Verliest premium zijn glans?

0

Veel spelers op de automarkt denken dat premiummerken de toekomst hebben. PSA heeft DS gepromoveerd tot zelfstandig label, Volvo heeft dit gedaan met Polestar en Fiat Chrysler Automobiles zet zijn investeringskaarten vooral in op Alfa Romeo, Jeep en Maserati. Maar als je naar de Europese verkoopcijfers kijkt, dan zou dit wel eens ‘wedden op het verkeerde paard’ kunnen zijn.

Audi, BMW en Mercedes zijn in 1 jaar tijd in Europa 1,1 procent marktaandeel kwijtgeraakt. Dat is fors. Blijkbaar stokt de opmars van de premiummerken. Zij pronken weliswaar met superieur bouwkwaliteit, diepzinnige designfilosofie en technologie van de bovenste plank, maar er zit ook een keerzijde aan hun modellen: stevige prijzen (zowel voor de auto’s zelf als voor de opties), een aanzienlijke storinggevoeligheid en hoge onderhoudskosten.

Op de zakelijke markt hoeft de leaserijder zich geen zorgen te maken over die keerzijde. De kosten zijn immers voor de wagenparkbeheerder. Maar in het B segment, waar de particuliere koper dominant is, hebben we diverse premiummodellen zien sneuvelen. Voor de Alfa Romeo MiTo noch de DS 3 is een directe opvolger gepland. De winstgevendheid van Mini blijft behelpen en Audi geeft wel een vervolg aan de A1, maar wenst zijn handen niet te branden aan een Q1. Een misschien hoort het kwakkelende premium stadsautomerk van Daimler, Smart, ook wel in dit rijtje thuis.

Kijken wij opnieuw naar de Europese marktaandelen, dan zien wij dat ‘veel waar voor het geld’ biedende merken als Dacia, Seat, Hyundai, Kia en Skoda met no-nonsense modellen juist duidelijk op winst staan. Goedkoop is beslist geen duurkoop. Seat en Skoda halen hun componenten immers uit dezelfde schappen als Volkswagen, Dacia maakt gebruik van beproefde Renault techniek (en wat er niet op zit, kan ook niet stuk) en de autofabrikanten uit Zuid Korea schitteren in Amerikaanse klanttevredenheid onderzoeken.

In diezelfde klanttevredenheid onderzoeken zakt je broek af van de ‘prestaties’ van Jaguar, Land Rover en Volvo. Zij eindigden in de kwaliteitsmeting van J.D. Power helemaal onderaan. Allesbehalve premium dus. Ook Volkswagen en haar dochter Audi (appels vallen niet ver van de boom) scoorden duidelijk slechter dan gemiddeld. De Duitse automerken komen ook op een andere manier negatief in het nieuws, zoals met een achter de tralies zittende topman en invallen op hoofdkantoren. Praktijken die je eigenlijk alleen met criminele motorclubs associeert.

Waar het elders stormt, introduceert Ford in de luwte de nieuwe Fiesta en Focus. Allebei hooggeprezen modellen. Wat wil je als B respectievelijk C segment koper nog meer? Eigenlijk niks. En in het D segment maakt Kia indruk met de Stinger. Weliswaar niet echt zuinig en daardoor in Nederland relatief duur, maar vermoedelijk meer solide dan concurrenten als de Alfa Romeo Giulia en Jaguar XE want de bouwkwaliteit is superieur.

Dacia werd bij de snel oprukkende merken in Europa al even genoemd. Begin 2017 waren de Roemenen goed voor 2,8 procent marktaandeel en nu staan ze op 3,7 procent. Een premiumprestatie. En dat is vooral te danken aan de sympathiek geprijsde Duster: een volwaardige en veelzijdige SUV. Een auto die ook tegen een stootje kan, zo leert de praktijkervaring. Hij kost nog niet de helft van wat een BMW X1 moet opbrengen. Is hij ook slechts half zo goed? Steeds minder autoconsumenten zijn die mening toegedaan …

Comments are closed.