Volkswagen wordt klimaatvriendelijk

0

Volkswagen, één van de grootste autofabrikanten ter wereld, stopt met het maken van verbrandingsmotoren. Nog niet direct, want in 2026 zal er nog één keer een nieuwe generatie worden gepresenteerd, maar daarna zal de R&D afdeling in Wolfsburg zich volledig gaan richten op elektrische aandrijving.

Dat zegt Michael Jost (foto), hoofdstrateeg bij Volkswagen in een interview. “De groene tak wordt ons nieuwe bedrijfsmodel”. Hij verwijst naar het klimaatakkoord van Parijs, waarin staat dat het streven naar schone lucht alleen kan worden bereikt als er vanaf het jaar 2050 geen enkele auto meer rondrijdt met een verbrandingsmotor. Volkswagen wil niet tot het laatste moment wachten en houdt 2030 aan als het jaar dat de laatste nieuwe auto met een verbrandingsmotor op de markt wordt gebracht. Dit betekent dat er na 2026 geen nieuwe generatie benzinekrachtbronnen en diesels meer nodig is. Jost verwacht dat de laatste modellen met een verbrandingsmotor in 2040 uit productie genomen worden. Daarna zal je met een nieuwe Volkswagen (of met een auto van één van de dochtermerken) niet meer bij een pomp kunnen tanken.

Max Erich, econoom voor de autosector bij ING, omschrijft de plannen van Volkswagen als een revolutie. “Dit betekent dat de grootste fabrikant van auto’s in Europa zich over 8 jaar volledig gaat inzetten elektrische modellen”. Hij spreekt van een grote omslag, die andere autofabrikanten er toe zullen aanzetten om hun plannen voor de transformatie naar elektrisch rijden te versnellen.

Als een toonaangevende wereldspeler als de Volkswagen Groep (met de dochtermerken Audi, Bentley, Bugatti, Lamborghini, Porsche, Seat en Skoda) overgaat op elektrische auto’s, dan kan de concurrentie niet achterblijven. Die schrok zich vorige maand een hoedje toen het concern uit Wolfsburg aankondigde klaar te zijn voor de productie van 15 miljoen elektrische voertuigen per jaar. Dat is anderhalf keer zo veel als de huidige output. De schok was dus tweeledig: enerzijds het feit dat Volkswagen op relatief korte termijn helemaal afscheid gaat nemen van de verbrandingsmotor en anderzijds dat het bedrijf doodleuk denkt in de komende jaren haar verkopen met nog eens 50 procent te kunnen opvoeren.

Mogelijk heeft het nieuws van Volkswagen concurrent General Motors doen besluiten dat er nu voor wat betreft elektrische auto’s écht een tandje bij geschakeld moet worden. Deze fabrikant maakte vorige week bekend 7 fabrieken te zullen sluiten. Met deze maatregel wil General Motors geld vrij maken om meer elektrische modellen te ontwikkelen. De fabrieken draaien momenteel met verlies (dat wil zeggen: ze kampen het chronische ondercapaciteit) omdat de verkoop van sedans van Buick, Cadillac en Chevrolet tegenvalt. General Motors bereidt zich met de reorganisatie voor op de toekomst, maar de plannen vallen niet in goede aarde bij hun president Donald Trump. Die is zó boos over het besluit om fabrieken in de Verenigde Staten te sluiten dat hij dreigt om de subsidie die General Motors krijgt om elektrische auto’s te ontwikkelen, in te trekken. Trump wil ook een einde maken aan het belastingvoordeel van 7.500 dollar dat kopers van stekkermodellen in eigen land kunnen krijgen, maar die maatregel raakt niet alleen General Motors, maar ook bijvoorbeeld Ford en Tesla.

De vraag is echter of er wel heil van subsidies kan worden verwacht. Autointernationaal.nl gaf in een eerder opinieartikel “nee” als antwoord. In de Verenigde Staten is de subsidieregeling geen bijzonder groot succes (alleen Tesla weet er volop van te profiteren, maar de verkopen van bijvoorbeeld de Chevrolet Bolt (onze Opel Ampera-e) blijven tegenvallen). Hetzelfde beeld zien wij in Duitsland en Vlaanderen. Bij ons is er geen aankoopsubsidie, maar toch stijgen de verkopen van elektrische auto’s snel. Dat komt door het zogeheten sneeuwbaleffect: na de pioniers zijn het nu de volgers, gestimuleerd door berichten in de media, die de elektrische auto omarmen. Ook de introductie van nieuwe modellen helpt natuurlijk, evenals de gestage toename van het aantal laadpalen. Inmiddels is duidelijk dat geen enkele fabrikant meer om de elektrische auto heen.

