Exclusief: test Infiniti QX50

0

Na een onderbreking van 3 jaar is de Infiniti QX50 terug. Eind dit jaar zal de nieuwe editie in de Nederlandse showrooms arriveren. Autointernationaal.nl heeft in 2017 al regelmatig aandacht besteed aan de nieuwe QX50. De reden: zijn innovatieve 2,0 liter 4 cilinder Variable-Compression Turbo (VC-T) motor. Nu volgt een exclusieve kennismaking met een vrijwel productierijp exemplaar.

Infiniti heeft de QX50 compleet vernieuwd. Die zin zou zó afkomstig kunnen zijn van de eigen PR afdeling, maar klopt in dit geval als een bus. De oude QX50 was genetisch verwant aan de Nissan 370Z. Dat gaf de Infiniti een sportieve uitstraling, maar het was niet wat de consument zocht: de zitpositie was voor een SUV te laag en de kofferbak door de slechte ruimtebenutting belachelijk klein. Daarnaast was de 3,7 liter V6 benzinemotor een enorme drinkebroer. Logisch dat hij voortijdig van de markt verdween.

De nieuwe QX50 is heel anders van opzet. Hij heeft zijn motor niet langer in lengterichting staan, maar dwars. Dit betekent standaard voorwielaandrijving (vierwielaandrijving is optioneel) en heel andere carrosserieproporties. Onder de kap huist niet langer een atmosferische 6 cilinder maar een compacte turbo unit met 4 pitten en variabele compressie. Infiniti zegt dat de motor daardoor zowel krachtig is (bij een lage compressie) als zuinig (hoge compressie). De 2,0 liter unit is goed voor 272 pk en 380 Nm. De QX50 kan daarmee in 6,7 seconden naar 100 km/u accelereren. Daarmee is hij vrijwel even snel als zijn voorganger.

Van de variërende compressie merk je al rijdend niks. Alleen op een display in het dashboard kan je zien dat de motor overschakelt naar ‘high power’ modus indien je het gaspedaal niet met een fluwelen voet behandeld. De motor pakt dan gretig en snel op. De VC-T unit is gekoppeld aan een CVT, maar die heeft voorgeprogrammeerde, virtuele versnellingen waardoor hij aanvoelt als een klassieke automaat. Europese verkoopcijfers moeten nog bekendgemaakt worden, maar Infiniti verwacht een verbetering van 35 procent ten opzichte van het oude model. Tijdens de test bewees de QX50 zich evenwel niet als opvallend zuinig helaas.

Het weggedrag van de QX50 is netjes, maar niet bijzonder spannend. Er is veel grip, maar de optionele ‘steer-by-wire’ stuurinstallatie biedt weinig feedback. De vering weet evenmin echt te overtuigen. Bij kleine oneffenheden gedraagt de Infiniti zich onrustig en bij grote variaties in het wegdek gaat hij deinen. Hopelijk krijgt de uiteindelijke Europese versie een andere afstelling.

De interieurkwaliteit is goed, met een dashboard lay-out die in grote lijnen identiek is aan die van de Q50. Het bovenste scherm is voor het navigatiesysteem bestemd. Via het onderste exemplaar kan je de geluidsinstallatie en de airconditioning bedienen.

Doordat de aandrijflijn voortaan dwars staat, kon er een veel ruimer interieur worden gecreëerd. Met name achterpassagiers profiteren daar van. Qua beenruimte weet de QX50 zelf de Lexus RX af te troeven, al is er onder de voorstoelen niet veel ruimte voor de voeten. Dat komt door de relatief lage montage van de zetels. Een verademing is de hoeveelheid bagageruimte die de QX50 voortaan biedt. Volgens Amerikaanse meetnormen is de kofferbak 895 liter groot, of 1.699 liter als je de achterbank leuning plat legt.

 

70%
70%
Awesome

De nieuwe QX50 maakt in vergelijking met zijn verouderde voorganger een frisse, veel modernere indruk. Deze Infiniti was echt toe aan een nieuw platform en een efficiënte motor. Het carrosseriedesign is scherp en bijdetijds, terwijl Infiniti daarnaast voor een keurig afgewerkt interieur zorgt. De nieuwe VC-T motor valt meer op met zijn goede prestaties dan opvallend lage verbruik. Per saldo is dat geen struikelblok, maar ook geen koopargument. Wat klanten wel kan afschrikken, is de weinig verfijnde vering. Hier heeft Infiniti nog duidelijk huiswerk te doen wil de QX50 een volwaardig alternatief kunnen zijn voor de Audi Q5, BMW X3 en Volvo XC60.

  • 7
  • User Ratings (7 Votes)
    6.8

Comments are closed.