Prijzig maar niet echt premium: test Audi A1

0

Bij de Nederlandse Audi dealers is de nieuwe A1 in de showrooms gearriveerd. De hoogste tijd voor een test dus. Samen met de Mini Hatch is de A1 feitelijk de enige premiumaanbieding in het B segment aangezien van zowel de Alfa Romeo MiTo als de DS 3 de dagen geteld zijn. Is de Audi zijn meerprijs waard in vergelijking met de technisch grotendeels identieke Volkswagen Polo, en ten opzichte van de Seat Ibiza die op dezelfde Spaanse productielijn wordt gebouwd? Middels deze test gaat Autointernationaal.nl een antwoord proberen te geven op deze vraag.

Officieel moeten wij trouwens niet “A1” zeggen maar “A1 Sportback”. De testauto heeft immers 5 deuren en dat maakt hem volgens ‘Audi speak’ tot een ‘Sportback’. Maar waarom zou je niet alleen “A1” zeggen? Anders dan de eerste generatie is de nieuwe editie niet meer in 3-deurs uitvoering leverbaar. Van de kopers opteerde slechts 20 procent voor de achterportierloze uitvoering en dat vond Audi te weinig om ontwikkelingsbudget te spenderen aan een directe opvolger.

Audi hield bij de ontwikkeling van de nieuwe A1 dus de hand op de knip en dat kan je aan meer zaken merken. Zo start de verkoop heel bescheiden met enkel de 115 pk sterke 1,0 liter 3 cilinder versie, 30 TFSI genaamd. Eigenlijk een premiummerk onwaardig. Later volgen 4 cilinder versies (35 TFSI en 40 TFSI met respectievelijk 1,5 en 2,0 liter motorinhoud) en een 95 pk variant van de basismotor. Die heet 25 TFSI. Audi ontwikkelt geen dieseluitvoering meer van de A1. Niet zozeer omdat het merk zijn buik vol heeft van het schandaal dat dit TDI motortype heeft veroorzaakt, maar omdat in de toekomst binnen de Volkswagen Groep alle 4 cilinder ballen ingezet worden op het 2,0 liter blok (dat zal worden uitgerust met milde hybride techniek), vist de A1 hierdoor naast het net. Die ‘2.0 TDI MHEV’ zou de kleine Audi te duur maken en de 1.6 TDI motor (uit de Seat Ibiza en Volkswagen Polo) is blijkbaar gespeend van premium kwaliteiten.

Geen dieselversies dus en dat houdt het motorengamma overzichtelijk, ook omdat besloten heeft om geen nieuwe S1 variant te ontwikkelen. De kosten van een dergelijke uitvoering, waarvoor vierwielaandrijving een must is, wegen niet op tegen de baten (lees: verkopen). Al met al zit er op het eerste gezicht dus weinig jeu in het gamma. Dat is het gevolg van het feit dat de eerste generatie A1 geen overdreven succes was. Goed, er zijn in 7 jaar tijd afgerond 800.000 exemplaren van de kleine Audi verkocht en dat is weliswaar niet heel slecht, maar ook niet heel goed. Van statusverhogende lange levertijden was nooit sprake, wel continu van korting op voorraadexemplaren.

Wat was er mis met de eerste generatie A1? Om de beginnen was zijn carrosserievorm al bij de introductie achterhaald. Niet alleen omdat er voor de 3-deurs versie te weinig klandizie was, maar ook om dat in 2011 (toen de eerste generatie A1 op de markt kwam) de autoconsument al verliefd begon te raken op de compacte cross-over. Dáár zit de groei, terwijl op de markt voor B segment hatchbacks steeds meer sprake is van verdringing. De eerste slachtoffers zijn inmiddels gevallen: niet alleen de Alfa Romeo MiTo en de DS 3 zullen vervangerloos worden gesaneerd, maar ook de Fiat Punto. Op een verdringingsmarkt is er sprake van felle prijsconcurrentie en dat tast de winstmarge aan. Het kan niet anders dan dat Audi daar, kijkend naar de bescheiden keuzeambities bij de nieuwe A1, daar last van heeft gehad.

Maar er was meer ‘mis’ met de eerste generatie A1: zijn wel erg fletse uiterlijk. De kleine Audi oogde weliswaar tijdloos, maar de styling was ook iets om je schouders over op te halen. Dat hebben wij overigens vaker gezien bij het merk: ook de vormgeving van de eerste generatie A3 bracht je niet echt in vervoering. Later werd dat rechtgezet, met als gevolg dat de huidige editie van deze middenklasser er ondanks zijn hoge leeftijd designtechnisch nog steeds mag zijn. De A1 maakt nu dezelfde ontwikkeling door: de tweede generatie oogt veel gespierder en sportiever dan zijn voorganger. Visueel biedt hij daardoor meer waar voor zijn geld.

