Haastige spoed: Jaguar E-Pace P300

0

Waarom de korte test?

Jaguar is begonnen met de levering van de E-Pace. In januari zijn de eerste 35 exemplaren op kenteken gezet in Nederland. In november werd de dieselversie al getest en nu is het de beurt aan de 300 pk sterke benzine-uitvoering. Daarmee kon kennis worden gemaakt op Corsica.

Wat voor auto is het?

Net als Alfa Romeo, Bentley, Maserati en Porsche is Jaguar de rivier overgestoken, om naar de andere kant te gaan, waar nu de klant is. Na de in 2015 geïntroduceerde F-Pace (4,73 meter), de eerste SUV uit de geschiedenis van het Engelse merk, is hier zijn kleine broertje E-Pace (4,40 meter). Daarmee maakt Jaguar een inhaalslag, want het Britse merk is rijkelijk laat met het betreden van het SUV segment. De E-Pace ziet er uit als een echte Jaguar: pure lijnen, een gespierde coupéachtige bouw met schuine achterzijde, grote neusgaten, idem wielen (zelfs 21 inch velgen zijn mogelijk) en een grille om alles wat hij op zijn weg vindt te verslinden. Door zijn relatief brede en hoge carrosserie oogt hij ‘meer auto’ als de BMW X1 en Mercedes GLA, ondanks dat hij iets korter is.Tegelijkertijd is zijn uitstraling minder agressief dan die van zijn grote broer F-Pace. Misschien is de E-Pace wel de mooiste compacte SUV van dit moment.

Maar de gedrongen, elegante E-Pace heeft ook een probleem: zijn gewicht. De hier geteste 300 pk sterke benzineversie weegt liefst 1.894 kg. Natuurlijk leggen vierwielaandrijving en een 9-traps automaat extra gewicht in de weegschaal, maar dan nog: met dezelfde motor weegt de 33 centimeter langere F-Pace 170 kg minder! De verklaring? De F-Pace heeft een nieuw aluminium chassis. Om kosten en ontwikkelingstijd te besparen is voor de E-Pace de basis van de tweede generatie Land Rover Freelander uit 2009 overgenomen; een onderstel dat ook door zustermerk Land Rover gebruikt wordt voor de Range Rover Evoque en de Discovery Sport. De E-Pace is dus in essentie een voorwiel aangedreven auto. Dat zie je ook aan de relatief grote overhang vóór, al heeft Jaguar dit proberen te maskeren door de hoeken af te ronden.

Voor een Land Rover maakt een paar kilo extra niet uit. Met zijn terreinwagenachtergrond wordt van dit merk vooral verwacht stoere en robuuste SUV modellen te bouwen. Dat doet zij met verve. Maar aan een Jaguar, dat een fraaie historie heeft met prachtige sportwagens en dynamische sedans, stel je andere eisen. Dat kan je niet ongestraft techniek van je zustermerk overnemen. Niet voor niets is de XJ van aluminium vervaardigd. En nu krijgen we in de vorm van de E-Pace een haastig ontworpen SUV met overgewicht voorgeschoteld. Is dat wel een echte Jaguar?

Is het wat?

Niet alleen de geteste P300 uitvoering heeft een gewichtsprobleem. Ook de dieselversies zijn te zwaar. Zo weegt een oliegestookte BMW X1 niet meer dan 1.575 kg (xDrive25iA: 1.655 kg). De E-Pace legt als voorwiel aangedreven D150 minstens 1.775 kg in de weegschaal. Het zal niet verbazingwekkend zijn dat de CO2-uitstoot van de P300 R-Dynamic HSE uitvoering daardoor fors is: 181 gram/km, en dus ook zijn prijs: 88.160 euro. Ter vergelijking: de Volvo XC40 T5 AWD stoot 166 gram uit en kost 55.375 euro; de 280 pk sterke Alfa Romeo Stelvio Super 161 gram en 62.445 euro.

Gelukkig is de geteste E-Pace genereus met zijn uitrusting: die omvat zaken als volledige LED verlichting, een 10 inch multimediascherm, een navigatiesysteem, elektrische stoelverstelling en lederen bekleding. Gelukkig is de E-Pace geen vreedzame kat vermomd als een roofdier à la de Toyota C-HR. Direct als je wegrijdt met deze Brit verdwijnt de twijfel: de E-Pace is qua weggedrag een echte Jaguar. Dat is te danken aan de specifieke achterwielophanging, die niet afkomstig is van Land Rover maar van de F-Pace. Dankzij de aluminium multi-link achteras beschikt de E-Pace over een lager zwaartepunt dan de Range Rover Evoque en de Discovery Sport. Ook het optionele Adaptive Dynamic systeem met adaptieve dempers en Torque Vectoring techniek bewijst zijn meerwaarde.

