Als vanouds sportief: test BMW 330i

0

Waarom de korte test?

Eerder deze week heb je een testrecensie kunnen lezen van de 20d dieseluitvoering van de nieuwe BMW 3-serie. Tijdens de voorstelling van de demonstratieauto’s aan de pers kon echter ook kennis worden gemaakt met de 30i benzineversie. Die wordt nu in M Sport tenue aan de tand gevoeld.

Wat voor auto is het?

In afwachting van de productieversie van de M340i en de M3 is dit de meest sportieve representant van de nieuwe 3-serie. Met deze modelreeks definieert BMW al 43 jaar een (sub)segment. Aanvankelijk waren in de hogere middenklasse de volumemerken dominant, maar die zijn met uitzondering van Volkswagen in het defensief gedrongen of hebben er in dit deel van de automarkt helemaal de brui aan gegeven.

Met de zevende generatie 3-serie heeft BMW een nieuwe interpretatie gegeven aan haar icoon. Uit de test van de 320d bleek dat de combinatie van een ander onderstel, een verbeterde (efficiëntere) aandrijflijn, een iets grotere maatvoering en meer hightech geresulteerd heeft in wederom een briljante compacte zakensedan. Het werd direct duidelijk dat concurrenten als de Alfa Romeo Giulia, Audi A4, Jaguar XE en Mercedes-Benz C klasse een zware dobber zullen hebben aan deze BMW. Maar in dit rijtje ontbreekt een nieuwe ster aan het firmament: de Tesla Model 3. Die heeft weliswaar een flink hogere instapprijs (58.800 euro versus 46.179 euro), maar de geteste 330i kost kaal al 52.638 euro en met M Sport pakket afgerond 59 mille. Qua topsnelheid wint de BMW (250 km/u) het van de Tesla (233 km/u), maar bij de sprint naar 100 km/u kan de 3-serie (5,8 seconden) de Model 3 (4,7 seconden) niet bijhouden. En dat prestatieonderdeel is in de dagelijkse praktijk een stuk belangrijker. Kan de Duitser zijn inferieure acceleratie vermogen compenseren met meer ‘Freude am Fahren’ dan zijn elektrische uitdager biedt?

Is het wat?

Vroeger betekende ’30i’ bij BMW die heerlijk romige 6 cilinder lijn motor. Wie dat perse wil, moet nu doorsparen voor (en wachten op) minimaal de M340i. In het turbotijdperk heeft de atmosferische 3,0 liter plaatsgemaakt voor een geblazen 4-pitter met een longinhoud van 2,0 liter. Die levert in de vorm van 258 pk en 400 Nm (bij 1.550 toeren) meer dan voldoende kracht, pakt gemakkelijk op, reageert spontaan op gaspedaalcommando’s en raakt bovenin niet volledig buiten adem. Maar qua motorgeluid kan je net zo goed de ruim 4 mille goedkopere ’20i’ kopen. Die heeft dezelfde motorinhoud en is met 184 pk en 300 Nm (bij 1.350 toeren) evenzeer een vlotte jongen: accelereren naar 100 km/u doet hij in 7,3 seconden en pas 238 km/u wint de luchtweerstand het van deze BMW. Ook is de 320i marginaal zuiniger en dus schoner: gemiddeld verbruikt hij 5,7 à 6,0 liter benzine per 100 km, hetgeen een CO2-uitstoot van 129 à 137 gram per km betekent. Voor de 330i zijn de cijfers 5,8 à 6,1 liter en 132 à 139 gram.

Beide 2,0 liter varianten beschikken standaard over dezelfde 8-traps automaat van ZF die voor de nieuwe 3-serie verder werd aangescherpt. Net als in de 320d voelt de transmissie goed aan wat je wilt en laat hij de motor op koppel zijn werk doen als dat kan. Zo niet, dan schakelt hij op de juiste momenten terug. Dat gaat zo gemakkelijk en soepel dat er van een sportieve beleving eigenlijk geen sprake is. Maar dat is natuurlijk juist goed: in het algemeen moet een auto, zeker als die lid is van de premiumgilde, discreet zijn werk doen. En in het geval van deze BMW wordt er bovendien bliksemsnel van verzet gewisseld. Qua acceleratie mag de 330i de nieuwe Tesla dan niet bij kunnen benen, de meer dan 2 keer zo dure Maserati Ghibli is amper sneller (131.249 euro en 5,6 seconden).

Hoewel de meerwaarde van de ’30i’ ten opzichte van de ’20i’ qua motorgeluid dus gering is, is de hier geteste 3-serie wel het visitekaartje van de reeks. Immers, met een hernieuwde focus op sportiviteit en rij dynamiek heb je aan 258 pk / 400 Nm meer om te demonstreren waartoe de BMW in staat is dan aan 184 pk / 300 Nm. Daarvoor hoef je de 2,0 liter 4 cilinder niet op toeren te jagen. Ook onder de bij 5.000 toeren beginnende vermogenspiek is hij goed bij de les. Doortrekken tot de begrenzer ingrijpt (bij 6.500 krukasomwentelingen) geeft evenwel weinig voldoening omdat de 330i dan de indruk wekt langzaam maar zeker buiten adem te raken. Je kan dus maar beter de automaat op laten schakelen.