De ontwerpers van Audi claimen dat het design van de nieuwe A1 “geïnspireerd is door de motorsport”. Dat komt omdat er bij de tweede generatie stylingelementen van de legendarische Ur Quattro en Sport Quattro zijn toegepast. Niet alleen de koelsleuven in de motorkap zijn daar een voorbeeld van, maar ook de relatief korte overhangen (de wielbasis groeide met liefst 94 mm tot 2.563 mm), de gewelfde wielkasten en de kloeke C stijl. Dat de nieuwe A1 daarnaast lager en breder is dan zijn voorganger, helpt natuurlijk ook. Onder de streep levert dit een veel smaakvollere vormgeving op dat zeker met het S-line pakket (het grijze exemplaar op de foto’s) lekker gekruid is.

Met het meer masculiene design hoopt Audi een bredere kopersgroep aan te spreken (lees: meer mannen). Dat zou goed kunnen, maar wat ook helpt is het feit dat de nieuwe A1 dankzij de fors langere wielbasis achterin eindelijk een volwassen hoeveelheid ruimte achterin biedt. Bij het oude model was het krappe interieur een vaak gehoorde klacht.

Aan bagageruimte is er nu 335 liter beschikbaar, of 1.090 liter als je de achterbankleuning neerklapt. Dat is meer dan in een 5-deurs Mini past. Ook het nieuwe dashboard weet veel meer te imponeren. Dankzij de veelvuldige horizontale lijnen oogt de cockpit relatief breed. En ook hier zien wij de geclaimde motorsportinvloed: de boordplank is richting de bestuurder gekanteld. Dit is een werkplek waar je een glimlach van op je gezicht krijgt.

In tegenstelling tot de grote Audi modellen A6, A7 en A8 heeft de nieuwe A1 niet 2 schermen in de middenconsole. En dat is beslist een pluspunt. Je kan beter één keer iets goed doen door een groot touch screen te monteren (standaard 8,8 inch en optioneel 10,1 inch indien je het Technology pakket aanvinkt) dan twee keer kleinere displays waarvan er eentje per definitie altijd te laag in de middenconsole gemonteerd is. Wat het bedieningsgemak ook ten goede komt, is de aanwezigheid van aparte fysieke knoppen voor de temperatuurregeling.

In het begin van dit testverslag schreef Autointernationaal.nl : “Al met al zit er op het eerste gezicht dus weinig jeu in het gamma”. De woorden ‘op het eerste gezicht’ zijn bewust gekozen, want als je de folder bestudeert, zal je er achter komen dat er genoeg te kiezen valt bij de nieuwe A1. Niet alleen in de vorm van uitrusting pakketten, maar ook qua decoratiemateriaal voor zowel de buitenkant (velgen, dak) als het interieur. Audi heeft hier duidelijk het lesboek van Mini goed bestudeerd. Al die gekleurde panelen (rond de ventilatieroosters, bij de versnellingspook en op de portieren) kunnen, als je er van houdt, leuke dingen voor de mens zijn, maar niet vergeten moet worden dat de A1 van binnen zonder deze opsmuk wel erg ‘zwart’ (en dus somber) oogt. Ook valt dan het goedkope, krasgevoelige interieurplastic dan extra op. Alleen de toplaag van het dashboard is van zacht materiaal dat een premiummerk waardig is. Hieraan kan je merken dat Audi de A1 niet meer zelf bouwt, maar de productie heeft uitbesteed aan Seat.

Tot de komst van de basisbenzinemotor met 95 pk dien je minimaal 25.995 euro te betalen voor de nieuwe A1. Je krijgt dan de handgeschakelde 30 TFSI uitvoering met 115 pk. Veel luxe moet je naar goed Audi gebruik dan niet verwachten. Wil je ook zaken als cruisecontrole, een lederen sportstuur, een armsteun tussen de voorstoelen, 17-inch lichtmetalen velgen en parkeersensoren, dan kan je beter de speciaal voor de Nederlandse markt ontwikkelde Epic versie bestellen. Die kost 29.695 euro. Ook navigatievoorbereiding, een digitaal instrumentenpaneel (Virtual Cockpit genaamd) en het connectivity pakket zijn dan van de partij. Tijdelijk levert Audi de A1 ook als Edition One (het grijze exemplaar op de foto’s). Die heeft alle extra’s van de Epic uitvoering, aangevuld met het S-line sportpakket, 18-inch lichtmetalen velgen, dynamische knipperlichten, LED koplampen met een donkere behuizing en bijzondere details zoals een zwart Audi logo aan de zijkant en diverse donkere accenten aan de buitenzijde plus in de cabine. Aan de A1 Sportback Edition One hangt een prijskaartje van 36.895 euro. Let wel, je moet het dan nog steeds doen met die 1,0 liter motor van 115 pk. Voor veel minder geld heb je een Ford Fiesta ST (32.210 euro) of een Volkswagen Polo GTI (30.080). Beide modellen zijn 200 pk sterk en de bijna 7 mille goedkopere Polo is ook nog eens voorzien van een DSG automaat met dubbele koppeling.

