BMW 3-serie slaat aanval van de Volvo S60 overtuigend af

0

Volvo heeft veel succes met zijn stationcars V60 en V90, maar meer nog met de prijzenwinnende SUV modellen XC40, XC60 en XC90. Die worden tot de beste auto’s in hun segment gerekend. Dat is een indrukwekkende prestatie voor een fabrikant die 5 jaar geleden er in het premium segment maar een beetje bij hing. Een soortgelijk succes hoopt Volvo te bewerkstelligen met de nieuwe S60. Maar bij het bereiken van een toppositie vindt hij de BMW 3-serie op zijn pad.

Op zich zijn er genoeg redenen om de nieuwe S60 goede kansen toe te dichten om de gevestigde (Duitse) orde in zijn segment in het defensief te drukken. Hij is immers afgeleid van de V60; een stationwagon waarvan in Nederland in de eerste 4 maanden meer exemplaren werden verkocht dan van de complete modelreeksen van de Audi A4, BMW 3-serie en Mercedes-Benz C klasse. Maar er zijn ook signalen dat het succes van de afgelopen jaren Volvo naar het hoofd stijgt. De nieuwe S60 is namelijk niet meer leverbaar in dieseluitvoering en in het gamma domineren de stekkerhybride versies. Lopen de Zweden hiermee niet te veel voor de muziek uit?

Om een antwoord te krijgen op bovenstaande vraag, is de T5 uitvoering van de Volvo S60 uitgenodigd om een duel aan te gaan met de BMW 330i. Beiden beschikken over een 2,0 liter 4 cilinder turbobenzinemotor. De Zweed is goed voor 250 pk en 350 Nm en kan daarmee in 6,5 seconden naar 100 km/u accelereren. De topsnelheid bedraagt 240 km/u en als gemiddeld verbruik voor de S60 T5 geeft Volvo 6,6 liter benzine per 100 km op. Dat betekent een CO2-uitstoot van 149 gram/km. De BMW 330i houdt de milieuschade beperkt tot 132 gram/km dankzij een gemiddeld verbruik van slechts 5,8 liter benzine. Een keerzijde qua prestaties is er niet, integendeel. De 258 pk en 400 Nm sterke motor brengt de Duitser in 5,8 seconden naar 100 km/u en er is een begrenzer nodig om hem bij 250 km/u te laten stoppen.

Betekent dit dat Volvo een motorontwikkeling generatie achterloopt op BMW? Critici zouden wel eens gelijk kunnen hebben. De S60 is, kijkend naar de CO2-uitstoot, niet alleen slechter voor het milieu dan de 3-serie maar zorgt ook voor een hogere brandstofrekening. Als pleister op de wond staat daar tegenover dat de Volvo goedkoper is in de aanschaf. Als leuk aangeklede T5 R-Design met 8-traps Geartronic automaat kost hij 48.495 euro. Voor de BMW 330i ben je minimaal 52.638 euro kwijt. Een 8-traps Steptronic automaat is dan bij de prijs inbegrepen, maar voor de M Sport aankleding van het exemplaar uit de test moet worden bijbetaald. Overigens was het verschil in benzineverbruik in de praktijk minder groot dan uit de officiële cijfers blijkt. De BMW is zondermeer zuiniger, maar het verschil was tijdens de test niet meer dan 2,5 procent.

Dat de S60 T5 minder snel naar 100 km/u accelereert, komt niet alleen door het verschil in vermogen (en vooral koppel), maar primair doordat de voorwielen worden aangedreven. Daardoor kan hij de paardenkracht minder effectief op het asfalt overbrengen dan de achterwiel aangedreven 330i. Toch is de Volvo absoluut niet sloom. Ook is zijn motor stiller dan de krachtbron van de BMW, al zou je dat ook als ‘een minder sportief producerend geluid’ kunnen interpreteren. Op de snelweg zijn er in de Zweed overigens duidelijk meer rolgeluiden waarneembaar dan in zijn Duitse rivaal. Die heeft ook met afstand de beste transmissie. De Steptronic automaat reageert het snelst als een rappe acceleratie gewenst is en beschikt over de intuïtieve eigenschap om altijd de juiste versnelling te hebben geselecteerd voor de betreffende wegsituatie. De transmissie van de S60 is meer lethargisch dan die van de 3-serie en heeft vaak even nodig om te reageren op gaspedaalcommando’s. Dat kan met name frustrerend zijn op rotondes. Voor de rest verlopen de verzetwisselingen overigens soepel.

De meest teleurstellende eigenschap van de S60 is zijn oncomfortabele vering. Volvo levert de sedan in Nederland alleen als R-Design en dit betekent dat een sportonderstel verplichte kost is. De testauto was bovendien voorzien van 19 inch velgen en daarmee lijkt het SPA platform van de Zweden overvraagd te worden. Bij elk tempo is de absorptie van oneffenheden onvoldoende. Ook de 3-serie is met M Sport vering weinig vergeeflijk, maar je kan de comfortschade beperken door adaptieve dempers aan te vinken op de optielijst. Daarmee is de verwerking van oneffenheden in het wegdek in de stad nipt aanvaardbaar en ontstaat er op de snelweg zelfs een soepel, goed gecontroleerd contact met het asfalt, ondanks dat ook deze testauto was voorzien van 19 inch velgen.

