motors en Renault-Nissan (inclusief AvtoVaz) produceerden in 2016 ieder zo’n 10 miljoen auto’s. De cijfers maken evenwel duidelijk dat Opel/Vauxhall met zijn 1 miljoen verkopen per jaar helemaal geen overlevingskansen had. Tavares denkt door de overname van de Europese divisie van General Motors wel een stevige vuist te maken richting bovengenoemde concurrenten. Dat moet gebeuren met veel kostenbesparende schaal & synergievoordelen. In het gamma van Opel en PSA zit momenteel veel overlap. Dat biedt aanknopingspunten voor een stevige efficiëntieslag als er voor vergelijkbare modellen in de toekomst dezelfde motoren gebruikt kunnen worden. En zo geldt het eigenlijk voor alle componenten. Dat er daardoor ook meer interne concurrentie zal ontstaan, gelooft Tavares niet: volgens hem hebben de merken Citroën, Peugeot, DS en Opel (Vauxhall) elkaar aanvullende imago’s. Een deel van de consumentenpopulatie zal de voorkeur geven aan Franse inventiviteit, terwijl anderen Duitse degelijkheid prefereren.

Comments are closed.