Natuurlijk helpen 300 paardenkrachten ook. Met dit vermogen is de testauto dubbel zo krachtig als de E-Pace D150. Daardoor laat de P300 uitvoering zich met plezier over kronkelende wegen leiden. Bewapend met 300 pk onder de rechtervoet zit de E-Pace in 6,4 seconden op 100 km/u. Het onderstel mag dan zwaar zijn, het is wel capabel en op zijn taak berekend. De vering is stevig op een hobbelige ondergrond, maar springerig wordt de Jaguar niet. Anders dan de Land Rovers doet de E-Pace het zonder specifiek arsenaal aan terreinhulpjes. Maar dankzij 20 cm bodemvrijheid en de mogelijkheid om 50 procent van het koppel naar één wiel te sturen, kan hij toch lastige paden beklimmen zonder verlies aan grip. Welke andere compacte SUV kan hetzelfde zeggen? Nou ja, de Range Rover Evoque dus. Die kost als Si4 290 HSE Dynamic (1.833 kg) 82.190 euro. Maar zo scherp rijden als de F-Pace, dat doet de E-Pace niet. En hoewel de genoemde Torque Vectoring techniek het bochtgedrag merkbaar verbeterd, kan het systeem niet maskeren dat deze Jaguar in essentie een voorwiel aangedreven auto is.

In het interieur volgt de E-Pace zijn eigen koers. Alleen het stuurwiel, het brede touch screen en het (optionele) digitale instrumentarium worden gedeeld met de F-Pace. De grote, centraal geplaatste handgreep geeft het interieur van de Jaguar een markant gezicht. De ronde knoppen voor de airconditioning ogen klassiek en laten zich eenvoudig bedienen. De met leder beklede zetels zijn zacht en zitten comfortabel. Er zijn veel opbergvakken en ook de kofferbak is relatief groot. Hier en daar zijn de gebruikte plasticsoorten niet van premiumkwaliteit, maar dat zijn we eigenlijk wel gewend van Jaguar.

Het is alleen jammer dat de E-Pace niet de karakteristieke draaischijf voor de automaat heeft. In plaats hiervan moet je het doen met een onelegante pook die ongeacht de gekozen versnelling in dezelfde positie blijft staan. De 9-traps automaat van ZF doet zijn werk bovendien uiterst traag. Fanatiek flipperen haalt niks uit. Om de traagheid te illustreren hoef je alleen maar de acceleratietijd naar 96 km/u (60 mijl) met die naar 100 km/u te vergelijken: die bedraagt 5,9 respectievelijk 6,4 seconden. Precies een halve tel heeft de E-Pace nodig om daartussen van verzet te wisselen. Transmissies van de concurrentie schakelen veel en veel sneller.


 

60%
60%
Awesome

Kan een tot Jaguar omgebouwde Land Rover een echte Jaguar worden? Ja, dat is gelukt. Jaguar wist hoe zij deze klus moest aanpakken: een multi-link aluminium achter as, stevige vering, nauwkeurige besturing en veel vermogen onder je rechtervoet: de E-Pace gedraagt zich op de weg als een roofdier. De Jaguar weer daarbij extra te verleiden met zijn elegante design en zijn algehele verfijningniveau. Verder is de Brit praktisch, comfortabel en achterin lekker ruim. Met die eigenschappen weet de E-Pace zich goed staande te houden tussen andere compacte premium SUV modellen.

Maar de medaille heeft ook een keerzijde. Door zijn overgewicht, een voor een Jaguar ongewone afwijking, werkt dubbel door in zijn prijs. Ten eerste betekent het dat de E-Pace anders dan de Audi Q3, BMW X1/X2, Mercedes GLA en Volvo XC40 niet leverbaar is met een compacte 1,4 à 1,6 liter grote benzinemotor. Er is zelfs geen 200 pk variant van het 2,0 liter Ingenium blok waarmee de instapdrempel met 4.400 euro verlaagd had kunnen worden.

De E-Pace P300, maar eigenlijk ook de 250 pk versie, stoot relatief veel CO2 uit. Dat betekent in Nederland een forse BPM en dus stevige prijzen: afhankelijk van het gekozen uitrustingniveau kost de geteste benzineversie tussen de 77.260 en 88.160 euro. Voor een C segment SUV is dat veel geld. Zou de E-Pace een moderner (lees: lichter) onderstel gehad hebben, dan zou dit voor een lager brandstofverbruik zorgen en dus voor een scherpere prijsstelling. Daarmee zou de Jaguar al zijn concurrenten hebben kunnen verslaan. Maar in zijn huidige vorm heeft de E-Pace onvoldoende scherpe tanden om de compacte SUV modellen van Audi, BMW of Volvo slapenloze nachten te bezorgen, ook omdat de interieurafwerking deels matig is.

Jaguar had weinig tijd en ontwikkelingsbudget, maar wilde kosten wat het kost toch graag snel de E-Pace kunnen lanceren. Maar haastige spoed is zelden goed: in zijn huidige vorm is de Jaguar te zwaar en dus te duur om de strijd met zijn modernere concurrenten vol aan te kunnen gaan. Jammer, want de E-Pace had dé bestseller van het Engelse merk kunnen worden. Is dit slecht nieuws voor Jaguar fans? Wel nee, zij kopen gewoon de lichtere F-Pace. Die kost met dezelfde 300 pk motor (CO2-uitstoot: 174 gram) in R-Sport uitvoering 81.970 euro. Ruim 6 mille minder dan de E-Pace dus!

  • 6
  • User Ratings (11 Votes)
    2.4

Comments are closed.