Na 7 maanden staat de verkoopteller van Lexus in Nederland op 521 auto’s. Vorig jaar was de stand eind juli 515 registraties. Een plus dus, maar de verkooptoename is veel te gering om de algehele marktgroei bij te houden. Lexus kan dus wel een aandachtstrekker gebruiken. Een bloedmooie coupé bijvoorbeeld. Die staat nu in de vorm van de LC in de showroom.

Het basisontwerp van de LC is al 5 jaar oud. In 2012 presenteerde Lexus namelijk de conceptstudie LF-LC. Daarvoor kregen de Japanners toen zo veel applaus, dat er besloten werd om de coupé in productie te nemen. Normaliter verwatert er dan heel veel bij de vertaling van ‘droom naar daad’ omdat boekhouders en productieverantwoordelijken zich er mee gaan bemoeien, maar de definitieve versie van de LC heeft nog steeds even veel show(room)appeal als 5 jaar geleden.

Daar is het Lexus precies om te doen. Zeker in Nederland kunnen van een 166.630 euro kostende coupé geen grote verkoopaantallen verwacht worden. Maar met de LC kan Lexus wel (weer) de spotlights op zich gericht krijgen. En bewonderaars naar de showroom lokken. Die dan bijvoorbeeld met een koopcontract voor een CT 200h of NX 300h op zak het dealerpand verlaten. Leuk, maar hoe goed is die LC 500 eigenlijk? Rijdt hij net zo goddelijk als zijn uiterlijk doet vermoeden?

In december 2016 kon er al kennis worden gemaakt met een preproductie exemplaar. Nu de definitieve versie klaar is, is er een mooie aanleiding voor een hernieuwde kennismaking, ook omdat de Nederlandse prijzen bekend zijn. Als ‘500’ moet de LC zoals gezegd 166.630 euro opbrengen. Maar de coupé van Lexus is ook voor veel minder te koop. Voorwaarde is dan wel dat je genoegen neemt met de hybride versie (de LC 500h), waar vooral vanwege de lagere CO2-uitstoot in Nederland een veel lager prijskaartje aan hangt: 116.495 euro.

Alle ballen worden in dit testverslag echter ingezet op de LC 500. Als je de aantrekkingskracht hebt van een sportwagen van bijvoorbeeld Aston Martin, dan hoort daar natuurlijk (minimaal) een 8 cilinder motor bij en niets minder dan dat. De LC 500h mag met zijn 50 mille lagere prijs dan het vernuftige alternatief zijn, een V6 met elektrische hulpmotor klinkt letterlijk en figuurlijk niet sexy. Pas met een atmosferische 5,0 liter V8 kom je echt aan je trekken!

De 8 cilinder kennen we al van de F uitvoeringen van de RC en GS. Voor de LC heeft Lexus de krachtbron verfijnd en akoestisch aantrekkelijker gemaakt. Ook is hij in het nieuwe paradepaard van het gamma gekoppeld aan een nieuwe 10-traps automaat. Geen CVT onding met virtuele versnellingen, maar een klassiek exemplaar. Is de V8 in een goede bui, dan is het een wereldmotor. De stemming komt er echter pas in als de toerentellernaald de 4.500 passeert, en je doortrekt tot aan de limiet bij 7.100 omwentelingen. In het onderste bereik mis je een turbo en komt de V8 trekkracht tekort, zeker voor een sportwagen die 1.935 kilo zwaar is. Ook de automaat weet niet echt te bevredigen: met 10 versnellingen zou je denken dat de ideale versnelling instant beschikbaar zou zijn, maar de praktijk is anders. De transmissie moet een ratio of 2 à 3 terug om de motor het juiste toerengebied in te dwingen, maar dat gebeurt met tegenzin en/of allesbehalve schokvrij. Okay, je kan met de schakelflippers aan de slag, maar in een auto uit de prijsklasse van de Mercedes S klasse verwacht je dat de automaat de techniek perfect beheerst.