In het hogere prijssegment was het Tesla die de concurrentie terug naar de tekentafel heeft gestuurd. Langzaam maar zeker hebben die nu hun antwoord op de Model S en de Model X klaar: Jaguar doet reeds goede zaken met de I-Pace, Audi start begin volgend jaar met de levering van de e-Tron en binnenkort zullen Mercedes-Benz en Porsche hun orderboeken gaan openen voor respectievelijk de EQ C en de Taycan. Dit impliceert dat de autobranche wakker geschud is door een outsider, maar dat geldt niet voor het lagere segment. Daar waren het enkele grote fabrikanten, historisch nooit vies van een gok, die een decennium geleden in elektrische auto’s durfden te investeren: BMW, Nissan en Renault. De verkopen kwamen slechts aarzelend op gang (maar dat was in 1984 bij het eerste MPV model van Renault, de Espace, niet anders), maar nu begint de markt lekker te swingen.

De sneeuwbal begint steeds harder te rollen. Nissan heeft inmiddels de tweede generatie Leaf klaar die in Nederland uitstekend is aangeslagen. Renault brengt volgend jaar een nieuwe editie van de Zoé op de markt. Kort daarna volgt een groter model, waarschijnlijk een elektrische cross-over. Volkswagen is dus ook om, en zo zijn er velen. Zelfs Fiat heeft aangekondigd haar iconische 500 te zullen elektrificeren. En hoe groter de markt, hoe lager de prijs van stekkerauto’s. Tegen de kracht van schaalvoordelen kan geen subsidie op.

Na jaren voorzichtig experimenteren, is het elektrische hek nu van de dam. Autofabrikanten vechten elkaar zelfs de tent uit om maar zo groen mogelijk voor de dag te komen. Eerder deze maand kondigde Renault trots aan om vanaf 2021 een 2-tal zeilschepen in te zullen zetten om zijn auto’s naar de Verenigde Staten te vervoeren. Als de schepen (capaciteit: 478 auto’s per exemplaar) volledig op windkracht varen, scheelt dat volgens Renault tot 90 procent uitstoot. De investering moet een bijdrage leveren aan de doelstelling van de Franse fabrikant om tussen 2018 en 2022 haar totale CO2-uitstoot met 25 procent te verminderen. Een positieve PR krijgt Renault à la minute. En ook de elektrificatieplannen van Volkswagen zal er voor zorgen dat deze speler op de automarkt haar door de sjoemeldiesel affaire besmeurde blazoen weer op te poetsen.

2026 klinkt ver weg, maar is voor autofabrikant Volkswagen een relatief korte termijn. De meeste modellen worden gedurende een periode van grofweg 7 jaar geproduceerd, terwijl de ontwikkelingstijd 4 à 5 jaar is. Jost wijst op akkoord van Parijs, beter bekend als het Klimaatakkoord, dat in 2015 in de Franse hoofdstad Parijs werd gesloten. Daarin is vastgelegd dat de uitstoot van CO2 moet worden teruggedrongen en de opwarming van de aarde moet worden beperkt tot 2 graden Celsius. Momenteel is dit akkoord vrijwel dagelijks in het nieuws, en vaak hoor je dan ook de roep om alsjeblieft zo snel mogelijk over te stappen in een elektrische auto omdat wij anders de doelstellingen niet gaan halen.

Volkswagen lijkt oprecht van mening te zijn dat de doelstellingen uit het akkoord alleen gerealiseerd kunnen worden indien in 2050 geen enkele auto met een verbrandingsmotor nog op de weg rijdt. Dit betekent in de praktijk dat de laatste personenwagen met een dergelijke krachtbron rond het jaar 2040 zou moeten worden verkocht. Al terugrekenend kom je dan uit op 2030 als laatste introductietijdstip en 2026 als het jaar dat de R&D afdeling van Volkswagen het ‘verbrandingsmotor boek’ dicht kan slaan. Maar Volkswagen blijft natuurlijk een commerciële onderneming en constateert dat er momenteel veel gratis publiciteit is voor elektrisch rijden. Op die media-aandacht kan zij nu gratis meeliften.

Volkswagen kondigde in november aan haar fabrieken in het Duitse Emden en Hannover om te zullen bouwen voor de productie van elektrische voertuigen. Deze klus moet in 2022 geklaard zijn. Volkswagen zal al eerder haar fabriek in het eveneens Duitse Zwickau ombouwen voor de productie van de elektrische I.D. Neo, die volgend jaar aan het publiek zal worden voorgesteld. In 2022 wil het autoconcern in totaal over 22 fabrieken voor elektrische voertuigen beschikken, waarmee men naar eigen zeggen voorbereid is op een jaarproductie van 15 miljoen exemplaren.

Reageren is niet mogelijk.