BMW zal maart volgend jaar op de autosalon van Genève haar nieuwe 1-serie aan het publiek presenteren. De volgende generatie neemt afscheid van achterwielaandrijving en 6 cilinder motoren. Ter compensatie kunnen wij zuinigere 3- en 4-pitters verwachten, een tweetal stekkerhybride uitvoeringen en een snelle M Performance versie.
Bij de nieuwe 1-serie is de motor niet meer in lengterichting geplaatst, maar dwars en dat zie je duidelijk aan de carrosserieproporties. Het voorste stuk is veel korter, waardoor er meer ruimte voor het cabinegedeelte overblijft, ondanks dat de wielbasis van 2,69 meter naar 2,67 meter krimpt. Een meer dan welkome ontwikkeling, want in zijn huidige vorm is de 1-serie één van de krapste auto’s in zijn klasse. Ook het formaat van de kofferbak (nu 360 liter) zal toenemen. Toch zijn de stilistische wijzigingen eerder evolutionair dan revolutionair. Begrijpelijk, want drastische designwijzigingen zijn bij premiummerken uit den boze. Dat zou namelijk de inruilwaarde van afzwaaiende modelreeksen te veel onder druk zetten.

De keuze voor voorwielaandrijving (alhoewel het betreffende FAAR platform ook tractie rondom mogelijk maakt) zal voor merkpuristen even wennen zijn. Niet alleen omdat achterwielaandrijving vaarwel wordt gezegd, maar ook omdat de roomzacht lopende 6 cilinder motoren geschiedenis zijn. Dit betekent dat de 1-serie een belangrijk deel van haar eigenzinnigheid kwijt raakt en een ‘dertien in een dozijn’ auto wordt. En erger nog: binnen dat ‘dozijn’ bieden Audi en Mercedes veel meer vermogenspektakel. De eerste concurrent met de RS3 Sportback en diens 5 cilinder 2.5 TFSI motor en de tweede rivaal met de indrukwekkende krachtige (meer dan 400 pk sterk) 2,0 liter 4 cilinder van AMG. BMW lijkt niet de knowhow te hebben om daar aan te kunnen tippen. En dat is voor een merk, dat voluit Bayerische Motoren Werke heet, toch meer dan een tikkeltje teleurstellend.
Topmodel bij de reguliere reeks wordt de 130i. Die krijgt een 258 pk sterke versie van de 2,0 liter 4 cilinder dwars onder de kap. Daarmee is de BMW een aardig warme hatchback, maar beslist niet heet. Als pleister op de wond zal de M135i M Performance versie aan het gamma worden toegevoegd met een 306 pk versie van dezelfde motor. Die is natuurlijk geen partij voor de eerder genoemde RS3 Sportback en de A 45 AMG. Maar BMW zal zo goed mogelijk proberen te roeien met de riemen die zij heeft. En dat betekent dat de eerder genoemde 130i versie toch net wat meer uitgebalanceerd zal rijden dan de qua vermogen vergelijkbare versies van Audi (A3 45 TFSI) en Mercedes (A 250).

Het FAAR platform (een doorontwikkeling van het UKL2 onderstel) zal niet alleen gebruikt worden voor de 1-serie (die voortaan enkel leverbaar zal zijn in 5-deurs uitvoering), maar ook voor de 2-serie Gran Coupé (het antwoord van BMW op de Mercedes CLA) en de volgende generatie 2-serie Active Tourer (die wordt een halve klasse groter en zal daarmee de aparte ‘Gran’ versie overbodig maken). De 2-serie Coupé behoudt wél achterwielaandrijving. Bij dit carrosserietype is het minder van belang dat de interieurruimte niet optimaal is. Ook de hogere productiekosten kunnen vanwege het begerenswaardige imago van de 2-serie Coupé 1:1 worden doorberekend aan de klant. Voor de Cabriolet uitvoering is evenwel geen opvolger gepland. Die niche is te veel gekrompen.
Nieuw voor de 1-serie is de 7-traps automaat met dubbele koppeling; een transmissie die wij reeds kennen van Mini en van de modeljaar 2019 uitvoering van de 2-serie Active Tourer. BMW zal de automaat optioneel (een handgeschakelde 6-bak wordt standaard) gaan monteren in de 116i en 118i. Beiden hebben dezelfde 1,5 liter 3 cilinder motor onder de kap, maar het vermogen verschilt: dat bedraagt 109 pk respectievelijk 140 pk. Ook de 116d (met 116 pk sterke 3-pits dieselmotor) zal tegen meerprijs leverbaar worden met de 7-traps automaat. De 2,0 liter uitvoeringen houden evenwel de hoog geprezen klassieke automatische transmissie met 8 versnellingen. Het gaat hierbij om de 120i (190 pk), de 130i (258 pk), de M135i M Performance (306 pk), de 118d (150 pk), 120d (190 pk) en de 125d (231 pk).

BMW gaat de nieuwe 1-serie ook leveren met een elektromotor. In eerste instantie gaat het daarbij om de 125xe i Performance met 224 pk (een aandrijflijn die reeds bekend is van de soortgelijke uitvoering van de 2-serie Active Tourer en de Mini Cooper S E Countryman ALL4). Hoger op de ladder is de 140xe i Performance gepland. Die krijgt de 2,0 liter 4 cilinder benzinemotor als basisunit en een gecombineerd vermogen van 340 pk. Op papier komt deze 1-serie variant daarmee wel in de buurt van de eerder genoemde Audi RS3 Sportback en de Mercedes A 45 AMG, maar qua karakter wordt het een heel ander type auto: we moeten er eerder een premiumalternatief voor de Volkswagen Golf GTE in zien, en van de T6 Twin Engine uitvoering van de volgende generatie Volvo V40 (die eind 2019 debuteert).
Interieurfoto’s van de nieuwe 1-serie zijn er nog niet, maar wij kunnen er een tamelijk grote portie vergif op innemen dat de BMW met hetzelfde digitale instrumentarium leverbaar wordt dat in de jongste Z4 en de in oktober officieel voor te stellen 3-serie te vinden is. Wie niks bijbetaalt, krijgt analoge klokken. Dat is geen ramp, want die zijn bij BMW altijd uitstekend afleesbaar. Ook zullen niet alle bedieningsknoppen in de afvalemmer worden gekieperd, ondanks de montage van tweede digitale scherm bovenop de middenconsole. Dit display kost wel extra geld. In die zin verandert er niks aan de 1-serie: voor een leuke aankleding moet je stevig blijven bijbetalen. Maar chocoladezijde van de generatiewisseling is dat de prijzen dankzij de lagere productiekosten niet of nauwelijks zullen stijgen. Of anders gezegd: voor de prijs van een 3-deurs 1-serie krijg je straks de 5-deurs versie. Vandaag de dag zijn die achterportieren voor de consument veel begerenswaardiger dan achterwielaandrijving in plaats van voorwielaandrijving …