In een reactie zegt Lexus dat de LC “absoluut geen sportwagen” is. De coupé wordt gepositioneerd als ‘Grand Tourer’, bedoeld om moeiteloos en comfortabel lange afstanden mee af te leggen. Tja. Lexus heeft bij de ontwikkeling van de LC bewust geen plek vrijgehouden voor een volwaardig reservewiel of thuisbrenger. In plaats hiervan is de coupé voorzien van runflat banden, met als gevolg een onrustig en houterig veergedrag op sommige typen ondergrond. Dat staat snel irriteren, dus je kan deze Lexus beter laten staan als je een lange rit voor de boeg hebt.

Hoewel de LC 4 zitplaatsen heeft, en Lexus hem officieel een 2+2-persoons coupé noemt, heb je achterin deze Lexus niet meer plek dan in een Porsche 911. De kofferbak is evenwel groter dan bij de hybride uitvoering omdat het bijbehorende accupakket ontbreekt. Dat maakt de LC 500 praktischer dan de ‘h’ versie.

Voor het interieur heeft Lexus prachtige materialen gebruikt waardoor de kwaliteitsbeleving zeer hoog is. Naast het fraaie interieur kan ook de stijlvolle cabine een reden zijn om verliefd te worden op de LC. De aanwezigheid van meerdere TFT schermen wijst er op dat Lexus niet heeft beknibbeld op de afwerking van het dashboard. De draaiknoppen naast het instrumentarium (de linker is voor het uitschakelen van het tractiecontrole systeem, met het rechter exemplaar kan je de rij modus (Eco, Comfort, Normal, Sport of Sport+) kiezen) zien er misschien wat vreemd uit, maar ze laten zich verrassend intuïtief bedienen en zitten uitstekend in het zicht. Lexus moet er evenwel een pervers genoegen in scheppen om nog steeds vast te houden aan het touch pad waarmee het infotainment systeem bediend moet worden. Een draaiknop of een aanraakscherm is veel gebruiksvriendelijker. Met eigenwijsheid is niks mis, maar wel als dit de dagelijkse omgang met de LC omslachtig maakt.

Als je 166.630 euro uitgeeft aan een auto (het Touring Pack kost 10.950 euro extra en omvat Alcantara/semi-aniline lederen bekleding en Alcantara afwerking van de hemelbekleding, het dashboard en andere interieurdelen. Ook een dak en instaplijsten van koolstofvezel zijn inbegrepen. Verder behoren exclusieve 21-inch tweekleurige gesmede lichtmetalen velgen, Dynamic Rear Steering (actieve vierwiel besturing), Variable Gear Ratio Steering (VGRS), een inklapbare achterspoiler en 10-voudig elektrisch verstelbare voorstoelen met sportdesign tot de uitrusting) dan mag je op elke slak die je tegenkomt zout leggen. In het geval van de Mercedes S klasse Coupé of de Porsche Panamera moet je dan lang zoeken, maar bij de Lexus zijn er simpelweg te veel verbeterpunten.

Zonder verstoring van het comfort lange afstanden afleggen is niet mogelijk. Er is snel iets dat je ergert aan de LC en dat maakt dat je voor dit geld betere allrounders kan kopen. Jammer, want eenmaal op stoom kan je aan de V8 motor heel veel plezier beleven. Hoog in de toeren blijkt de LC 500 dan tóch een duidelijke sportieve inborst te hebben. De besturing zou meer feedback kunnen bieden, maar toch krijg je een aardig idee wat er onder de voorwielen gebeurt.

De LC is bovenal een coupé die je vanwege zijn uiterlijk moet kopen. Het verdient applaus dat Lexus eindelijk een auto heeft weten te ontwerpen waarvan het design je geen ongemakkelijk gevoel geeft, maar toch: dat kan het qua ontwikkelingsbudget veel beperktere Aston Martin of Maserati ook. Van een grootmacht als het Toyota concern mag je meer verwachten. De test leert dat Lexus nog steeds niet in één adem met de beste premiummerken genoemd kan worden. Het zal druk worden in de showrooms, maar dan vooral met kijkers. Niet met kopers.
- 7
