Zorgen om Subaru

0

Het was vorige week even schrikken: de prijs van de 2.0XT uitvoering van de vernieuwde Subaru Forester: 68.195 euro. Weliswaar heeft de facelift de Japanse SUV niet duurder gemaakt, maar toch: met dit tarief bevindt de Forester zich in hetzelfde speelveld als de nieuwe Audi Q5, Jaguar E-Pace en de Volvo XC60. En met die compleet nieuwe SUV alternatieven kan de bijgepunte Subaru zich echt niet meten.

Het probleem zit hem in de hoge CO2-uitstoot van de boxerbenzinemotor van Subaru. Dat nekt ook andere modellen van het merk, want het betekent dat er in Nederland extra veel BPM moet worden afgedragen. De Forester stoot in 2.0XT uitvoering 197 gram CO2/km uit. Ter vergelijking: de Audi Q5 zit als 2.0 TFSI (met 252 pk versus 241 pk voor de Subaru) op een emissiewaarde van 154 gram. Dat is het verschil tussen wel of niet concurrerend zijn.

Gaat Subaru dit probleem op korte termijn oplossen? Ik zou er geen vergif op innemen dat dit gaat gebeuren. Subaru heeft net al zijn geld besteed aan de ontwikkeling van een nieuw platform. Daar is een model als de XV zeker van op voorruit gegaan, en het is leuk dat deze modulaire bodemplaat ook gebruikt kan worden voor een grote 7-persoons SUV (de Ascent), maar wat Subaru nu écht nodig heeft, is een nieuwe generatie motoren.

Het emissieprobleem speelt niet alleen bij de Forester. Van de jongste editie van de XV, die door het nieuwe platform niet langer ondermaats scoort qua rijeigenschappen, maar voortaan ‘gemiddeld’ (dus ook niet opvallend goed), is de CO2-uitstoot nog niet officieel bekend, maar ik schat in dat die uit zal komen op 146 gram/km. De boxermotor heeft weliswaar directe injectie gekregen, maar dat potentiële verbruiksvoordeel wordt deels teniet gedaan doordat de XV als gevolg van de stijvere bodemplaat zwaarder is geworden. Een prijsverlaging dankzij een wezenlijk lagere BPM zit er dan ook niet in. En dus ook voor deze Subaru geen betere concurrentiepositie.

Waarom maakt Subaru van zuinigere motoren geen topprioriteit? Omdat het haar niet veel kan schelen. Met name in de Verenigde Staten gaat het Subaru zeer voor de wind. Daar maalt de autoconsument niet om een laag verbruik zolang benzine relatief goedkoop is (en volgens deskundigen blijft dat nog wel even zo). Subaru hecht meer belang aan de Amerikaanse afzetmarkt dan aan Europa. En kijkend naar in het verleden behaalde verkoopresultaten heeft zij daar volledig gelijk in. Maar elke keuze heeft een consequentie. En in dit geval betekent dat: de Europese afzetmarkt glipt Subaru langzaam maar zeker uit de handen: begin 2016 had Subaru hier nog 0,3 procent marktaandeel, nu is dat 0,2 procent. In een groeiende markt verkocht het Japanse merk in juni 12,6 procent minder auto’s.

De neerwaartse spiraal is met name sneu voor de dealers, niet in de laatste plaats in Nederland. De situatie begint nu echt zorgelijk te worden: in juli zijn de verkopen bij ons meer dan gehalveerd en op jaarbasis is Subaru één van de weinig merken die niet weet te profiteren van de fors aangetrokken autoverkopen. En dat komt met name doordat de benzinemodellen te duur zijn. Over de dieselversies zou je kunnen zeggen dat die qua CO2-uitstoot (in het geval van de Forester 158 gram/km) minder negatief uit de toon vallen, maar Subaru investeert niet langer in deze krachtbron. En dat betekent dat het vermogen blijft steken bij 148 pk, terwijl de concurrentie tegenwoordig 170 tot 190 pk uit een 2,0 liter blok weet te peuteren.

Op de lange termijn is de situatie nog zorgwekkender. Als het elektrificatie scenario onafwendbaar is, dan verliest Subaru een belangrijk ‘Unique Selling Point’: haar boxermotor. Liggende cilinders zijn volgens het Japanse merk veel beter omdat dit een lager zwaartepunt voor de auto oplevert, minder trillingen, een lagere motorkap mogelijk maakt (en dus een beter uitzicht voor de bestuurder) en crashtechnisch ook voordelen heeft. Maar welk verkoopverhaal moet Subaru houden als iedereen straks een elektromotor heeft? En een fabrikant die nu nog in het 4×4 segment geen rol van betekenis speelt, zoals PSA (Peugeot, Citroën, DS), door de montage van een tweede elektromotor op de achteras ook in één klap diverse vierwiel aangedreven aan zijn gamma kan toevoegen?

Subaru wil uitgroeien tot het ‘veiligste automerk ter wereld’. Er zijn natuurlijk meer fabrikanten die een dergelijk imago ambiëren (met Volvo voorop), maar vooruit: er is geen andere uitweg. Profilering met boxermotor is een aflopende zaak, en de voorsprong die Subaru heeft met vierwiel aangedreven modellen verkleint met de dag. De consument laten betalen voor iets wat je niet aan de buitenkant of de folderspecificaties kan zien (en dat is ‘veiligheid’), is een lastige zaak. Persoonlijk zou ik veel meer werk maken van interieurambiance, zoals Peugeot dat sinds de jongste 3008 overtuigend doet. Maar ik wens de Subaru dealers heel veel sterkte. Want de transitie waar dit merk voor staat, zal een moeizaam proces worden.

Reageren is niet mogelijk.