Gelukkig kan de A1 als 30 TFSI prima mee komen met het verkeer. Toch voelt hij lang niet zo snel aan als zijn acceleratietijd naar 100 km/u (9,5 seconden) doet vermoeden. Dat komt niet in de laatste plaats door de wel erg lange overbrengingsverhoudingen van de transmissie. Het is daardoor mogelijk om in de tweede versnelling door te trekken tot 110 km/u. Misschien een goede oplossing als je schakellui van karakter bent, maar het komt de levendigheid van de A1 niet ten goede. Bovendien kan de handbak qua schakelplezier niet op tegen de exemplaren van Ford of Mazda.

Zoek je een A1 met ‘premiumprestaties’, bestel dan de 35 TFSI versie met 150 pk sterke 1,5 liter 4 cilinder motor. Daarvan is het tarief nog niet bekend, maar reken op een meerprijs van 2.500 euro. Nóg meer geld uitgeven aan de 40 TFSI uitvoering heeft niet zoveel zin omdat zijn 2,0 liter motor ondanks 200 pk een lethargische indruk maakt en omdat je dan vast zit aan de verouderde DSG automaat met 6 versnellingen. Die doet zijn schakelwerk naar moderne maatstaven te langzaam. De 40 TFSI is bovendien voorzien van een virtuele ondersteuning van het motorgeluid, maar daar valt niks sportiefs aan te ontdekken. Het enige effect is dat je er gekromde tenen van krijgt.

Afgezien van de constatering dat de A1 met handbak niet schakelt als een warm mes door de boter schakelt, is er met de bediening van de Audi niks mis. De snelle en directe besturing heeft precies de juiste bekrachtiging, de carrosserie helt in bochten niet te veel over, op snelwegtempo is de motor niet of nauwelijks hoorbaar en het veercomfort is met 17 inch velgen excellent. Voorwaarde is dan wel dat je niet de S-line sportvering op de optielijst aanvinkt, want dan gedraagt de A1 zich op slecht wegdek veel onrustiger. De zachtste stand van de adaptieve dempers kan daar niks aan veranderen. Ook zijn rolgeluiden met 18 inch velgen veel nadrukkelijker aanwezig.

 

70%
70%
Awesome

Conclusie

Laat je de prijs buiten beschouwing, dan scoort de nieuwe A1 als B segment hatchback heel behoorlijk. Hij is voldoende ruim, ziet er lekker agressief uit, rijdt prettig en ook het comfortniveau is zondermeer in orde. Vind je het niet erg om bij het stoplicht uitgedaagd te worden door een Kia Picanto 1.0 T-GDI, dan is de hier geteste 30 TFSI uitvoering adequaat gemotoriseerd. Maar als je geen zin hebt in een dergelijk duel, dan die je voor de A1 met 1,5 liter motor te gaan.

Een beetje aangeklede 30 TFSI (Epic uitvoering) kost al 29.695 euro. Bestel je hem met het S-line exterieur, S-tronic automaat, het Pro Line S uitrustingpakket en het koele S-line interieur (in grote lijnen de auto die je op de foto's ziet), dan holt het factuurbedrag richting de 36 mille. Bij een auto die van onberispelijke premiumkwaliteit is, is dat minder een probleem dan bij de nieuwe A1, waar sommige interieurmaterialen een schokkend goedkope indruk maken. En nogmaals: je hebt dan nog steeds een motortje die je eerder associeert met een half zo dure boodschappenauto.

Speelt geld geen rol, dan hoef je minder na te denken over de vraag of de A1 wel waar voor zijn geld biedt. Maar als dat het geval is, waarom zou je dan geen Mini nemen? Die betrekt je (nog) meer bij het rijden, is als Cooper perfect gemotoriseerd (0-100 km/u in 8,0 seconden) en is per saldo de enige echte premiumaanbieding in het B segment. En voor diegenen die elke 100 euro wel moeten omdraaien: ga voor de Polo. Die is er met de 115 pk sterke 1.0 TSI motor vanaf 20.740 euro, of 22.250 euro indien je de rijk uitgeruste Highline uitvoering wilt.

  • 7
  • User Ratings (21 Votes)
    2.5

Comments are closed.