Freude am Fahren biedt de BMW volop als er gestuurd moet worden. In bochten is de tractie zeer goed, waardoor een hoog tempo mogelijk is. Op de snelweg merk je dat de besturing niet dezelfde nervositeit heeft als bijvoorbeeld de Alfa Romeo Giulia en dat is prettig. De harde vering van de Volvo zou te pruimen zijn als dit zou betekenen dat hij net zoveel rij plezier zou bieden als zijn rivaal, maar hij helt meer over en is minder gretig om van koers te wisselen. Ook is de oncommunicatieve besturing relatief gevoelloos. De rijeigenschappen van de S60 zijn heus niet heel slecht, maar de 3-serie serie veegt compleet de vloer met hem aan.

Het is dus de hoogste tijd voor een Zweedse revanche en dat gebeurt op het onderdeel ‘stoelen’. De zetels van de S60 zijn comfortabeler en steunen beter dan de exemplaren van de 3-serie. In de Duitser zit je lager en dat is voor een sportsedan natuurlijk niet verkeerd, maar het is irritant dat je in de BMW zelfs voor elektrische verstelling van het meubilair voorin extra moet betalen. Bij de Volvo is dit bij de prijs inbegrepen. Helaas is het uitzicht schuin naar achter slechter dan bij zijn rivaal. Beide modellen beschikken, om de (parkeer)schade te beperken, over sensoren en een achteruit rij camera. Ook krachtige LED techniek voor de koplampen is op beide modellen standaard. Dat verbetert met name het zicht in het donker aanmerkelijk.

Qua bouwkwaliteit en materiaalgebruik zijn er geen grote verschillen tussen de BMW en de Volvo. Op details is de Zweed hoogwaardiger dan zijn Duitse rivaal, maar zijn cockpit is minder trendy en extravert. Een minpunt van de S60 is dat je de airconditioning alleen met de stem of via het niet optimaal werkende touch screen kan bedienen. Aparte fysieke knoppen zoals in de 3-serie zou wenselijk zijn geweest. Lange passagiers beleven de meeste ‘vreugde bij het meerijden achterin’ in de BMW omdat die voor deze inzittenden meer been & hoofdruimte biedt. In de Volvo is het voor de inzittenden nogal behelpen, ondanks dat hij er sinds de generatiewisseling op dit aspect wel duidelijk op vooruit gegaan is. De kofferbak van de S60 is met 442 liter minder groot dan de bagageruimte van de 3-serie, waarin 480 liter past. De extra capaciteit heeft de Duitser te danken aan de grotere breedte en hoogte. Maar bij de Zweed is de diepte superieur, waardoor er in de praktijk toch even veel koffers in (kunnen) passen. Het is jammer dat Volvo extra geld rekent voor een deelbare achterbank. En dan nog moet je het doen met een 60:40 constructie. In de BMW is een meer flexibele 40:20:40 indeling standaard.

Conclusie

De S60 heeft inmiddels 5 sterren bij Euro NCAP gescoord. Dit onderstreept nog eens dat de Volvo letterlijk en figuurlijk een veilige keuze is. Ook pleziert hij met een hoogwaardig interieur en met comfortabele, goed steunende stoelen. Maar als sportsedan valt hij tegen. Dat komt niet alleen door de overdreven harde vering, maar ook doordat hij minder stuur plezier biedt dan de 3-serie. Ook het prestatieniveau is inferieur. De krappe interieurruimte achterin past dan weer wel bij een sport sedan, maar om de verkeerde reden.

Dus het is de BMW die met gemak dit duel wint. Hij rijdt fantastisch, is zuinig en heeft een uitstekend infomedia systeem. Wel is dit een auto die opties nodig heeft (stoelen met elektrisch verstelbare steun van de onderbenen en adaptieve dempers) om het comfort op een aanvaardbaar niveau te brengen. Maar tast jij iets dieper in de buidel, dan krijg je werkelijk een grootse auto en een perfecte allrounder. Hij verslaat de Volvo dan op vrijwel elk terrein.

Betekent dit dat de nieuwe S60 gaat floppen op de Nederlandse markt? Als dit gaat gebeuren, dan zal dat komen door de gewaagde keuze van Volvo om geen dieseluitvoeringen aan te bieden. Zeker in het segment van de S60 is de autoconsument daar nog niet op uitgekeken. Dat de Zweed qua rijeigenschappen geen hoogvlieger is, is niet erg. Traditioneel zijn de modellen van dit merk in dit opzicht ‘anders’ en daar is in de praktijk best een publiek voor. Eigenlijk weten wij al sinds de P1800 dat Volvo geen echte sportieve auto’s kan bouwen.

Daarom is het beter om voor de 3.500 euro goedkopere T4 uitvoering van de S60 te gaan. En Volvo zou zichzelf, maar ook de dealers en de autoconsument een plezier doen om een minder pretentieuze Momentum (Pro) versie aan het gamma toe te voegen. Daarmee kan nog eens 3.000 respectievelijk 4.800 euro van de prijs worden afgeschaafd. Als er genoegen wordt genomen met iets minder marge, dan heb je voor 39.995 euro een S60. Wie wil dat niet? In ieder geval is dat een reëel alternatief voor Volvo klanten die nu in een dikke V40 rijden maar na juli zonder opvolger komen te zitten aangezien de Zweedse instapper dan uit productie gaat.

Comments are closed.