Mijn testauto was voorzien van optionele 19 inch velgen (in plaats van de standaard 18 inch exemplaren). Dat zorgde voor een prettigere stuurzwaarte. Variable Sport besturing zat ook op de testauto en het lijkt alsof er minder verschil is tussen deze adaptieve installatie en de standaard techniek dan bij de vorige generatie 3-serie. Je leert de reactiesnelheid en de directheid van de BMW snel kennen, waardoor de 330i al vlot vertrouwd aanvoelt. Op hoog tempo uitgevoerde tussentijdse stuurcorrecties ondergaat de nieuwe 3-serie meer stoïcijns dan het oude model. Dat vergroot het vertrouwen dat je in hem kan hebben.

De test 330i was ook voorzien van het optionele, elektronisch aangestuurde M Sport differentieel tussen de aangedreven achterwielen waarmee het lichtvoetige rij karakter geaccentueerd wordt en waardoor het gevoel dat de 3-serie een achterwiel aangedreven auto is beter uit de verf komt. In bochten graaft de BMW zich dankzij het sperdifferentieel als het ware in en duwt de neus gedecideerd terug in de goede richting. Vooral de manier waarop het CLAR onderstel dit alles kraakhelder doorgeeft, maakt indruk. Je kan in bochten subtiel de koers corrigeren met het gaspedaal. Het feit dat xDrive vierwielaandrijving vooralsnog niet leverbaar is, is geen groot gemis.

Onder de streep levert dit één van de meest dynamische sportsedans aller tijden op. In dit opzicht is de nieuwe 3-serie veel uitgesprokener dan zijn voorganger. Dat komt ook door de zogeheten lift-related schokdempers; exemplaren met 2 zuigers die in weerstand kunnen variëren en die er voor zorgen dat de BMW comfortabel veert als dat kan, maar sportief als de dempers ineens met kracht worden ingedrukt. Het sportonderstel met 10 millimeter verkleinde grondspeling accentueert de messcherpe rijeigenschappen van de testauto. Onderstuur blijft bijna helemaal achterwege. Dit zorgt er voor dat je gestimuleerd wordt om alles uit de 3-serie te halen wat er in zit.

Keerzijde van de medaille is dat de 3-serie in de hier geteste ’30i’ M Sport uitvoering, geen comforttopper is. Wie dat wel zoekt, kan beter een exemplaar met het standaardonderstel bestellen. Dankzij de hydraulische bumpstops wordt de BMW weliswaar niet stuiterig, maar elke wegdekoneffenheid voelde ik in de testauto. Liefhebbers van sportsedans zullen dit evenwel waarderen, al had voor hen de besturing vermoedelijk nog een tikkeltje directer en communicatiever gemogen à la de Alfa Romeo Giulia. Daarnaast zal de bijzonder dikke stuurwielrand niet ieders kopje thee zijn. Die lijkt een deel van de wegdekinformatie te absorberen.

Voor minder ervaren bestuurders is er assistent die op smalle rijstroken helpt om brokken te voorkomen, bijvoorbeeld bij wegwerkzaamheden. LED verlichting is standaard, maar als je koplampen wilt die tot 500 meter ver kunnen schijnen, dan kan je laserverlichting op de optielijst aanvinken. De bediening van de 3-serie tijdens het rijden is dankzij het iDrive systeem (een fysieke druk/draaiknop) probleemloos. Deze oplossing leidt veel minder af dan een touch screen of pad.

Minder geslaagd is de tegen de klok in draaiende, hoekig vormgegeven toerenteller. Die maakt onderdeel uit van het digitale instrumentarium. BMW heeft met de nieuwe 3-serie op dit vlak een flinke stap vooruit gemaakt, maar Audi noch Mercedes worden op achterstand gezet.

Voorin heeft iedereen voldoende bewegingsvrijheid, maar achterin blijft het ondanks de toegenomen buitenmaten behelpen voor personen die langer zijn dan 1,80 meter. Die zullen onvoldoende ruimte voor hun voeten onder de voorstoelen hebben en het hoofd kan dan al snel het plafond raken.

 

90%
90%
Awesome

Hoeveel sterren?

Zoek je op korte termijn een vermakelijke, op de bestuurder gerichte BMW 3-serie, dan is deze 330i M Sport een prima oplossing. Maar wat je wint aan sportiviteit, lichtvoetigheid en prestaties ten opzichte van de 320d, lever je in qua kosten, verbruik en allround karakter. Voor velen zal het een heerlijk alternatief zijn, maar toch raad ik aan om voor de standaard 18 inch wielen te gaan, ook omdat het waanzinnig goede onderstel een maatje meer niet nodig heeft. Voor zowel de benzine-uitvoering als de diesel geldt dat onder de kap een fijne turbomotor zit en dat de ruimte achterin niet overhoudt. Van het feit dat de besturing niet dezelfde hoeveelheid informatie geeft als het onderstel, ben je in de 330 i M Sport meer bewust dan in de 320d.

  • 9
  • User Ratings (6 Votes)
    4.8

Comments are closed.