Bij Kia groeit het zelfvertrouwen met de dag. De Koreaanse autofabrikant weet goed de gevoelige snaar te raken bij de Europese autoconsument. Voorbeelden zijn de voor een A segment auto opmerkelijk volwassen Picanto, de hybride Niro (nu ook in stekkerhybride variant en binnenkort volledig elektrisch) en natuurlijk de Stinger: deze imagobouwer is een aantrekkelijk alternatief voor de premium modellen van de gevestigde orde.

Voor het huiswerk dat Kia steevast goed doet, wordt het merk beloond in de verkoopstatistieken. Het Europese marktaandeel staat nu op 3,0 à 3,1 procent waarmee de autofabrikant tot de Aziatische top3 behoort. In Nederland behoort Kia tot de 5 best verkochte merken. In september arriveert de nieuwe Ceed in de showrooms. Die moet het marktaandeel van Kia verder opvoeren.

Inmiddels zijn we toe aan de derde generatie Ceed. Hij heeft de onzinnige apostrof in zijn modelnaam gelukkig verloren. Voor de rest laat Kia zien zijn draai in het C segment gevonden te hebben. De nieuwe Ceed is niet langer dan zijn voorganger (4,31 meter), maar wel breder en lager. Dat oogt niet alleen sportief, maar zorgt ook voor een lager zwaartepunt, met betere rijeigenschappen als resultaat.

De zogeheten Tiger nose grille geeft hem een vleugje Stinger. Het is nooit verkeerd om op een begerenswaardig familielid te lijken die 3 keer zo duur. De wielbasis bleef ongewijzigd, maar de overhang vóór werd verkort en achter juist langer. Die gewijzigde carrosserieverhoudingen vergroten de dynamische uitstraling van de Ceed. Bovendien levert het een grotere kofferbak op: met 395 liter (1.292 liter met de achterbankleuning neergeklapt) claimt Kia dat het nieuwe model de op één na ruimste compacte middenklasser is.

Binnenin kan niet echt van een metamorfose gesproken worden; het is meer dat de Ceed nu weer in de pas loopt bij andere recente modellen van Kia. Het ergonomisch foutloze dashboard oogt niet spectaculair, maar het Koreaanse merk heeft wel duidelijk geïnvesteerd in de bouwkwaliteit en het materiaalgebruik. Met als resultaat dat de nieuwe Ceed nu in één adem genoemd kan worden met de Volkswagen Golf. De bekleding van het dashboard en de deurpanelen voelt zacht aan en weet ook optisch te plezieren. De bedieningsknoppen ogen ‘Duits’ en maken net zo’n degelijke indruk. Het touch screen is vanaf de DynamicLine uitvoering (vanaf 24.595 euro) 8 inch groot. Apple CarPlay en Android Auto is daarbij standaard. Vanaf volgend jaar is een digitaal instrumentarium leverbaar.

Voor bovengenoemd bedrag krijg je de 3 cilinder 1,0 liter turbobenzine variant met 120 pk. Een prettig schakelende handbak met 6 versnellingen is standaard. De eindoverbrenging is een beetje aan de lange kant, maar dat komt het verbruik en de CO2-uitstoot (103 gram/km) ten goede. Volgend jaar komt er overigens een nog milieuvriendelijke variant met milde hybride techniek. De 1.0 T-GDI unit produceert een karakteristiek 3-pits geluid maar dat is niet onprettig. Voor de sprinttijd naar 100 km/u (11,1 seconden) hoeft de basisuitvoering van de Ceed zich niet te schamen.

Er kon ook worden gereden met de 4 cilinder 1,4 liter turbovariant met 140 pk. Die krachtbron is soepel en pittig (in 8,9 seconden zit je op 100 km/u). Je komt er vlot mee weg bij een stoplicht. Ook de tussenacceleratie is goed. De meeste indruk maakt de 1.4 T-GDI echter met zijn werkingstilte. Ook zijn verbruik en uitstoot (109 gram/km) is netjes. De testauto was voorzien van de optionele (2.000 euro meerprijs) 7-traps automaat met dubbele koppeling. Die wisselt mooi vloeiend van verzet, maar reageert soms wat traag. Per saldo beviel de handbak versie beter.

Bij een sportiever design horen natuurlijk navenante rijeigenschappen. Gelukkig stelt Kia wat dit betreft niet teleur. De nieuwe Ceed, die over een veel stijvere carrosserie beschikt dan zijn voorganger, is één van de leukst rijdende auto’s in zijn klasse. Dat komt met name door de scherpe, directe besturing die op een natuurlijk aanvoelende manier bekrachtigd is. Ook de standaard aanwezige volledig onafhankelijke achterwielophanging bewijst zijn meerwaarde (veel concurrenten beschikken in goedkopere uitvoering over een torsie as). In bochten blijft de carrosserie mooi vlak, al zou de voortrein dan wat meer bijtkracht mogen hebben. Dat zou de grip ten goede komen. De vering is stevig, maar niet oncomfortabel hard. Wel lijkt er continu wat onrust in de ophanging te zitten, zelfs op de snelweg. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de testauto was voorzien van 17-inch velgen. Die zijn (gelukkig) pas verplichte kost vanaf de duurste ExecutiveLine uitvoering.

Als gezinswagen is de lichtvoetig rijdende Ceed dus meer in zijn element in een goedkopere uitvoering (met handbak). Dan biedt hij een mooie balans tussen comfort en dynamiek. Zowel voorin als achterin is er meer dan voldoende plek voor volwassenen en de eerder genoemde forse bagageruimte beschikt over de laagste til drempel in zijn klasse. De brede achterklep maakt in/uitladen van koffers extra gemakkelijk.

Als handgeschakelde 1.0 T-GDI of 1.4 T-GDI in de uitrustingniveaus DynamicLine of DynamicPlusLine (24.595 à 27.595 euro) is de Ceed een uitstekende allrounder. Lekker rijdend, voldoende pittig, ruim en keurig afgewerkt. Wat wil je nog meer? Nou ja, misschien iets meer flair en visuele spanning. Voor het laatste kan de nog te introduceren Shooting Brake variant gaan zorgen (feitelijk een stationwagon met een lagere, coupéachtige schuine achterzijde). Die debuteert in oktober op de autosalon van Parijs en gaat waarschijnlijk 2.500 euro meer kosten dan de hatchback (voor de SW stattionwagon blijft de meerprijs beperkt tot 1.250 euro).
- 9
